De ooievaar was 50 jaar geleden zo goed als uitgestorven in Nederland. Inmiddels zijn er weer duizenden. Hoewel de soort geen hulp meer nodig heeft, geven sommige vrijwilligers niet op. "Ze laten inslapen? Dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen."

Kees Vos vloog voor de KLM op een Boeing 747, toen de Vogelbescherming hem in 1979 vroeg een ooievaarsstation op te zetten bij zijn woonboerderij in Herwijnen. Kees groeide op in Schoonhoven, waar vlakbij zijn ouderlijk huis een van de laatste ooievaarsnesten in Nederland was. Van jongs af aan was hij dus bekend met de trekvogel. Het verdwijnen van de ooievaar ging hem aan het hart.

Ooievaar verdween in rap tempo

Hoewel de ooievaar zich prima kan aanpassen aan veranderende omstandigheden, werd er de jaren na de Tweede Wereldoorlog zoveel landbouwgif gebruikt, dat het dier in rap tempo verdween. De ooievaar kreeg steeds meer moeite met het vinden van voedsel. In 1979 waren er nog veertien ooievaars in heel Nederland.

Mede om deze reden ontstond er een fokprogramma. Waar Kees zonder enige voorkennis aan begon. Het project is nu, meer dan 40 jaar later, een groot succes geworden. "Ik hoopte dat het zou lukken, maar we wisten niks. Het was nog nooit gedaan."

Lees ook

Vogels uit Groot-Ammers en Zwitserland

"We kregen een paar vogels uit Groot-Ammers en kochten er tien in Zwitserland", vertelt Kees. De eerste ooievaars in het ooievaarsstation werden gekortwiekt en een aantal kreeg riempjes om de vleugels, zodat ze niet konden wegvliegen.

Vervolgens werden ze in kooien bij elkaar geplaatst en begonnen vrijwilligers van het ooievaarproject met observeren, in de hoop dat ze zouden paren. Dat gebeurde. De dieren die daaruit werden geboren zijn uiteindelijk weer vrijgelaten.

Vrijwilligers
Bron: EenVandaag
Vrijwilligers Kees Vos (links) en Piet van Andel delen een passie voor de ooievaar

Doorslaand succes

"We hadden verwacht dat de ooievaars meteen zouden vertrekken, maar ze bleven in de buurt van het station", vertelt Piet van Andel, vrijwilliger van het eerste uur in Herwijnen. "Het bijzondere was ook dat, ondanks dat de dieren in gevangenschap waren geboren, ze in de nazomer toch aan de trek naar Noord-Afrika begonnen. Van hun ouders hadden ze dat nooit geleerd."

In 2009 werd het fokprogramma van de ooievaars door de Vogelbescherming stilgezet, vanwege doorslaand succes. Maar Piet en Kees zijn daarna doorgegaan met de opvang en verzorging van ooievaars.

Lees ook

'De ooievaar heeft mij gered'

Het opvangen en verzorgen van ooievaars is dé passie van Piet. Dus toen Kees hem 3 jaar geleden vertelde dat hij vanwege zijn leeftijd zou verhuizen naar een bungalow, sloeg de schrik hem om het hart. Want hoe moest het verder met de ooievaars?

Kees vroeg Piet om het project over te nemen. "Ik heb gehuild en meteen ja gezegd", vertelt Piet, bewoner van een 400 jaar oude dijkwoning aan de Waal in Herwijnen. Het was net in de periode dat Piet in een burn-out was geraakt en bezig was afscheid te nemen van zijn werk als portier bij een groothandel. "De ooievaar heeft mij gered, zo zie ik dat" zegt hij.

Redding van de soort hoeft niet meer

Nu nestelen zich elk jaar ongeveer twintig ooievaars op en om zijn huis. Piet: "En hoewel het voor de redding van de soort niet meer hoeft, blijf ik ze verzorgen als dat moet. Soms vinden mensen een jonge ooievaar onder een nest en die brengen ze dan bij mij langs. Ik probeer zo'n diertje dan te redden." In de tuin van Piet lopen twee ooievaars die niet kunnen vliegen: "Ze vinden elkaar leuk en overleven. Wat moet ik dan? Ze laten inslapen? Dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen."

Het gaat nu een stuk beter met de ooievaar in Nederland. Door wetgeving over landbouwgif is de voedselkwaliteit sterk verbeterd. Het fokprogramma van Kees en Piet heeft een beslissende duw gegeven in het herstel van de stand van ooievaars. Er zijn nu in de zomer ongeveer 2.500 broedende ooievaars in Nederland.

50 jaar geleden was de ooievaar zo goed als uitgestorven in Nederland. Nu zijn er weer duizenden. Vooral door de inzet van honderden vrijwilligers