radio LIVE tv LIVE
meer NPO start

Spanning in Gulpen-Wittem over opening oorlogsarchief: 'Iedereen kent elkaar hier in het dorp'

Spanning in Gulpen-Wittem over opening oorlogsarchief: 'Iedereen kent elkaar hier in het dorp'
Twee NSB-leden, vader en dochter, beschimpt en tentoongesteld op het balkon van het gemeentehuis van Gulpen
Bron: Heemkundevereniging Galopia

Wie was lid van de NSB of pleegde verraad tijdens de oorlog? Vanaf 2 januari kan iedereen dat opzoeken in het oorlogsarchief. Spannend voor een dorp als Gulpen in Limburg. "Hopelijk werkt het helend en maakt het geen gemeenschappen of families kapot."

De openbaarmaking van het oorlogsarchief leeft in zijn dorp, vertelt historisch onderzoeker Pierre Hupperts. "Iedereen kent elkaar hier." In de hechte dorpsgemeenschappen wonen nakomelingen van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en vermeende daders vlakbij elkaar of zitten met elkaar op school of op de voetbalclub. Maar wat gebeurt er als informatie, zoals wie er fout was in de oorlog, op straat komt te liggen?

Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging

Vanaf 2 januari 2025 kunnen geïnteresseerden, onderzoekers en familie van nabestaanden een studieruimte van het Nationaal Archief in Den Haag reserveren om onder voorwaarden het gedigitaliseerde oorlogsarchief te raadplegen. Ondanks een waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens, heeft minister Eppo Bruins toch besloten om het gedigitaliseerde deel van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) toegankelijk te maken.

Hierin zijn ruim 400.000 dossiers opgenomen van verdachten van collaboratie in de Tweede Wereldoorlog. Deze papieren dossiers zijn dan voor iedereen in te zien in het archief. Naar verwachting kunnen mensen in het eerste kwartaal van 2025 het beladen oorlogsarchief raadplegen.

Bekijk ook

'Ik vind het spannend'

"Ik vind het spannend wat het teweeg gaat brengen", merkt Hupperts op. "Zeker hier." 80 jaar na de Tweede Wereldoorlog ligt het onderwerp hier nog altijd heel gevoelig.

Zelf kon de historisch onderzoeker al wel eerder het oorlogsarchief inzien voor een onderzoek naar de gemeente Gulpen-Wittem. Hij las 139 dossiers van dorpsgenoten die verdacht of veroordeeld waren van collaboratie, en schreef er het boek 'Recht en Onrecht' over. In het boek vertelt hij over het oorlogsverleden van het dorp, maar dan zonder namen te noemen.

Veel grijstinten

Na de oorlog zagen we alles zwart of wit, legt de onderzoeker uit. Maar uit zijn onderzoek bleken juist veel grijstinten. "Qua collaboratie varieert het van mensen die niks hebben gedaan, tot mensen die lid werden van de NSB om hun radio te behouden of hun winkel open te houden, tot 10 tot 15 echte fanatiekelingen, pro-Duitsers. Echte rotzakken die betrokken waren bij het oppakken van onderduikers of het verraden van mensen."

"Dat kom je allemaal tegen in die dossiers." Hij noemt het 'een soort polaroidfoto van het dorp' die zich langzaamaan ontwikkelde.

Bekijk ook

Landverraders

"Kijk, hier werden na de bevrijding twee NSB-leden, vader en dochter, tentoongesteld als landverraders en beschimpt", vertelt Hupperts wijzend naar het balkon van het oude gemeentehuis van Gulpen. Zij werden net als veel andere NSB'ers gearresteerd. De verhalen van hen en van veel andere NSB'ers die werden gearresteerd tekende Hupperts op in zijn boek.

In het dorp is het verhaal over het balkon wel bekend, maar verder werd er bijna altijd gezwegen over de oorlog. Kinderen en kleinkinderen weten volgens hem daarom vaak weinig of niks. In het boek staat nu, al is het anoniem, wel meer informatie.

