Op zondagochtend naar de kerk gaan is niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger. Dominee Carel ter Linden, bekend als hofpredikant van de koninklijke familie, en dominee van de Zuidas Ruben van Zwieten, over religie vroeger en nu. Wat vinden zij; was vroeger alles beter?

Ter Linden is de vaste predikant van de Oranjes. Hij was de voorganger van het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima in 2002 en hij verzorgde de kerkelijke inzegening van het huwelijk van prins Friso en prinses Mabel en prins Constantijn en prinses Laurentien.

Dat volle kerken tegenwoordig geen vanzelfsprekendheid meer zijn, vindt Ter Linden jammer. “Men ging veel meer naar de kerk en ik denk dat dat goed was. Daar krijg je de verhalen mee die onze cultuur enorm hebben beïnvloed.” De dominee begon in 1968 met preken in een gloednieuwe kerk in Hoogvliet. “Een prachtige kerk. Die kerk wordt volgende maand afgebroken, want er komen geen mensen meer. In elk geval te weinig om die kerk open te houden.” 

Niet vanzelfsprekend

Ook Van Zwieten merkt in de tien jaar dat hij kerkdiensten leidt, dat het bezoek terugloopt. “Ik zie oudere mensen verdwijnen en daar komen geen nieuwe mensen voor terug. Ook het gezin waar ik uit kom was naar de kerk gaan niet meer vanzelfsprekend.” 

Leeg vermaak

Van Zieten, die een ontmoetingscentrum op de Zuidas heeft opgericht, vindt het teleurstellend hoe mensen tijd en prioriteit geven aan bezinning. “Het is toch vooral vermaak: voetbal, Dance Valley, het is wel leuk maar het is ook ontzettend leeg.” 

Ondanks het teruglopende aantal gelovigen, is Van der Linden is optimistisch over de toekomst van de kerk. “In onze gebeden zullen we een taal moeten zoeken die zo dicht mogelijk bij het levensgevoel bij mensen staat.“ Ook werkt de dominee aan een boek waarin hij zestig verhalen uit de bijbel herschrijft naar hedendaagse taal.