AVROTROS

Orkaan Sandy: geen marathon, maar noodhulpverlener

Cabaretier Pieter Jouke was in New York om de marathon te lopen, maar eindigde als vrijwillige hulpverlener en hielp mee de rotzooi op te ruimen die orkaan Sandy veroorzaakte. Hier zijn aangrijpende verhaal. Het zou ongeveer mijn vijftiende marathon worden en ik zou hem lopen als toerist, dus voor mij was dat niet zo erg dat 'ie werd afgelast. Even teleurgesteld, en daarna actie. Op Twitter en Facebook vroeg ik of iemand een adres of telefoonnummer had waar ik me zou kunnen aanmelden als vrijwilliger. Na zo'n zes uur intensief zoeken vond ik via Twitter een lijst waarop ik me in kon tekenen.

Aangezien ik de marathon met een Cliniclowns loopgroep liep, gingen er al snel meerdere van hen mee. We namen de taxi naar twee verschillende locaties. Een groepje Cliniclownlopers richting Staten Island en wij naar Brooklyn (Red Hook). Ondertussen liepen loopgroepen van allerlei nationaliteiten in het Central Park. Ieder heeft zijn manier om de teleurstelling te verwerken. Veel New Yorkers waren er blij mee, gezien de support die men gaf in het Park.

Wij stonden een tijdje in een rij voor de balie waar we ons aan konden melden als vrijwilliger. Die rij was langer dan die voor het koffietentje. We meldden ons aan en werden naar een huis gestuurd waar we alle natte spullen naar buiten hebben gedragen, zodat ze konden worden afgespoeld en gefotografeerd voor de verzekering.

Daarna hebben we drek staan scheppen in vuilniszakken in een volledig donkere kelder. Opgerolde tapijten die volgezogen waren, hebben we met man en macht de kelder uit weten te tillen. We zaten behoorlijk onder de drek. Daarna zijn door de buurt gewandeld en hebben we overal en nergens rommel opgeruimd, eten opgehaald en weggebracht, om vervolgens weer de vrijwilligersrij op te zoeken voor de volgende opdracht. Daar werd ons gevraagd of we vooral naar Coney Island wilden gaan.

In Coney Island was het vele malen slechter. Hier staan geen opkomende buurten, maar ondergaande. Er waren veel berovingen, plunderingen en verkrachtingen geweest in de onverlichte flats. Mensen zagen er verslagen, achterdochtig en tot alles in staat uit. Vrijwilligers waren er genoeg, dus gingen wij door naar Queens.

Ik had intussen al wel genoeg leed gezien: volledig verwaarloosde kinderen die langs de kant van de straat hun behoefte doen, jongeren met paniek in de ogen en wanhopige vaders en moeder. Maar toen ik die ene wijk in Queens binnenreed, brak ik. Het was een volledige oorlogszone. Huizen zijn verbrand, opgeblazen en kapotgewaaid.

Modder en rioolslip zit tot anderhalve meter hoog op de muren. Kelders waren tot het plafond volgestroomd met water, slip, vuilnis en auto's. We hebben een man zijn kelder leeggeschept, vuilniszak na vuilniszak met een soort papier machee. Fotopap van foto's van zijn overleden vrouw. Met tranen in zijn ogen liet hij mij een foto zien van zijn overleden vrouw. Het was een van de laatste droge foto's. Het was maar goed dat we de vuilniszakken volschepten in een donkere kelder. Ik had de pap die er over was van de geschiedenis van deze man niet kunnen aanzien.

Toen we in het donker aankwamen bij mijn hotel met stroom en warm water besefte ik wel hoe bijzonder dat is. Ik heb vandaag een man geholpen. Een oudere man die al dagen niet gedouchet had, maar die nog helemaal fris was in zijn hoofd. Een man die zo dankbaar was. Voor mij was dit de meest indrukwekkende marathondag ooit.

Advertentie via Ster.nl