Gevoelige informatie

Sinds het boek afgelopen september is uitgebracht, merkt Hupperts hoe gevoelig alles nog ligt. Zo wordt hij door sommige dorpsgenoten gemeden. Die lopen met een boogje om hem heen. "Omdat ze zoiets hebben van: hij weet te veel, hij weet van mijn opa of oma en dat gaan ze liever uit de weg."

Maar Hupperts werd ook benaderd door tientallen dorpsgenoten, zij herkenden in het boek iets van hun eigen familie of vermoedden dat het over hun opa of oma ging. "Zij willen informatie, willen weten hoe fout hun familielid was."

Bekijk ook

'Het is verdrietig en schaamtevol'

Ook Margriet Vliegen las het boek en dacht, 'wat is hier aan de hand?' Gaat die ene passage soms over mijn opa, vroeg ze zich vertwijfeld af. Ze zocht contact met Hupperts die haar informatie gaf uit het archief. Margriet schrok zich kapot. Haar opa was lid van de NSB en werd na de oorlog opgepakt, maar niet vervolgd. Hij zou lid zijn geworden om zijn bedrijf open te kunnen houden. Een zogenaamde 'brood NSB'er', volgens Hupperts.

"Het emotioneerde me enorm", vertelt Margriet. "Het was shockerend. Ik wist dit niet. Ik kom uit een grote familie en niemand weet het. Waarom weten wij dit niet? Waarom weet ik dit niet? Het is verdrietig en schaamtevol. Ik heb altijd veel gelezen over de oorlog, maar nu gaat het opeens over mij. Dat is een heel vreemd en verwarrend gevoel."

Angst dat informatie op straat komt te liggen

"Praten over het foute verleden leidt vaak tot ruzies binnen de familie", legt Hupperts uit. Hij sprak namelijk veel mensen als Margriet, die er wel over willen praten. "Maar van sommigen willen de zussen of broers absoluut niet dat erover wordt gesproken. Dus als het naar buiten komt en iemand er wel over gaat praten, dan kan dat tot grote onenigheid en spanning leiden."

Hupperts werd zelfs gebeld door een oudere dame die het dossier van haar familie uit het archief wil gaan halen. Ze wilde dat het verdween, zodat niemand het kan lezen. Zij is bang dat de informatie op straat komt te liggen. En zij is niet de enige. Een aantal dorpsgenoten zijn bang voor wat er naar buiten kan komen over hun familie.

Michel Henk
Bron: Eigen beeld
De opa van Yannick, Henk was soldaat in het Duitse leger

Opa was Duitse soldaat

De familie van Yannick, Henk is wel voor openheid in het verleden. Zij staan daarom met naam en toenaam in het boek 'Recht en Onrecht'. De opa van Yannick was Duitser, hij woonde in Gulpen waar zijn oma vandaan kwam. In de oorlog werd hij opgeroepen voor de dienstplicht in het Duitse leger. Zijn opa bleek te hebben gevochten in Leningrad (nu Sint-Petersburg, red.).

Yannick laat foto's zien van zijn opa in legeruniform. De onderscheidingen bleken voor het uitblinken in man-tot-mangevechten. "Dat is heftig om te ontdekken", vertelt Yannick. "Je maakt voor jezelf een beeld dat het allemaal wel meeviel. Maar hij heeft dus wel hele heftige dingen meegemaakt en heftige dingen gedaan. Ook al is hij niet vrijwillig gegaan, hij is ook dader. Dat is moeilijk, maar wel de waarheid."

Niet meer schamen

Het weten is beter dan het niet weten of erover zwijgen, vindt Yannick. Het werkt door op volgende generaties. "Maar als je weet wat er is gebeurd met je opa, kan je alles beter plaatsen. En inzien dat het niet jouw last of schuld is." Dat geldt ook voor NSB-kinderen en kleinkinderen benadrukt Yannick.

De deksel moet eraf vindt ook Margriet Vliegen. "Er moet openheid komen, zodat je je niet meer hoeft te schamen. Wat kunnen wij er aan doen", zegt ze.

