Hoe handelt een veiligheidsdienst in een open westerse democratie? Dit is de centrale vraag in het nieuwe boek van de Amerikaanse journalist Tim Weiner: De FBI: Vijanden van de staat.

Weiner is bepaalt geen onbekende in de wereld van de geheime diensten.

Al jaren schrijft hij onder andere voor de New York Times over de handel en wandel van de CIA en de FBI.

In 1988 wint hij de Pulitzer Prize voor zijn berichtgeving over geheime geldstromen van het Pentagon en de CIA.

Als eerste kreeg hij toegang tot de geheime persoonlijke dossiers van John Edgar Hoover. Voor zijn nieuwe boek sprak met tientallen bronnen binnen de FBI, het Witte Huis en de CIA.

Vijanden van de staat is een beschrijving van een worsteling. Een gevecht van een dienst opgericht om de Verenigde Staten van Amerika te beschermen tegen zowel aanvallen van binnenuit als van buitenaf.

Een dienst die continu opereert op het snijvlak van burgerrechten en nationale veiligheid. Weiner schetst een gedetailleerd beeld van de werkwijze van de dienst. Zijn conclusie is op z'n minst verontrustend.

Of de dienst binnen de grenzen van de wet opereert hangt in grote mate af van slechts twee mensen: De directeur van de FBI en de president van de Verenigde Staten.