Moordenaars begraven hun slachtoffers vaak dicht bij de plaats delict: bijna de helft van de lijken wordt op minder dan vijf kilometer van de plek waar degene vermist raakte.

Zandgrond en beschutte plekken in een park, bos of duinen zijn bij daders favoriet.

Dat blijkt uit een analyse van forensisch criminoloog Lieke Dix. Ze deed onderzoek tijdens haar stage bij het Nederlands Forensisch Instituut en bracht 88 moorden in kaart; een database met vindplaatsen kan de recherche in de toekomst helpen om verdwenen mensen sneller op te sporen.

Daders willen snel van een lichaam af om de pakkans te verkleinen. Eén op de vijf slachtoffers werd niet verder dan twintig meter verplaatst. En dat terwijl, zo vertelt Dix vandaag aan De Telegraaf, vaak wordt gedacht dat slachtoffers juist zo ver mogelijk van de moordplek worden gesleept.

In Radio EenVandaag een gesprek met Lieke Dix en met mede-onderzoeker Roosje de Leeuwe. Ook spreken we met Leo Simais, leider van het coldcase-team in Den Haag.