Bekijk ook

'Goed dat feiten op tafel komen'

Ook Hupperts pleit voor openheid. Al waarschuwt hij wel voor snelle conclusies en oordelen. De informatie uit het archief is maar een deel van het verhaal en moet in context geplaatst worden.

"Maar het is goed dat de feiten op tafel komen, want sommige verhalen kloppen niet. Zoals het hardnekkige verhaal over twee dorpsgenoten die als SS'er in Rusland hadden gevochten. Hun familie woonde nog in het dorp en werd met de nek aangekeken. In hun dossiers stond iets heel anders", vertelt Hupperts. "Ze zaten niet bij de SS en eentje was zelfs geen lid van de NSB. Ze waren niet verder gekomen dan Aken."

In reine komen

"Voor sommigen zal het meevallen en een opluchting zijn", gaat de onderzoeker verder.

"Voor een aantal mensen zal het schrikken zijn. Maar ik denk dat het goed is na 80 jaar, als je als maatschappij met elkaar in het reine komt met dat verleden."

Spanning in Gulpen-Wittem nu oorlogsarchief openbaar wordt: 'Iedereen kent elkaar hier in het dorp'

Bekijk ook

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Hoe bendes via nepagenten senioren beroven: 'Ze trekken met zeep de ringen van hun handen'

Hoe bendes via nepagenten senioren beroven: 'Ze trekken met zeep de ringen van hun handen'
Nepagenten maken ouderen waardevolle spullen afhandig. Foto ter illustratie
Bron: EenVandaag

Op meedogenloze wijze beroven criminele bendes nepagenten door het hele land ouderen. Met alleen een telefoon, een script en een vlotte babbel laten ze gedupeerden totaal geruïneerd achter. "Vier jaar cel doet geen recht aan de slachtoffers."

Ze spreken over slachtoffers als 'lekkere dikke vis', moedigen elkaar aan om complete woonplaatsen te ruïneren en willen zoveel mogelijk geld verdienen. De politie heeft verschillende bendes in het vizier die op grote schaal ouderen beroven met nepagenten, zegt cyberspecialist bij de Politie Oost-Nederland Yoanne Spoormans, die onderzoek doet naar het fenomeen.

Babbeltruc

"Het maakt ze niet uit hoeveel schade ze aanrichten", ziet ze. Afgelopen zomer kwam een zaak aan het rollen na een melding van een slachtoffer die gebeld was door nep-politiemensen.

"De mevrouw vertelde dat ze wilden langskomen om waardevolle spullen veilig te stellen, omdat er inbrekers actief zouden zijn in de omgeving", vertelt Spoormans.

Bende opgerold

De vrouw vertrouwde het terecht niet. Het telefoontje werd het startpunt voor de zoektocht naar de personen achter deze belletjes. "Uiteindelijk hebben we bij een nieuw slachtoffer twee nepagenten kunnen onderscheppen."

Tegelijkertijd werd op een andere plek in het land een woning binnengevallen waar mensen op dat moment met het slachtoffer aan de telefoon hingen. De politie wist de hele bende op te rollen.

Bekijk ook

Telefoon, simkaart en een paar mensen

Ze vermoeden dat de groep misschien wel 50 belletjes per dag pleegde. "En dit is nog maar één groepering die zich hiermee bezighoudt. We weten dat het er veel meer zijn", zegt Spoormans. Op het moment lopen er verschillende onderzoeken naar nepagenten. "Hier zullen uiteindelijk meer aanhoudingen uit volgen."

Criminelen hebben niet veel nodig om dit misdrijf te plegen, schetst de specialist. "Je hebt alleen maar een telefoon, een simkaart en een paar mensen die de spullen ophalen nodig."

Volgens script

De nummers van potentiële slachtoffers worden van internet gehaald. Ze worden geselecteerd op kwetsbaarheid en of ze spullen van waarde hebben, maar: "Ze bellen soms ook gewoon op alfabetische volgorde", vertelt Spoormans.

