De Nederlandse oud-militair Jitse Akse kreeg onlangs veel aandacht nadat hij werd opgepakt en mogelijk wordt aangeklaagd. Het Openbaar Ministerie baseerde de verdenking op mijn eerdere portret van Jitse. Maar hij is niet de enige buitenlandse vrijwilliger. Ik kom vaker vrijwilligers tegen uit zowel Amerika, Canada als Europa die vechten met de Koerden in Irak en Syrië tegen de Islamitische Staat. Naar mijn mening zijn er drie soorten groepen: veteranen, avonturiers, en revolutionairen. 

Veteranen zoals Jitse Akse zijn er maar weinig. Voor Jitse was de belangrijkste reden om zich bij de Koerden aan te sluiten omdat hij lastig kon functioneren binnen de Nederlandse maatschappij als ex-militair. Hij vertelde me in Syrië dat hij klaar was met Nederland. Binnen de YPG kon hij zijn oude militaire leven oppakken en kreeg hij respect voor zijn kennis. Dit terwijl hij in Nederland lastig een baan kon krijgen. Dit geldt voor meer militairen die uit dienst zijn.

De jonge Noorse ex-soldaat met de schuilnaam Heval Zirek gaf dit ook toe. “Er is niet veel wat je kan doen als een veteraan, je kan niet teruggaan naar school. Op zijn minst kan je hier iets goeds doen,” vertelde hij mij. Daarom heeft hij een veldziekenhuis opgezet voor gewonde Koerdische strijders in Syrië.

'Heval Zirek'

Veteranen houden het ook vaak langer vol dan avonturiers. Veel gewone burgers zoals voormalig modellen en acteurs zijn gestopt met hun saaie baan en op zoek naar avontuur. Vaak houden ze het niet lang vol op de frontlinie waar het voornamelijk veel wachten is. “Omdat er geen gevechten zijn, verlaten ze de strijd,” zei Zirek. “Veel mensen denken dat oorlog een Call of Duty-spel is. Er is geen actie en dan willen ze naar huis.”

In de Iraaks-Koerdische stad Sinjar kwam ik bijvoorbeeld de Canadees Jason Troy tegen die werkte in het olieveld en alleen medische basiskennis heeft, maar heeft meegevochten in Kirkuk en in Sinjar. Hij wilde net als veel van zijn familieleden aansluiten bij het leger, maar werd niet geaccepteerd. “Ik kwam in de problemen en ik kon me niet inschrijven bij het leger,” zei hij tegen mij. “Ik ben hier gekomen, denk ik, voor de glorie. Ik kan later mijn oorlogsverhaal vertellen aan mijn vrienden en familie, en kinderen.”

'Jason Troy'

Dit geldt ook voor de Amerikaanse vrijwilliger Francisco Molinar (25) die zijn saaie kantoorbaan verliet voor de actie. “Ik wilde vechten tegen IS en de Koerden leken vrijwilligers te verwelkomen.”

Francisco Molinar 

Er is echter ook een ander soort vrijwilligers: linkse revolutionairen uit voornamelijk Duitsland, Spanje, en Italië, die dezelfde strijd willen leveren als de linkse idealisten die meevochten in de Spaanse Burgeroorlog tachtig jaar geleden tegen het fascisme.

 

De Duitse anarchist Heval Cihan Kendal vertelde mij in Syrië dat hij zich had aangesloten bij de Koerdische volksmilitie YPG om ‘te vechten voor een vrije samenleving’ nadat hij Koerden leerde kennen in Duitsland in een links milieu. De YPG, alleen actief in Syrië, is geïnspireerd door het gedachtegoed van de linkse PKK-leider Öcalan, dit terwijl de Iraakse Koerden alleen nationalistisch zijn.

“Er waren twee redenen om mij aan te sluiten: ik zag de invloed van kapitalisme en de onderdrukking van vrouwen,” zei hij. “Ik wilde niet leven in het [kapitalistische] systeem.” Voor hem was de strijd van de Koerden een kans om een bijdrage te leveren aan de revolutie.

Maar in het algemeen zijn er niet veel linkse vrijwilligers. “De meerderheid komt hier om te vechten,” zegt Heval Ernesto, een linkse Fransman, die zich identificeert met het linkse gedachtegoed van de YPG. “Ik kom van een linkse achtergrond,” zei hij. “Maar ik wou dat ik meer linkse [strijders] kon zien. Ik heb er maar twee gezien uit Frankrijk en Spanje.”

Een aantal namen van sprekers in bovenstaand artikel hebben uit veiligheidsoverwegingen gefingeerde namen. Wladimir van Wilgenburg maakte in december voor EenVandaag onderstaand portet van Jitse Akse, toen hij in Syrië was. Hierin vertelt hij over zijn leven in het land, het vechten tegen IS en over zijn besluit om te gaan vechten met de Koerden: