Overledenen met een vloeistof behandelen zodat ze er natuurlijker uitzien en warmer voelen. Deze techniek wordt licht balsemen genoemd en is in opkomst. Het ontbindingsproces wordt door de vloeistof uitgesteld en een traditionele koelplaat is niet nodig.

"De huidskleur blijft, je hoeft niet te koelen en het is veel warmer. Het is iets duurder, maar het geeft een warmer gevoel voor het afscheid", vertelt Twan Tacken uit Boxmeer. Twan koos samen met zijn zussen na het overlijden van hun moeder om haar te laten balsemen. Dat was in februari van dit jaar en ze kijken met een goed gevoel terug op deze keuze. "Ook de kleinkinderen vonden dat makkelijker. Ze was nog aan te raken, zacht. Je kon makkelijker een kus geven. Het gaf ons een beter gevoel."

Thanatopraxie

Het balsemen van overledenen was in Nederland een lange tijd wettelijk niet toegestaan. Dat was alleen voorbehouden aan leden van het Koningshuis en ten behoeve van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.

In 2010 is de wet veranderd en mogen ook 'gewone stervelingen' licht gebalsemd worden, waardoor het ontbindingsproces maximaal 10 dagen wordt uitgesteld. Dat wordt ook wel thanatopraxie genoemd. Waar in Nederland deze techniek pas sinds 11 jaar mag, is het in landen als Frankrijk en Groot-Brittannië meer regel dan uitzondering om overledenen zo op te baren.

Lees ook

Van farao tot Maradona

Bij de thanatopraxie wordt het bloed uit de aderen vervangen door een gekleurde vloeistof, bijvoorbeeld roze, zodat de huid een natuurlijke uitstraling krijgt. Dit gebeurt door een sneetje te maken in de lies- of in de halsslagader. In die vloeistof zit ook een kleine hoeveelheid formaline, wat zorgt voor de conservering. Daardoor is het niet nodig het lichaam verder te koelen.

Het conserveren van lichamen gebeurt al duizenden jaren. De farao's van de Egyptenaren werden bijvoorbeeld gemummificeerd. Van recentere datum zijn de mausoleums van de Sovjet-leider Vladimir Lenin en de Chinese machthebber Mao Zedong. In deze monumentale gebouwen wordt het lichaam of het as van de overleden personen bewaard. Zij liggen tientallen jaren na hun dood nog steeds opgebaard en hun mausoleums zijn te bezoeken voor publiek. Ook de recent overleden voetbalster Maradona zou hebben gewild dat zijn lichaam zou worden gebalsemd.

Langer de kans om afscheid te nemen

Het zogenoemde lichte balsemen is niet te vergelijken met mummificeren, want het is niet bedoeld om het lichaam langer dan 10 dagen te conserveren. Dat biedt de nabestaanden wel langer de kans om afscheid te nemen. Bijvoorbeeld als ze uit het buitenland moeten komen.

Volgens balsemer, ofwel thanatopracteur, Rens de Peijper uit het Limburgse Lomm, weten nog weinig mensen van de mogelijkheid van het balsemen af. "Niet iedere ondernemer biedt het aan. We merken dat steeds meer mensen er vanaf weten, maar er is nog een hoop werk te doen."

Lees ook

Duizenden balsemingen per jaar

De Peijper begon in 2012 met zijn vrouw zijn eigen praktijk. In het eerste jaar balsemden ze twaalf mensen. Inmiddels is zijn praktijk gegroeid en heeft hij meerdere medewerkers in dienst. Jaarlijks balsemen ze 500 tot 600 personen. Hij vindt het belangrijk dat mensen een keuze hebben hoe ze hun geliefde willen opbaren. De Peijper: "Ik denk dat mensen steeds mondiger worden en ook steeds meer wensen hebben in de uitvaartbranche."

Toen hij in korte tijd zijn zus en jonge zoontje verloor, schrok Rens de Peijper van het opbaren. De lichamen gingen snel achteruit, wat een goed afscheid moeilijk maakte. Hij legde zich daarna toe op balsemen, waardoor overledenen er langer goed uitzien.

Hoe vaak dat balsemen gebeurt in heel Nederland wordt niet bijgehouden. Bij de grote uitvaartorganisatie Dela zien ze de laatste jaren een lichte afname, maar volgens het Nederlandse Instituut voor Thanatopraxie (NIT) neemt over de hele linie het aantal balsemingen geleidelijk toe. Volgens een schatting van NIT-voorzitter Gert-Jan Kleinrensink wordt jaarlijks rond de 3 tot 4 procent van de overledenen licht gebalsemd. Dat komt volgens hem neer op '3000 tot 4000 personen per jaar'.

Nog professioneler

Het NIT verzorgt de examinering en registratie van de bij het NIT aangesloten thanatopracteurs, maar als het aan Kleinrensink ligt wordt het vak nog professioneler. "Je mag het nu alleen uitoefenen met een diploma, maar de ministeriële erkenning ontbreekt."

"Als die er komt zorgt dat ervoor dat er vanuit een centraal instituut iedereen weet wie er gediplomeerd is en kan je zo de regulering verbeteren. Dat zorgt ervoor dat het beroep volwassener wordt." De voorzitter hoopt de kwaliteit ook verder te waarborgen met permanente educatie en accreditatie.

Jong vak

Dat het nog een jong vak is, blijkt ook uit het feit dat de vloeistof die ingespoten wordt en uiteindelijk ook met het lichaam onder de grond verdwijnt, nog geen officiële status heeft in de wet- en regelgeving.

Volgens balsemer De Peijper wordt het nu gedoogd. Hij is zelf druk bezig om zijn vloeistof te laten registreren. "Samen met de vloeistofleverancier hebben we een dossier opgebouwd om onze vloeistoffen goedgekeurd te krijgen, zodat we van de discussie af zijn. Die worden getoetst op veiligheid voor milieu en mens."

Bekijk hier de tv-reportage over dit onderwerp.

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.