De rollen binnen de groep zijn strak verdeeld. Iemand belt met het slachtoffer en praat op ze in, vrijwel altijd volgens hetzelfde script. "Er zijn inbrekers actief in uw buurt, we hebben er een paar aangehouden, maar een paar wisten te ontsnappen en we vonden een briefje met adressen en uw adres stond daarop, dus we vrezen dat de inbrekers die nog vrij rondlopen het op u gemunt hebben."

Bekijk ook

Strakke rolverdeling

Dat roept natuurlijk direct angst op bij mensen, stelt Spoormans. Als er beet is, moet de chauffeur direct op pad. Een coördinator stuurt de bende aan. "Die zorgt ervoor dat de mensen op straat, een chauffeur en een ophaler (degene die naar de deur gaat), weten waar ze moeten zijn, wanneer ze daar moeten zijn en ook wat ze moeten zeggen."

Daders gebruiken vaak de naam van de plaatselijke wijkagent. Dat wordt allemaal onderling afgesproken, net als wat de buit moet zijn. Als de chauffeur onderweg is, moet de beller aan de lijn blijven met het slachtoffer om de telefoonverbinding bezet te houden. Het slachtoffer moet alvast alle waardevolle spullen klaarleggen voor de nepagent.

Tasje vragen

Aan de deur komt soms iemand (gedeeltelijk) in uniform, maar soms ook in normale kleding. Dan zeggen ze bijvoorbeeld voor de recherche te werken, zegt Spoormans.

Eenmaal binnen willen ze ramen en deuren controleren op inbraakbeveiliging, om te kijken of er meer te halen is. "Vervolgens vragen ze dan een tasje aan het slachtoffer om al die spulletjes netjes in te doen en vertrekken ze met de buit."

Bekijk ook

Misbruik maken van vertrouwen

Deze werkwijze is helaas succesvol. In het afgelopen jaar registreerde de politie in totaal 8.329 incidenten met nepagenten. Dat zijn er vijftien keer meer dan het jaar ervoor. Er werden ruim 350 verdachten aangehouden. "We zien dit jaar dat de aantallen nog absoluut niet aflopen", zegt Spoormans.

Met name ouderen trappen in deze truc, omdat zij veel vertrouwen hebben in de politie, ziet ze. "Dat zorgt ervoor dat je direct al een voet tussen de deur hebt."

Vrijwillig overhandigen

En het is een eenvoudig misdrijf. "Mensen geven vrijwillig hun spullen weg, dus je hoeft er niet eens wapens voor mee te nemen of geweld te gebruiken: mensen doen zelf de deur open en geven al hun spullen aan je mee", ziet Spoormans. "Hoe mooi wil je het hebben als crimineel?"

De nepagenten halen ontzettend veel kostbaarheden op. "We hebben regelmatig mensen die meerdere duizenden euro's overhandigen." En dan gaat het niet alleen om contanten, maar ook om kostbare sieraden. "De oudere generatie heeft natuurlijk ook vaak juwelen, gouden sieraden, waar daders naar op zoek zijn."

Bekijk ook

Urn van de schoorsteenmantel

In sommige gevallen gaat het ook om spullen die ze gewoon mooi vinden. "We hebben zelfs een geval waarbij ze een urn van de schoorsteenmantel meenamen, gewoon omdat ze die er leuk uit vinden zien."

Het is een koelbloedige, geraffineerde vorm van criminaliteit. "Ik hoor soms mensen zeggen: daar trap je toch niet in? Dat wil ik echt uit de wereld halen, want dat is absoluut niet waar."

Schrijnende situaties

Spoormans noemt de situatie waarin de slachtoffers komen schrijnend. Ze moet denken aan een vrouw waarvan de partner net was overleden. "En dat zo'n oplichter dan zegt: god, wat erg voor u, maar dan zult u nu wel extra bang zijn voor inbrekers."

Er zijn slachtoffers waarbij oplichters met zeep de ringen van hun handen halen. "Het maakt ze niet uit hoeveel schade ze aanrichten", vertelt ze. "Ze zijn alleen maar gericht op snel geld verdienen. En dat zie je ook in de manier waarop ze onderling met elkaar communiceren over dit soort criminaliteit: het is laatdunkend en kleinerend richting slachtoffers, echt verschrikkelijk."

