"Een goede infiltratie is echt van doorslaggevend belang bij politiewerk. Dat blijkt maar weer." Voormalig politie-infiltrant Ben Zuidema was dan ook blij toen hij hoorde dat een terreurcel is opgerold, mede doordat deze door twee politie-infiltranten werd ontmaskerd.

De terreurcel werd eind september opgerold in Arnhem en Weert. De infiltranten wisten binnen te dringen in de terreurgroep door zich voor te doen als 'aanslagplanner van IS'. "Ik stond te juichen toen ik het nieuws hoorde", zegt Ben Zuidema, privé-detective en voormalig politie-infiltrant, over de onthullingen van NRC en RTL Nieuws.

Dreun voor infiltratie na IRT-affaire

"Het was lange tijd niet gebruikelijk dat politie en justitie undercover-agenten inzette. En dat terwijl een goede infiltratie echt van doorslaggevend belang kan zijn. Dat blijkt maar weer", zegt Zuidema. Infiltratie liep een dreun op na de zogeheten IRT-affaire. In 1993 ontstonden er vragen over de werkwijze van het Interregionaal Recherche Team (IRT). Agenten die geïnfiltreerd waren bij drugscriminelen bleken op grote schaal mee te hebben gewerkt aan drugssmokkel in de haven van Rotterdam. Later was niet duidelijk wat daar precies mee gebeurd was.

Ook het Openbaar Ministerie bleek niet goed op de hoogte te zijn geweest van de activiteiten van de undercover-agenten. De IRT-affaire leidde tot het aftreden van twee ministers en een parlementaire enquête-commissie werd ingesteld. "Na de IRT-affaire zat de schrik er goed in. Die zaak heeft het hele apparaat verlamd. Dit was zo'n dreun voor het hele politiekorps", zegt Ben Zuidema. "De politie kende daarna een enorme leegloop daarna en het vertrouwen in dit soort acties was volledig weg. De politie is daarom jarenlang heel huiverig geweest voor infiltratie als opsporingsmiddel."

Van autohandelaar tot infiltrant

Ben Zuidema werkte zelf ook jarenlang als infiltrant namens de politie. "Ik was zelf geen agent, maar autohandelaar. De politie kwam op een gegeven moment toch naar mij toe, omdat ze vermoedden dat ik wel kon helpen bij het opsporen van een gestolen vrachtwagen vol met goederen. Nou, dat klopte. Ik kende wel wat mensen en via via kwam ik uiteindelijk in contact met de mensen achter die roof. Dat leverde mij als beloning 50.000 D-Mark op en zo is het balletje gaan rollen. Vanaf dat moment werd ik vaker ingezet in zaken waarin drugs, wapens of gestolen kunst een rol speelde."

Hij hoeft niet lang na te denken over het antwoord op de vraag wat voor hem de meest spannende zaak is geweest. "Dat was de roof van de 118 Picasso's in 1976 uit het Palais des Papes in Avignon. Ik werd voor een gesprek met twee Fransen naar Dusseldorf gestuurd. Die handelden in van alles: heroïne, diamanten en schilderijen. Ik heb hen naar Nederland, Geldrop, weten te leiden. Daar lag de politie in de bosjes en die konden zo al hun kentekens en andere gegevens noteren. Zes weken later zijn ze opgepakt."

Iedere dag bang

Als infiltrant moet je één goede eigenschap hebben, aldus Zuidema. "Je moet je kunnen aanpassen. Dat is het allerbelangrijkste."

En is het dan niet belangrijk om heel koelbloedig te zijn en geen angst te kennen? "Nee, was ik maar zo koelbloedig. Ik lag en lig vaak wakker van mijn werk. Ik ben nog steeds iedere dag bang dat criminelen me weten te vinden. Het zijn rancuneuze types. Maar voor mij geldt maar één ding: dat we de wereld een iets betere en veiligere plek maken."