Statushouders hoeven hun kosten voor inburgeren niet meer bij elkaar te lenen. Het kabinet spreekt over de veranderingen die het wil doorvoeren rond inburgering. De overheid zal de kosten weer voor rekening nemen. Ook worden nieuwkomers beter geholpen bij het vinden van een goede taalschool en zullen beter begeleid worden naar werk. 

Ook gaat de gemeente nu de regie overnemen en het niveau van de taalscholen in de gaten houden. Analfabeten krijgen een apart traject. De reden voor de wijziging: het gaat niet goed met inburgeren. Uit recente onderzoeken zoals van de Algemene Rekenkamer bleek dat na drie jaar nog maar een derde geslaagd was voor het inburgerexamen. Vanaf 2013 moeten nieuwkomers zelf hun taalschool vinden en zelf geld lenen om hun cursus te betalen. 

Sommigen mensen kunnen hun lening voor de cursus niet terugbetalen en het niveau van taalscholen is moeilijk te beoordelen voor inburgeraars. Vaak sluiten de taalcursussen niet goed aan op de praktijk van werk zoekenden. Veel cursisten missen in de cursus taallessen die hen goed voorbereiden op het werkende leven. Ook missen veel statushouders de motivatie om zich goed in te zetten om de taal te leren.

Boete

Onderzoekster Tamar de Waal die promoveerde op inburgering vindt dat er veel te veel van statushouders gevraagd wordt. Ze moeten zelf een school vinden, een lening aangaan en binnen drie jaar hun papiertje halen. En als ze het niet op tijd redden moeten ze ook nog een boete betalen, waardoor ze in de bijstand terecht kunnen komen. Zij vindt dat we nieuwkomers veel meer bij de hand moeten nemen. En dat lijkt nu te gebeuren.

Maar inburgeren nieuwe stijl wordt voortaan wel met strengere regels omringd. Als een statushouder niet ijverig inburgert kan hij of zij de verblijfsstatus verliezen. Wel is er begrip voor mensen die door reden buiten hun schuld niet kunnen inburgeren of analfabeet zijn. Voor deze laatste groep komt een speciaal traject.