radio LIVE tv LIVE
meer NPO start

Ondanks extra geld krijgen scholen met leerachterstanden vacatures nauwelijks gevuld

Ondanks extra geld krijgen scholen met leerachterstanden vacatures nauwelijks gevuld
Middelbare schoolklas
Bron: ANP

Een extra bonus voor docenten op scholen met een groot risico op onderwijsachterstanden bij leerlingen helpt nauwelijks bij het terugdringen van het personeelstekort. Dat blijkt uit een rondvraag onder ruim 150 schoolbesturen.

Ondanks de 375 miljoen euro die het voormalig kabinet heeft uitgetrokken, houdt het personeelstekort aan. "Dit is een tijdelijke pleister op een grote structurele wond", zegt voorzitter Tamar van Gelder van de Algemene Onderwijsbond (AOB).

Meer salaris dan collega's

'Scholen met een groot risico op onderwijsachterstanden hebben vaker moeite om vacatures te vullen en meer verloop', concludeerde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vorig jaar. Zij bedachten daarom de zogeheten arbeidsmarkttoelage: een eenmalige investering voor de duur van 2 jaar.

Op ongeveer 15 procent van de scholen in het middelbaar en basisonderwijs, de scholen met het grootste risico op achterstanden, krijgen leraren 2 jaar lang zo'n 8 procent meer salaris dan hun collega's op andere scholen. Dit moet het aantrekkelijker maken op om deze scholen te (blijven) werken.

Incidentele pleister

Maar een halfjaar na de invoering heeft de regeling nog nauwelijks effect, blijkt uit een rondvraag onder ruim 150 schoolbesturen. Slechts drie van de ondervraagde besturen geven aan dat de toelage heeft geholpen bij het vullen van vacatures. Maar liefst 80 procent van de scholen ging met openstaande vacatures het nieuwe jaar in.

Voorzitter Tamar van Gelder van de Algemene Onderwijsbond (AOB) is niet verrast door de uitkomsten. "Dit bevestigt het beeld dat we van tevoren hadden. Ik vind het niet fijn dat we daarin gelijk hebben gekregen, want ik gun elk kind een goede docent. Deze toelage is een incidentele pleister op een grote open wond. Met tijdelijk geld los je het structurele probleem niet op."

Bekijk ook

'Geld mag nooit de primaire motivatie zijn'

Ook kiezen veel scholen ervoor om niet met de arbeidsmarkttoelage te adverteren in vacatures. Maar liefst 80 procent doet dat niet. Waaronder de school van bestuurder Maryse Knook, de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB).

Ze kiest er bewust voor om de arbeidsmarkttoelage niet te noemen in vacatureteksten. "Mensen moeten kiezen voor de school die we zijn, niet voor het salaris. Geld mag nooit de primaire motivatie zijn om bij ons op school te komen werken. Als je mensen aanneemt die alleen voor de toelage komen, dan zullen die waarschijnlijk na 2 jaar weer vertrekken. Dan zit je opnieuw met een personeelstekort en is er alsnog veel doorstroom van docenten. Dat is ook voor leerlingen niet prettig."

'Legt de nadruk op problemen'

Knook worstelt met de regeling. Enerzijds is ze blij met het extra salaris, maar anderzijds voelt ze dat hierdoor een stempel wordt gedrukt op haar school en de leerlingen. "We zijn blij dat we docenten meer salaris kunnen bieden, want ze werken ongelofelijk hard. Maar de maatregel legt erg de nadruk op problemen."

"Woorden als 'achterstand' en een 'uitdagende leerlingenpopulatie' vind ik vreselijk. We worden hiermee weggezet als een achterstandsschool. Dat is niet eerlijk naar onze leerlingen toe. Wij zijn een brede school met veel verschillende niveaus en culturen. Dat is juist rijkdom in een school."

Bekijk ook

Structureel geld

Van Gelder van de AOB vindt dat er vanuit de overheid structureel geld moet komen om de tekorten aan te vullen. En dat de overheid het vervolgens aan de werkgevers moet laten hoe ze dat geld inzetten. "Je kunt niet van bovenaf beslissen wie wel en niet behoefte heeft aan extra financiering. Er is een langdurige aanpak nodig met visie over de jaren en schoolbesturen heen."

