
Was ik maar Duitser
Soms heb ik momenten dat ik echt vurig wens dat ik Duitser was. Die momenten zijn vrij uniek – net zoals ik nooit wens dat ik Zwitser, Amerikaan of Sudanees was – maar gisteren was het weer eens zover.
Het was het moment dat mijn Duitse vriend Fabian me het sms-bericht stuurde "You are Holland! Best team with most attacking way of playing in the first round! Come on! Hup Holland! Beat them! We don't want Russia!" Ik stond in een anders altijd kolkende oranje zee van mensen, die nu vol afgrijzen en ongeloof staarde naar Van der Sar, die in zijn eentje wanhopig probeerde te redden wat er te redden viel.
Het was een fijn smsje.
Ja, je leest het goed: ik laat me op mijn moeilijkste oranje-momenten uit de put helpen door een Duitser. Nog een bekentenis dan maar: Fabian en ik sms-en elkaar al het hele toernooi. Op weg naar een finale Nederland-Duitsland, spraken we jaren geleden al af. Sindsdien steun ik het Duitse team, en hij Oranje.
Je kan van de Duitsers zeggen wat je wilt natuurlijk. De hele riedel. Jaja. Maar er is slechts één essentieel verschil tussen mij en Fabian. Als Duitser weet hij zeker dat als het er écht om gaat, zijn team er zal zijn, inclusief die nare Schweinsteiger van hem. Razor. Sharp. En ik, als Nederlander, kreeg zaterdagavond dat gevoel dat we allemaal wel kennen. "Het zal toch niet…"
Fabian kent dat gevoel niet, bedacht ik me toen. Niet zoals wij. "We don´t want Russia!" Zij staan er toch maar weer. En heel, heel even wilde ik Duitser zijn. Vanaf nu ben ik voor Hiddinks Rusland, en vooruit, voor Fabian: "GO GERMANYYY!"