De maakindustrie heeft een dilemma: de mensen die ze nodig hebben kunnen ze niet vinden en de mensen die ze hebben missen vaak de benodigde vaardigheden. Dit dilemma is een rem op de vooruitgang. Dat concludeert hoogleraar strategisch management Henk Volberda in de Innovatiemonitor van de Erasmus Universiteit. Volberda: “Bedrijven investeren in technologie, maar moeten ook investeren in het aantrekken van jong personeel. Op lange termijn heeft een onderneming anders geen bestaansrecht meer.”

Een bedrijf dat het dilemma kent is machinefabriek Boessenkool uit Almelo. Het bedrijf staat bol van uitvindingen en wereldprimeurs zoals vliegwielen voor energie-opslag, elektrische tractors en een nieuwe generator voor windmolens. Toch vindt directeur Eelco Osse het een uitdaging om geschikt personeel aan te trekken. “Het is een zoektocht. Er zijn maar weinig mensen met de goede opleiding. En als die achtergrond er niet is moeten we ze zelf opleiden. Dat zijn trajecten van tien jaar.” Maar in zijn ogen is het gebrek aan een geschikte opleiding slechts één aspect. “Ik vind dat vroeger de medewerkers meer eigen enthousiasme hadden”, zegt Osse. “Het is voor ons de kunst om dat enthousiasme bij de huidige generatie ook bij te brengen.”

Enige oplossing is focussen op wat jongeren willen

Uit de Innovatiemonitor blijkt dat tweederde (64%) van de bedrijven moeite heeft om geschikt personeel te vinden. Vooral bij High Tech (88%) en ICT (75%) speelt dit probleem. “De jongeren stellen andere eisen aan werk. Ze willen het kunnen combineren met zorg, vinden het belangrijk dat een bedrijf een maatschappelijke doelstelling heeft. Daarin vinden ze hun drive”, aldus Volberda. Volgens hem is de enige oplossing voor dit probleem dat bedrijven zich gaan instellen op wat jongeren belangrijk vinden: minder hiërarchie en meer gericht op lange termijnwinst. Niet al het personeel, vaak vooral oudere werknemers, kunnen daar in mee.

Bij VDL Weweler worden veren voor opleggers gemaakt. Een maakbedrijf dat al zo geautomatiseerd is dat in een grote fabriekshal maar drie man personeel nodig is om de processen te controleren. “Doordat we hier een nieuwe hoog geautomatiseerde fabriek hebben, is dit een werkplek die voor veel mensen interessant kan zijn”, zegt Dick Aalderink, managing director bij VDL. Toch was er voor de oudere werknemers geen plek in deze nieuwe processen. Om te voorkomen dat deze mensen op straat kwamen te staan hebben ze functies gekregen in de assemblagefabriek. “Tot nu toe hebben we voor iedereen een plek kunnen vinden”, aldus Aalderink.

Moeilijk vinden personeel geen reden tot extra robotisering

Hoewel bedrijven het dus moeilijk vinden om nieuw personeel te vinden, is dat geen reden om extra in te zetten op robotisering. In de monitor staat dat naar verwachting maar bij één op de vijf bedrijven het inzetten van robots leidt tot minder werkgelegenheid.