Het is de mens al verschillende keren gelukt. Diersoorten doen laten uitsterven. De Dodo legde na een korte ontmoeting met de mens het loodje, de Tasmaanse Tijger heeft de jachtdrift Down Under niet overleefd en ook het in de jaren zeventig verdwenen Duingentiaanblauwtje hebben we niet meer teruggezien. Hoe is het dan in vredesnaam toch mogelijk dat ondanks onze vernietigingstalenten er na een intensief jachtseizoen weer net zoveel zwijnen op de Veluwe rondlopen als in 2007? En moeten we die zwijnen eigenlijk wel willen afschieten?

In EenVandaag hebben we verschillende reportages gemaakt over de discussie rond de zwijnen op de Veluwe. Vorig jaar begon de heisa met de vraag of er een drukjacht nodig was om het zwartwild terug te dringen tot de gewenste stand van achthonderd zwijnen. De rechter vond de noodzaak tot een drukjacht uiteindelijk niet groot genoeg, en dus werd er een intensief jachtseizoen gehouden. Vierduizend dieren werden naar de eeuwige jachtvelden verwezen en het resultaat blijkt na een recente telling nogal tegen te vallen. In onze uitzending van twee weken geleden brachten we het nieuws dat de zwijnenstand onverminderd hoog was, er lopen nu nog net zoveel rond als een jaar ervoor.

Onderzoek

Is een grote jacht op de zwijnen nodig en helpt dat? Volgens tegenstanders van de jacht reguleert de natuur zichzelf. Als er weinig voedselaanbod is, sterven de zwakke dieren vanzelf en stagneert de populatie op het niveau waarbij de balans tussen natuur, voedselaanbod en zwijnen het best is. Bovendien, zo vinden tegenstanders, klopt dat maximumaantal zwijnen dat er op de Veluwe zou mogen rondlopen niet. Onderzoeker Herbert Prins van de Wageningen Universiteit zei vorig jaar in onze reportage al dat het maximum aantal van achthonderd dieren bijgesteld kan worden, omdat het voedselaanbod sinds de jaren zeventig is toegenomen. Ook Staatsbosbeheer is de mening toegedaan dat er wellicht meer zwijnen zouden kunnen leven.

Ongelukken

Voorstanders van de jacht bepleiten dat het dierenleed bij een grote populatie en een klein voedselaanbod niet te overzien is. Dan kan een kogel een snel einde maken aan een stervensproces van misschien wel weken. Bovendien zorgen de dieren voor veel ongelukken op de binnenwegen, vaak tientallen keren per maand, zo blijkt uit statistieken.

Er is het afgelopen jaar veel gesproken, veel gediscussieerd en vooral erg veel geschoten. Er is geteld en geconcludeerd dat er intussen weer heel veel zwijnen zijn. Maar blijft er één grote vraag onbeantwoord. Hoeveel zwijnen KUNNEN er nu eigenlijk op de Veluwe rondlopen? Een antwoord op die vraag zou de discussie over het Veluwse zwijn een stuk makkelijker kunnen maken…