Ze benadrukt dat bij het aantrekken van personeel meer factoren komen kijken dan salaris. "Mensen behouden gaat niet alleen om geld. Daar komen ook factoren bij kijken als de woningmarkt, opleiding, doorgroeimogelijkheden. Het trekken en behouden van personeel is afhankelijk van meer factoren dan alleen salaris."

'Te vroeg om effecten te zien'

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zegt dat het nu nog te vroeg is om de effecten te zien van de arbeidsmarkttoelage. Ze verwacht daar in het voorjaar meer inzicht in te hebben. Het al dan niet structureel maken van de toelage zal daarvan afhangen.

Het ministerie benadrukt het belang van de maatregel: "We willen dat alle kinderen de kans krijgen om de achterstanden als gevolg van corona in te halen. Scholen met veel achterstanden hebben daar extra hulp bij nodig, omdat het tekort aan leraren en schoolleiders daar groter is dan op andere scholen."

info

Verantwoording bij het onderzoek

EenVandaag onderzocht in samenwerking met vijf studenten van de Hogeschool Journalistiek in Utrecht (Jim Brink, Maite Perez y Perez, Kasper Spruijt, Merveille Tandu en Brechtje Verhoeven) de effecten van de arbeidsmarkttoelage. Hiervoor benaderden we 376 schoolbesturen van de scholen die in aanmerking komen voor de toelage per e-mail met een vragenlijst. 159 besturen hebben de vragenlijst ingevuld.

Bekijk hier de tv-reportage over dit onderwerp.

Bekijk ook

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Waarom president Donald Trump importheffingen ondanks waarschuwingen van economen tĂłch doorvoert

President Donald Trump kondigde het gisteravond aan: Amerika gaat een importheffing van 20 procent op alle producten uit de Europese Unie doorvoeren. Wereldwijd waarschuwen economen dat dit een slecht idee is, vooral voor de VS zelf. Toch zet Trump door.

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Onzekerheid bij Nederlandse ondernemers door Amerikaanse importheffingen: 'We begrijpen zijn visie, maar maakt het lastig voor ons'

Onzekerheid bij Nederlandse ondernemers door Amerikaanse importheffingen: 'We begrijpen zijn visie, maar maakt het lastig voor ons'
Willem Hulsebosch is eigenaar van een bloembollenbedrijf dat exporteert naar de VS
Bron: EenVandaag

Voor Nederlandse ondernemingen met veel export naar de Verenigde Staten breken spannende tijden aan. Door de extra belasting van 20 procent worden hun producten voor de Amerikaanse consument een stuk duurder. "Dit betekent heel veel onzekerheid."

"Dit valt wel rauw op ons dak", zegt Willem Hulsebosch. Samen met zijn vrouw en zoons runt hij al jaren een bloembollenbedrijf in Julianadorp.

Andere markten

"We doen al decennialang zaken met Amerika en hebben in de loop der jaren echt een goede band opgebouwd met onze klanten in de VS", gaat Hulsebosch verder. "Die willen we graag houden. Maar als het moet, dan gaan we ons op andere markten richten."

Want de familie beseft wel dat Amerikanen zullen afhaken als bloemen door de heffing te duur worden. "Tulpen zijn geen eerste levensbehoefte. Aan het eind van je rondje supermarkt staat er een bosje bloemen. Als dat ineens 20 procent duurder is, dan denk je wel twee keer na."

'We begrijpen zijn visie'

De familie Hulsebosch is flink verweven met de Verenigde Staten. "Onze moeder is Amerikaans, we hebben familie overzee en komen er vaak", vertelt zoon Roy.

"We houden van het land en zijn zelfs pro-Trumpers. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar we begrijpen zijn visie wel. Hij maakt waar wat hij zegt. Dat vinden wij ergens ook wel bewonderenswaardig. Hij zet zijn volk op Ă©Ă©n, dat is duidelijk. Daar kunnen wij in Europa nog wat van leren. Alleen dit plan, dat maakt het voor ons wel lastig."

