AVROTROS

Syrische vluchtelingen: geen eten, veel geweld

Door Tineke Ceelen - In een mum van tijd zit er stof in mijn ogen, neus en mond. Het waait flink, hier aan de Iraakse kant van de grens met Syrië. De zon schijnt zonder enig mededogen op de schaduwloze, smoorhete vlakte waar duizenden vluchtelingen vermoeid de laatste heuvel beklimmen voor ze in veiligheid zijn.

Kinderen rennen naar het vrachtwagentje waar vrijwilligers flesjes drinkwater uitdelen aan de nieuwkomers, vooral gezinnen met kleine kinderen en oude mensen. Sommigen bezwijken bijna onder het gewicht van de koffers die ze meesjouwen, anderen hebben niets, alleen de kleren die ze aanhadden toen ze hun huis en dorp verlieten.

De grens Irak/Syrië was geruime tijd gesloten. Om niet heel duidelijke redenen is de grens nu elke dag een paar uur open. Duizenden Syrische burgers grijpen hun kans en verlaten hun land. Een oude vrouw vertelt me dat ze thuis niet langer het hoofd boven water kon houden. Vele vluchtelingen zijn naar Irak gekomen omdat ze simpelweg niet meer te eten hebben, nu voedsel schaars en duur is geworden, en inkomsten weggevallen zijn.

Anderen verhalen van het geweld. Zweetdruppels rollen over het gezicht van een moeder die met haar kinderen is gaan zitten, in het stof, en tussen de talloze lege waterflesjes die de vluchtelingen hebben achtergelaten. De vrouw vertelt dat de Syrische koerden bedreigd worden door de strijders van de Al-Nusra brigade, en over de mensen in haar omgeving die vermoord werden. Ik vraag niet naar details, haar relaas is zo al schokkend genoeg.

De Syrische Koerden worden gastvrij ontvangen door de Iraakse Koerden, die in eerdere oorlogen zelf op de vlucht waren, en werden geholpen door de mensen die zij nu op hun beurt kleding geven, en voedsel, dekens en matrassen. De Peshmerga, het leger van Iraaks Kurdistan werkt met man en macht mee.

Militairen delen voedsel uit. Een ruig uitziende jongeman met een machinegeweer op zijn rug, gooit trossen druiven in de toestormende menigte, en een ander loopt met wat tomaten naar een oude vrouw toe. Hun collega's verzorgen het transport van de vluchtelingen van de grens naar Erbil of Suleimania, uren verderop. Naar vluchtelingenkampen in aanbouw, naar scholen en moskeeën. Hoe breng je 42.000 mensen, in een week tijd onder dak en voorzie je hen van water, voedsel, dekens, zeep en sanitaire voorzieningen?

In Arbat, 30 kilometer boven Suleimania stampt het leger in grote haast een nieuw vluchtelingenkamp uit de grond. Tenten worden aangevoerd, toiletten en douchehokjes neergezet. De ingenieur in ons gezelschap constateert dat er veel te weinig voorzieningen zijn voor veel te veel mensen. De toiletunits zijn op een metalen plaat geplaatst, op een diep gat dat als riolering dienst moet doen. De metalen plaat is te klein, en te dun, het toilet te zwaar. De ingenieur geeft de wc een levensduur van hooguit 2 weken, en voegt toe dat er een royale kans is dat een toiletbezoeker met cabine en al in het gat zal vallen.

De 55 jarige Mahmoud bewoont met 6 van zijn kinderen een van de nieuwe tenten in dit Arbat kamp. In de chaos aan de grens is zijn vrouw met hun overige kinderen per ongeluk op de bus naar Erbil beland, denkt de boer. Zijn dorp werd aangevallen door Al-Nusra strijders. Eerst werden al hun spullen gestolen. Vrachtwagens verzamelden de inboedel van de Koerdische dorpelingen, alleen lege huizen lieten ze achter. Een paar dagen later kwamen de moslim extremistische strijders terug en staken de huizen in brand. Mahmoud windt zich zichtbaar op. Hij haalt raspend adem, rommelt wat in zijn broekzak en tovert een inhaler tevoorschijn. Mahmoud is astmapatiënt. Of ik weet waar hij nieuwe medicijnen kan krijgen?

Tineke Ceelen is directeur van Stichting Vluchteling en bracht onlangs een bezoek aan het grensgebied tussen Irak en Syrië, waar tienduizenden Syrische vluchtelingen een veilig heenkomen zoeken. Dit is haar verslag.

Bekijk op www.youtube.com

Advertentie via Ster.nl