Nadat vluchtelingenkamp Moria in vlammen opging, belandden duizenden mensen op straat. Hoe is de situatie er tien dagen later? Nicolien Kegels van Artsen zonder Grenzen werkt 3,5 jaar op Lesbos, maar een situatie als deze maakte ze niet eerder mee.

Duizenden mensen staan in de rij voor het tijdelijke nieuwe kamp in Kara Tepe, op Lesbos. De straten rondom hoofdstad Mytilini, waar het kamp dichtbij ligt, zijn zo goed al leeg. En dat heeft een reden, vertelt coördinator gezondheidsvoorlichting Nicolien Kegels bij Artsen zonder Grenzen. "De Griekse autoriteiten dreigen de asielprocedure stop te zetten voor iedereen die niet in het kamp verblijft. Zodra ze je op straat vinden, ben je illegaal. Een zware stok om mee te slaan."

'Hulpverlenen onmogelijk'

Toch weigeren veel vluchtelingen het nieuwe kamp in te gaan. Ze zien liever betere leefomstandigheden, of asiel in andere EU-landen. Maar vrijwilligersorganisaties die tenten, dekens of maaltijden uitdelen aan de mensen langs de weg, worden beboet. "Zo maakt de Griekse politie het onmogelijk om hulp te verlenen", vindt Kegels.

"Op die manier worden de laatste vluchtelingen die nog op straat proberen te blijven, gedwongen het nieuwe kamp ingeduwd." Even verbreekt de verbinding. "Sorry", zegt Kegels als ze terugbelt. "De politie wilde een paar migranten van de straat halen. Ik moest ervoor zorgen dat een jongetje niet werd weggevoerd, want zijn vader wordt behandeld in onze kliniek. Dan zou hij zijn vader kwijt zijn." Voor haar is dit niets bijzonders, vertelt ze. "Zo ziet een gemiddelde werkdag er hier uit. De meest bizarre dingen komen voor."

Uitzichtloosheid

Wat de meeste impact op haar had, de afgelopen jaren? Kegels slaakt een diepe zucht: "De uitzichtloosheid." Afgelopen week liep ze rond op straat om uitgebreid met de vluchtelingen te praten. "'Zien ze niet dat wij mensen zijn?' vroegen ze mij. 'Waarom wordt er zo met ons omgegaan?'"

De vluchtelingen hebben geen hoop meer, zegt ze zonder een seconde te twijfelen. "De afgelopen jaren heb ik mensen niet zo verslagen gezien. Ze hadden iets kleins opgebouwd in Moria, nu zijn ze wéér alles kwijt, zitten ze hier op straat."

info

Nieuw kamp op Lesbos

Meer dan 12.500 mensen, voornamelijk vluchtelingen uit Afghanistan, Syrië en Afrikaanse landen zijn na de verwoesting van het overvolle kamp Moria achtergebleven op straat zonder onderdak, voedsel, water en sanitaire voorzieningen. Deze week begeleiden Griekse autoriteiten de migranten en vluchtelingen naar het tijdelijke nieuwe kamp. Daar zouden zich minstens 5000 mensen kunnen vestigen.

Lees ook

Helemaal afgesloten

Wat Kegels betreft is het nieuwe kamp, dat in een paar dagen uit de grond werd gestampt, niet een echt een kamp te noemen. "Het zijn velden met slecht opgezette tenten, die bij de eerste de beste windvlaag wegwaaien. Tenten die bovendien veel te dicht bij elkaar staan, zeker in coronatijd. En er zijn 35 chemische toiletten, voor 5000 mensen."

Eens per dag worden er kleine maaltijden uitgedeeld, vertelt ze. Die bestaan uit aardappelen en rijst, zonder verse groenten. Water is ook schaars: twee flessen van anderhalve liter per persoon. "In kamp Moria hadden mensen nog de kans om naar buiten te gaan, zodat ze extra eten konden kopen of ontvangen via organisaties. Dat kan nu niet, het nieuwe kamp is helemaal afgesloten."

Lees ook

Brand geen keerpunt

Artsen zonder Grenzen maakt zich zorgen over de toegang tot medische zorg in het nieuwe kamp. "Momenteel krijg je alleen hulp wanneer je écht een ambulance nodig hebt. Dus als iemand schurft heeft of pijn aan een been, gebeurt er niks. Terwijl er veel patiënten verblijven die specifieke zorg nodig hebben, zoals psychiatrische medicijnen."

Alle klinieken van Artsen zonder Grenzen zijn buiten de kampen gevestigd, een in hoofdstad Mytilini en een tegenover voormalig kamp Moria. "Dat is een strategische beslissing", zegt Kegels. "We hebben als einddoel om mensen te evacueren en de kampen sluiten. Zodra je binnen het gesloten kamp medische hulp aanbiedt, steun je het politieke systeem." Binnen haar organisatie heerst een gevoel van verbijstering en ongeloof. "We hoopten dat de brand een keerpunt zou zijn, maar we zijn nu een week verder en er is nog een erger kamp voor Moria in de plaats gekomen." De komende dagen wil Artsen zonder Grenzen onderzoeken hoe ze alsnog hulp kunnen bieden zonder mee te doen aan het 'politieke spelletje' van de Grieken.

Kritiek op andere hulporganisaties

Kegels zelf heeft niet veel contact met andere Nederlandse hulporganisaties op Lesbos, omdat ze het niet altijd eens is met de manier waarop zij dingen aanpakken. "Kort na de brand gingen veel vrijwilligers dingen inzamelen, om de mensen op straat te helpen, dat is natuurlijk heel goed. Maar organisaties die op dit moment spullen inzamelen, werken mee aan het nieuwe kamp."

En dat is volgens haar niet goed. "In mijn ogen zien zij niet dat het een grote gevangenis is." Kegels kan er met haar hoofd niet bij. "Deze asielzoekers moeten gewoon van dit eiland gehaald worden."

Geld sturen te makkelijk

Aan mensen die willen helpen, geeft Kegels het volgende advies: "Je hoeft niet hierheen te komen, of geld en spullen hier naartoe te sturen." Geld naar Griekenland sturen ziet ze als een te makkelijke uitweg.

"Er moet juist een structurele oplossing komen en draagvlak gecreëerd worden in Nederland voor evacuatie. Zorg ervoor dat de Nederlandse politiek actie onderneemt. Laat je stem horen, dat heeft veel meer zin dan 100 euro overmaken."