Doet Nederland er goed aan om een distributie-hub van Europa te willen worden? Deskundige Cees-Jan Pen zet daar vraagtekens bij. "Je moet als klein land keuzes maken, de ruimte is niet eindeloos."
Nederland wil maar wat graag die hub zijn: Schiphol Airport en de Rotterdamse haven zijn daar voorbeelden van. Maar daarvoor hebben we grote distributiecentra nodig. In gigantische 'dozen' van soms 600 meter breed en 25 meter hoog stapelen onze pakketjes van bijvoorbeeld de Action, Wehkamp en Bol.com zich op.
Distributiecentra
Afgelopen 5 jaar steeg het aantal distributiecentra met 20 procent. Al deze 'dozen' bij elkaar beslaan 28 miljoen vierkante meter. Dat gaat ten koste van ons Nederlandse landschap. "Het landschap wordt hier te grabbel gegooid, de mooie lindebomen, de weilanden waar nu nog koeien grazen. Alles wat je om je heen ziet, is straks één grote doos", zegt omwonende Marjolein de Graaff.
En die groei? Die stopt voorlopig niet, stelt Cees-Jan Pen. Hij is lector Ondernemende Regio bij Fontys Hogescholen. Volgens hem willen grote logistieke bedrijven zo goedkoop mogelijk, zoveel mogelijk grondoppervlakte krijgen. En dat kan ik Nederland vrij makkelijk: er is namelijk geen regelgeving rondom de distributiecentra.
Geen regels
"Vanuit het rijk zijn er geen regels, waardoor gemeenten elkaar wegconcurreren door hun grond goedkoop aan megabedrijven aan te bieden", zegt Pen. Gemeenten willen maar wat graag grond verkopen, want ze zitten vaak met een krappe begroting.
"Bovendien stellen ze amper voorwaarden aan de bedrijven. Het is dus echt belangrijk dat de provincies de regie terugnemen, zodat ze ook andere voorwaarden kunnen stellen. Zoals de omgang met de omgeving en het landschap, daar moeten we ook naar kijken", vindt Pen.
Nut voor Nederland
En als we dan toch distributiecentra nodig hebben, kan het dan niet anders? Pen ziet ook mogelijkheden. "Als de provincies de regie pakken, kunnen ze bouweisen stellen. Ze kunnen vragen om meer vergroening, zodat de dozen beter opgaan in het landschap."
"Of we kunnen zorgen dat de centra ook nog nut voor Nederland hebben. Waarom is het bijvoorbeeld nog niet verplicht dat dit soort magazijnen zonnepanelen op hun dak leggen?" vraagt Pen zich af.
Meerdere natuurbranden en een sproeiverbod in Brabant: het is erg droog. En dat terwijl het pas begin april is. Wapenen we ons wel goed genoeg tegen droogte? "Er is in de winter vrij veel regen gevallen, maar dat water is voor een groot deel afgevoerd."
De kogel is door de kerk: de publieke omroep wordt grondig hervormd. Van de dertien omroepen blijft een handvol 'omroephuizen' over en de NTR verdwijnt, waardoor nog onduidelijk is wie programma's als Het Klokhuis en het Sinterklaasjournaal gaat maken.
Minister Eppo Bruins, die verantwoordelijk voor is mediabeleid, heeft zijn plannen vandaag in een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Volgens hem moet de publieke omroep beter inspelen op veranderingen in de samenleving en de opkomst van de grote techbedrijven, die de digitale media domineren. Ook wil Bruins 157 miljoen euro bezuinigen.
'Iedereen een plek geven'
"Wat we nodig hebben is een publieke omroep die beter samenwerkt, waar men met elkaar ervoor zorgt dat er meer geluid vanuit de samenleving terechtkomt in de omroepen en de programma's", zegt Bruins over het doel van zijn plannen. "Wat ik hoop is dat we over een paar jaar nog die mooie programma's zien die we nu ook zien, maar dat we merken dat iedereen een plek krijgt in het bestel."
In het huidige omroepbestel gaat dat nu niet goed, vindt de minister. Om een nieuw geluid te laten horen moet je eerst een compleet nieuwe omroep oprichten, met het daarbij minimaal 50.000 leden en een volledig nieuwe organisatie. Tussen een idee en het eerste programma zit volgens hem te veel tijd.