Bekijk ook

Niet volledig afhankelijk

Toch blijft Hulsebosch positief: "We zijn gelukkig niet volledig afhankelijk van Amerika. We exporteren ook naar Engeland, China, Rusland en Kazachstan. En we hebben een uniek product. Bollen kun je maar op Ă©Ă©n plek in de wereld telen, en dat is hier, in Nederland. Door het klimaat, de bodem, de omstandigheden. Dat kan niet zomaar ergens anders. Daar hebben ze ons gewoon voor nodig.

Er zijn dus genoeg opties. "Als de ene markt moeilijk doet, dan vinden wij onze weg wel via een andere. We hebben al vaker met onzekerheden te maken gehad. Als het even tegenzit, dan nemen we genoegen met wat minder marge en stellen we investeringen gewoon even uit."

'Kennis en ervaring zit in Nederland'

"Trump ziet ons het liefst naar Amerika vertrekken", legt directeur van TTA-ISO Martin Maasland uit. Het Nederlandse bedrijf maakt landbouwmachines en heeft een grote afzetmarkt in de Verenigde Staten.

TTA-ISO heeft zelfs een kantoor in de VS zitten. "Maar de kennis en ervaring op het gebied van high-techsystemen in de tuinbouw zit hier in Nederland. Die gekwalificeerde mensen kun je niet oppakken en in Amerika neerzetten."

Bekijk ook

Prijs verlagen

Bang voor Amerikaanse concurrenten is Maasland niet. "In ons geval zijn er weinig of eigenlijk geen partijen in de Verenigde Staten die hetzelfde kunnen bieden als wij. We zien onszelf daardoor niet genoodzaakt om de winstgevendheid op onze machines te verlagen."

Maar als de prijs vanwege de invoerheffingen te hoog wordt, dan bestaat er volgens Maasland wel een kans dat de markt afneemt of zelfs helemaal stilvalt. "Dan kunnen we overwegen of we bereid zijn iets van onze marges op te geven, maar we moeten ook de salarissen van onze medewerkers kunnen betalen."

Tegenactie

Over eventuele eigen tarieven die de EU als tegenactie kan invoeren, maakt Maasland zich geen zorgen. "De grootste impact zijn uiteindelijk toch de hoge tarieven van Amerika richting Europa, omdat wij in Europa produceren."

"En andersom importeren wij weinig vanuit Amerika", gaat hij verder. "Dus als Europa hoge handelstarieven gaat invoeren, verwachten wij niet dat dat veel impact op ons heeft."

Bekijk ook

Minder groei maar geen crisis

Hoofdeconomoom van de ING Marieke Blom begrijpt de zorgen van Nederlandse ondernemers die veel exporteren naar de Verenigde Staten. "Door Trumps nieuwe invoertarieven, gemiddeld 25 procent, en zelfs 54 procent voor China krijgt ook de Europese Unie een tarief van 20 procent opgelegd. Dat leidt naar verwachting tot een exportdaling van zo'n 15 procent richting de VS. Voor Nederland betekent dat een krimp van ongeveer 0,2 procent van het BBP."

Toch is dit volgens Blom geen nieuwe economische crisis in wording. "Dit is niet te vergelijken met corona of de energiecrisis. Het is vooral een rem op de groei."

Niet terugslaan met eigen tarief

Blom verwacht dat Europa met eigen tarieven zal reageren. "Maar hoe dat uitpakt is onduidelijk, omdat we niet zeker weten hoe Trump reageert. Een handelsoorlog moeten we zien te voorkomen."

"We kunnen beter gerichte steun bieden aan getroffen sectoren. Ook kan er veel winst worden geboekt door de interne markt beter te laten werken. En er liggen veel kansen in het versterken van handelsrelaties met landen als India en Zuid-Amerika. Als we dit moment grijpen, kan Europa uiteindelijk sterker en minder afhankelijk van de VS worden. Ook voor Nederland liggen hier echte kansen."

Onzekerheid bij Nederlandse ondernemers door Amerikaanse importheffingen

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.

Ook interessant