Spanje heeft miljarden subsidie gekregen van de Europese Unie om een supersnel trein netwerk aan te leggen. Het land heeft sinds 2000 ruim de helft van het Europese spoorwegenbudget opgeslokt. De hogesnelheidstreinen doorkruizen het hele land, maar er wordt opvallend weinig gebruik van gemaakt. Volgens critici wordt er bij de aanleg en uitbreiding van het grootste hogesnelheidsnetwerk van Europa geen kosten-batenanalyse gemaakt en hebben politieke motieven voorrang. 

Het is doodstil op station Tardienta om elf uur in de ochtend. Een blik op de dienstregeling leert dat er de komende vier uur geen trein zal stoppen. Het dorp telt nog geen duizend inwoners. Toch stopt hier twee keer per dag een hogesnelheidstrein. 's Ochtends kun je instappen naar Zaragoza en Madrid, 's avonds de andere kant op richting Huesca.

Het station van de Alta Velocidad Española (AVE, de Spaanse Hogesnelheidstrein) is de trots van het dorp. Alleen maakt bijna niemand er gebruik van. Anderhalve reiziger per dag, volgens de officiële statistieken. "Dit is geen trein waar de inwoners iets aan hebben’’, zegt burgemeester Agustín Segura. 

Eén op de vier stations van de AVE heeft 150 of minder reizigers per dag.

Spanje ontving bijna helft van Europese budget voor hogesnelheidstreinen

Onlangs verscheen een rapport van de Europese Rekenkamer. Daaruit bleek dat sinds 2000 bijna de helft van het Europese budget voor hogesnelheidstreinen naar Spanje is gegaan. Het gaat om 11 miljard euro van in totaal 23,7 miljard euro. De conclusie in het rapport was vernietigend: lijnen worden aangelegd om politieke redenen, niet om hun economisch of maatschappelijk nut.

Nationaal statussymbool

In 1992 opende Spanje de eerste hogesnelheidslijn tussen Madrid en Sevilla. Sindsdien heeft de uitbreiding van het hogesnelheidsnet altijd hoog op de politieke agenda gestaan van de regering in Madrid. De AVE werd een nationaal statussymbool en stond onder geen enkele regering ter discussie. Tijdens de zwaarste jaren van de crisis ging de aanleg van nieuwe lijnen gewoon door.

Inmiddels heeft Spanje bijna 3500 kilometer hogesnelheidslijn in gebruik. Daarmee heeft het land het grootste net van Europa. Wereldwijd heeft alleen China meer kilometers hogesnelheidstrein. Maar nergens rijden die snelle treinen zo leeg rond als in Spanje. 

Spanje heeft bijna 3500 kilometer hogesnelheidslijn in gebruik.

Binnen vier uur in Madrid

De verlaten perrons van Tardienta staan niet op zichzelf. Eén op de vier stations van de AVE heeft 150 of minder reizigers per dag. Dat is het gevolg van een transportbeleid waarbij volgens critici geen kosten-batenanalyse gemaakt wordt en politieke motieven de voorrang krijgen. Behalve een symbool van nationale trots is de hogesnelheidslijn een symbool om de nationale eenheid en de centrumfunctie van Madrid te versterken. Madrid moet binnen vier uur vanuit alle provinciehoofdsteden te bereiken zijn, was de droom van premier José Maria Aznar in 2000. 

Geen openheid van zaken

Die visie is nog steeds van kracht. En daarvoor is geen prijs te hoog. Tot nu toe heeft de Spaanse regering volgens onderzoeker Germà Bel 70 tot 80 miljard euro in de aanleg van de AVE gepompt. Dat is een schatting, want sinds de crisis geeft de regering in Madrid geen openheid van zaken meer over de werkelijke uitgaven. "Het is zeer ernstig dat er geen openheid van zaken wordt geven", zegt hoogleraar economie Bel.

Bel vindt ook dat subsidiegever Brussel zich eens flink achter de oren moet krabben. "De Europese Commissie weet dat Spanje de exploitatie subsidieert’’, zegt hij. "Dat mag niet volgens de Europese regels, omdat een hogesnelheidstrein niet valt onder de verplichte publieke dienstverlening." Maar in Brussel kijken ze liever de andere kant op. "Dat is opmerkelijk. Tenslotte is hier veel Europees geld mee gemoeid’’, zegt hij.