Bekijk ook

Recht doen aan slachtofferschap

Nepagenten kunnen worden vervolgd voor oplichting. "Daarvoor staat in de basis maximaal vier jaar gevangenisstraf. Dat doet natuurlijk totaal geen recht aan het slachtofferschap wat dit veroorzaakt", vindt Spoormans. "We zouden eigenlijk die slachtoffers ook daarin veel meer genoegdoening willen geven."

Ze vergelijkt nepagenten liever met een woningoverval, waar negen tot twaalf jaar cel voor staat. "We zien ook dat slachtoffers vergelijkbare klachten melden." Om iemand te vervolgen voor een overval is het gebruik van of dreigen met geweld nodig. "En daar is hier geen sprake van, omdat die slachtoffers zo ingepalmd zijn dat ze zelf de spullen vrijwillig afgeven."

Oproep: praat erover en wees alert

Het fenomeen is lastig te bestrijden, vreest Spoormans. "Ik kan niet verbieden dat iemand een telefoon heeft."

De politievrouw wil waarschuwen. "Wees alert en praat hier ook over met je ouders, grootouders of misschien een buurvrouw op leeftijd. Vertel ze dat dit gebeurt en geef ook aan wat ze kunnen doen."

Bekijk ook

Omgeving beschermen

De politie hoort het graag als iets opvalt in de wijk. "Twee jonge mensen die aan de deur staan bij je seniore buurvrouw: ook voor dit soort situaties mag je 112 bellen als dit ongebruikelijk is."

Ze merkt dat niet iedereen een melding maakt en drukt mensen op het hart dat wel te doen. "Ook als je alleen maar gebeld bent en je zelf al opgehangen hebt. Laat het ons weten. We kunnen je omgeving helpen beschermen door waarschuwingsberichten te versturen."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Waarom zorgreservisten zoals Bart hard nodig zijn om medische tekorten in tijden van crisis op te vangen

Waarom zorgreservisten zoals Bart hard nodig zijn om medische tekorten in tijden van crisis op te vangen
Zorgreservist Bart Hilt
Bron: EenVandaag

Bij een crisis of ramp kan medisch personeel schaars zijn. Om dat op te vangen, gaat Defensie samenwerken met de Nationale Zorgreserve. Hoe versterken dit soort initiatieven de weerbaarheid van Nederland? "Overheid kan het niet meer alleen aan."

Zorgreservisten kunnen nu worden ingezet als Defensiepersoneel naar het buitenland moet, bijvoorbeeld bij een oorlogsdreiging. Het zijn gediplomeerde vrijwilligers, vaak oud-zorgmedewerkers, die zichzelf aanmelden en op momenten van crisis worden opgeroepen om bij te springen.

Coronacrisis

Bart Hilt is zo'n zorgreservist. Hilt heeft onder andere bij de brandweer, ambulance en huisartsenpost gewerkt. Hij werd voor het eerst ingezet tijdens de coronacrisis.

"Toen was er een oproep via Facebook en daar heb ik toen op gereageerd", legt hij uit. "Er werd gekeken in welke regio je woonde en welke ziekenhuizen mensen nodig hadden. En toen ben ik ondersteunend geweest aan de verpleging."

'Samenwerking goed idee'

De samenwerking tussen Defensie en de Nationale Zorgreserve is volgens Hilt dan ook een goed idee. "Als je kijkt naar alle brandhaarden die we in de wereld hebben, kan je er op deze manier echt voor elkaar zijn."

Middenin de coronacrisis wordt het Nationale Zorgreserve opgericht, als burgerinitiatief, legt directeur Charlotte de Schepper uit. "Een aantal burgers dacht toen, 'goh, steeds meer mensen worden ziek, maar ook steeds meer hulpverleners worden ziek. Hoe kunnen wij helpen?' En die hebben de handen ineengeslagen." Inmiddels wordt het gefinancierd door het Ministerie van Volksgezondheid.

Bekijk ook

Tekort opvullen

Mocht Defensie beroep doen op de zorgreservisten, zijn ze puur bedoeld als achtervang.