Vier of vijf 'omroephuizen'
Om dit te veranderen, en om kosten te besparen, moeten de huidige dertien omroepen van Bruins - als alles meezit - in 2029 opgaan in vier of vijf 'omroephuizen'. Daarmee is het bijna onvermijdelijk dat bekende omroepnamen zullen verdwijnen. In de toekomst hoeven omroepen bovendien geen leden meer te hebben en kunnen er geen nieuwe omroepen meer toetreden tot het bestel.
Maar om ervoor te zorgen dat alle geluiden die te horen zijn in de maatschappij ook daadwerkelijk een plek krijgen op televisie, radio en internet, wil de minister de omroephuizen verplichten om 'mee te bewegen met veranderende geluiden in de samenleving'. Hoe dat er in de praktijk uit moet gaan zien en wie daar toezicht op houdt, moet nog worden uitgewerkt, erkent hij.
Publieke omroep gaat grondig op de schop: wat gaat de kijker daarvan merken? 'Meer herhalingen'
Wat merkt de kijker?
Wel is het 'onvermijdelijk' dat de kijker of luisteraar iets gaan merken van de plannen, erkent de minister. Dat komt door de jaarlijkse bezuiniging van bijna 160 miljoen euro, maar ook door het verdwijnen van een omroep als de NTR. Die maakt educatieve programma's en (educatieve) jeugdprogramma's. Denk aan Het Klokhuis en het Sinterklaasjournaal, maar ook programma's als Andere Tijden.
De hervormingen van de publieke omroepen leveren volgens Bruins daarnaast niet genoeg geld op om te voorkomen dat in de toekomst ook programma's van andere omroepen op radio en televisie geschrapt zullen moeten worden.
"Dit zal leiden tot meer herhalingen en minder productie", verwacht mediahistoricus en omroepdeskundige Huub Wijfjes van de Rijksuniversiteit Groningen. Ook is het volgens hem de vraag wie programma's als Het Klokhuis en het Sinterklaasjournaal - 'die breedgedragen zijn' - zal overnemen.
"De minister wil dat de educatieve taken naar andere omroepen gaan", legt hij uit. "Maar wie neemt dat soort programma's over? Of de geschiedenisprogramma's? Dat is onduidelijk."
Terug naar oude systeem
De mediahistoricus zegt dat Nederland met het nieuwe omroepbestel terugkeert naar het systeem dat voor 1968 bestond: omroepen die voor eeuwig in het bestel zitten omdat nieuwe omroepen niet kunnen en mogen toetreden.
En met het opheffen van de NTR, een zogenoemde 'taakomroep' die culturele en educatieve programma's moet uitzenden, keren we volgens Wijfjes terug naar de situatie van voor 1992. "Mijn grootste zorg is: hoe wordt de kwaliteit overeind gehouden met minder geld?"
VVD-Kamerlid Claire Martens is juist tevreden dat het omroepbestel nu eindelijk op de schop gaat. Haar partij pleit al jaren voor een grondige stelselherziening omdat de publieke omroep niet meer bij de tijd zou zijn.
In het plan van minister Bruins zegt Martens grotendeels haar eigen plannen terug te zien. "Focus op waar wat ons betreft eigenlijk de publieke omroep voor is. Dus meer op journalistiek, en op het maken van culturele programma's."
Minder geld, minder kwaliteit?
Het Kamerlid zegt dat het 'een feit' is dat de publieke omroep het moet gaan doen met minder geld. "Maar dat betekent niet dat de mensen thuis daar last van gaan hebben", vertelt ze. "Wij willen al die managementlagen, al die bestuurslagen gaan afzwakken. Dus minder geld naar de publieke omroep betekent niet minder geld naar de journalistiek."
Maar volgens omroepdeskundige Wijfjes is dat nog maar de vraag: "De hervorming hinkt op twee gedachten: enerzijds bezuinigen, maar anderzijds investeren in de publieke omroep en journalistiek. Dat is moeilijk met elkaar te verenigingen."