Onjuist en onvolledig. Als een politiek verantwoordelijke deze twee woorden op de jas krijgt gespeld, dan is het doorgaans gedaan. De Tweede Kamer onjuist en onvolledig informeren is een doodzonde. 

Vergevingsgezindheid staat niet in de parlementaire huisregels, maar soms zijn er politiek opportunistische redenen om een politicus letterlijk alle hoeken van de Kamer te laten zien, en vervolgens – weliswaar uitgewoond en vleugellam – toch op het departement te laten zitten. Vast staat dat het debat in de Tweede Kamer over de afluisteraffaire uiteindelijk gaat over het blijven of gaan van twee bewindslieden. Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) en Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) krijgen het in het Kamerdebat niet gemakkelijk want uit de schriftelijke beantwoording op de vele Kamervragen blijkt dat het parlement onvolledig en onjuist is geïnformeerd. Het staat niet tussen de regels, het staat er zwart op wit, onomwonden.

Minister Plasterk wist al maanden dat Nederlandse inlichtingendiensten in een bepaalde periode 1,8 miljoen telefoontjes (metadata genoemd) hadden getapt. In Nieuwsuur beweerde Plasterk dat Nederland er niets mee te maken heeft en samen met de minister van Defensie werd de Kamer niet over de juiste feiten geïnformeerd. De ministers hebben, zo staat het  in een brief aan de Tweede Kamer, de afweging gemaakt ‘tussen de plicht om de Kamer zoveel als mogelijk te informeren en het belang van de staat om in het openbaar niet in te gaan op de mogelijke modus operandi van onze diensten’.

Rechtszaak

Vanwege een rechtszaak van verontruste burgers is vorige week plots de waarheid boven tafel gekomen. Nederland luisterde dus wel af.

Waarom dwingt een lopende rechtszaak opeens ministers een staatsgeheim prijs te geven? Juristen vertellen mij dat gevoelige informatie ook achter gesloten deuren tijdens een zaak kan worden besproken, zodat het niet openbaar wordt maar wel door een rechter kan worden meegewogen. Voor die optie is niet gekozen.

Willen de ministers met deze plotse informatievrijgevigheid voorkomen dat er nog meer vragen worden gesteld, die mogelijk nóg delicater van aard zijn?

Plasterk heeft z’n mond open gedaan , maar niet de waarheid verteld. Hennis-Plasschaert heeft helemaal niets gezegd, maar de vraag is of géén informatie geven minder erg is dan onjuiste informatie geven.

Commissie Stiekem

Een complicerende factor in deze affaire is de commissie Stiekem. De fractievoorzitters in de Tweede Kamer worden zo af en toe door het kabinet en de chefs van de Inlichtingendiensten geïnformeerd over lopende zaken en gevreesde gevaren. Mij is weleens verteld dat die bijeenkomsten weinig opwindend zijn, omdat vaak aan de orde komt wat al in de krant staat. Weten doen we het niet. En dat is juist het probleem. De Kamer controleert de regering, maar fractievoorzitters hebben misschien wel voorinformatie gehad – wellicht ook in dit geval. Vertellen mogen ze het niet. Als daar achter geblindeerde ramen ook onwaarheid is verteld, zal dat indirect ook een rol spelen bij het eindoordeel van de Kamer.

“Samen uit, samen thuis”, vertelde mij iemand uit de VVD-top toen ik vorige week vroeg naar de positie van de bewindslieden. Betrokkene zei mij er niet bij tot hoelang dit uitgangspunt geldt. Ligt een politicus in de vuurlinie, dan is het vaak ieder voor zich.

Tovenarij

Er is verbale tovenarij nodig in de Kamer het volledig vertrouwen te herwinnen. Smeken om genade kan helpen. Maar ministers die verantwoordelijk zijn voor de staatsveiligheid kunnen eigenlijk niet verder als de grootste oppositiepartijen een motie van wantrouwen steunen. Of het zover komt, is op dit moment gissen. Als ik ooit nieuwsgierig zou zijn naar afgetapte telefoongesprekken, dan is het nu op dit moment. Wie belt in Den Haag met wie? Wat wordt beloofd en wat wordt gevraagd? Want alleen met hopen op een goede afloop redden de betrokken bewindslieden het niet. Er is echt meer voor nodig.