"Wij worden dan niet uitgezonden naar het buitenland. Maar de medisch specialisten van het leger wel, waardoor er een tekort is aan medisch personeel in de bases van Defensie. En die plaatsen gaan wij dan opvullen", legt Hilt uit.

Voordelen burgerinitiatief

Ook Jaap Donker, directeur van de veiligheidsregio Utrecht, ziet de voordelen van het initiatief.

"Als Defensie in het buitenland meer moet doen en de situatie hier schaars is, of als we bijvoorbeeld slachtoffers vanuit het buitenland moeten verzorgen, hebben we iedereen keihard nodig."

'Overheid kan het niet meer alleen'

Het is volgens Donker duidelijk waarom dit nu van belang is. Het gaat daarbij ook niet om de zorg alleen, legt hij uit.

"Op dit moment zie je dat de kans op een lange stroomuitval, of een natuurbrand heel reëel is. Dat willen we niet, maar we moeten ons voorbereiden." En dat kan de overheid niet meer alleen. "We staan voor ongekende uitdagingen, daarbij hebben we mensen nodig die initiatief nemen."

Waarom zorgreservisten zoals Bart hard nodig zijn om medische tekorten in tijden van crisis op te vangen

Bekijk ook

Zelfredzaam worden

De samenwerking is één stap richting het verbeteren van onze zelfredzaamheid. Maar er is werk aan de winkel op het gebied van weerbaarheid, ziet Donker.

"We zijn gewend dat als er iets misgaat, dat de overheid komt helpen. Maar we zien dat de risico's die we lopen zo groot zijn, dat kan de overheid niet aan. We moeten zelf en samen redzaam worden."

Onvoldoende voorbereid op crisis

Nederlanders voelen de urgentie nog onvoldoende, volgens Donker. "We zijn opgevoed met het idee dat het nooit meer oorlog zou worden en dat alles goed gaat, maar we moeten ons voorbereiden op andere scenario's."

Vandaag presenteerde de Europese Commissie plannen die ertoe moeten leiden dat de Europese Unie voorbereid is op verschillende soorten crises.

Krachten lokaal bundelen

Maar hoe? Volgens Donker ligt de kracht ook vooral in dit soort initiatieven. "Gelukkig zijn er veel instanties die daarbij helpen. Mochten mensen willen bijdragen, meld je dan, zodat we de initiatieven aan elkaar knopen en ons kunnen voorbereiden op iets wat hopelijk nooit voorkomt."

Donker zet zich vooral op lokaal niveau in. "Als de stroom er bijvoorbeeld lang af ligt, hebben mensen behoefte aan informatie." Dat zou in de vorm van lokale 'noodsteunpunten' gerealiseerd kunnen worden. "We willen op logische plekken in de samenleving, zoals brandweerkazernes, een stemlokaal of een buurthuis, dat mensen daar terecht kunnen in nood."

Bekijk ook

Kijk naar elkaar om

We zullen het uiteindelijk vooral met elkaar moeten doen, zegt zorgreservist Bart Hilt. "Ik zie het als een soort roeping. Elkaar ondersteunen en elkaar helpen. Daar waar het tekort is, moet je elkaar aanvullen."

Ook Jaap Donker zegt: "We moeten ook kijken hoe het met de buurman of kwetsbaren in de straat is. Hoe kunnen we samen de schouders eronder zetten? Hoe kunnen we in donkere periodes elkaar hier doorheen loodsen?"

Beter voorbereid dan achteraf problemen

Toch hoopt Hilt binnenkort nog niet ingezet te worden. "Dat zou het mooiste zijn. Hoe minder dat we nodig zijn, hoe beter het eigenlijk is. Maar ja, je kan beter zorgen dat je iets achter de hand hebt, als dat je te laat bent en je in de problemen raakt."

Tot nu toe hebben 4.000 zorgprofessionals zich gemeld bij de Nationale Zorgreserve. Ze hopen te groeien naar een bestand van zo'n 5.000 mensen.

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Ook interessant