Nederlanders hoeven geen angst te hebben voor terugkerende IS-vrouwen en hun kinderen. Dat zegt de 26-jarige Hafida H. uit Delft die al bijna een jaar met haar drie kinderen in een Noord-Syrisch gevangeniskamp vastzit. Ze wil terug naar huis en heeft spijt.

De vrouw vertrok in 2013 naar IS-gebied en staat op de nationale terrorismelijst. De vrouw zegt dat ze vijf jaar geleden naar Syrië is vertrokken om haar man terug te halen. “Maar dat is niet gelukt”, zegt Hafida H. Eenmaal in IS-gebied kon ze niet zomaar meer weg. Ze krijgt drie kinderen en zwerft van stad naar stad.

H. is een van de drie vrouwen in een Noord-Syrisch kamp die internationaal gesignaleerd staat. Justitie wil haar in Nederland voor de rechter brengen. Dat bevestigt haar advocaat André Seebregts, die het strafdossier van H. nog niet heeft kunnen inzien. 

Kijk en lees ook:

Huwelijk met beruchte jihadist

Hafida zou getrouwd zijn met Syriëganger Thijs B.. Hij werd in juli 2016 bij verstek veroordeeld tot zes jaar cel voor lidmaatschap van een terroristische organisatie. Het echtpaar zou samen in ieder geval één kind hebben gekregen. Hafida zou volgens berichten hoogzwanger zijn geweest toen ze in 2013 vertrok naar Syrië. Over wie haar echtgenoot was, zegt H. in het interview niets. Wel dat het huwelijk over is. “Dat is een afgesloten hoofdstuk voor mij”, zegt ze in het gesprek.

De naam van de Delftse dook afgelopen winter op. Ze zou als enige Nederlandse vrouw getraind zijn door IS om bij terugkeer in ons land een aanslag te plegen. Dit zou een Belgische IS’er hebben verklaard tijdens een verhoor door Amerikanen.

Hafida zelf zegt dat Nederlanders moeten niet bang moeten zijn voor terugkerende vrouwen en hun kinderen. Al begrijpt H. dit wel. “Een persoon heeft in IS gebied geleefd en komt terug naar Nederland”, zegt Hafida. "Wij vrouwen zijn slechts vrouwen geweest in IS-gebied, moeders. (…) Ze hoeven echt niet bang te zijn, dat weet ik wel.”

Broodje kaas en karnemelk

Ze mist de schone straten van Delft, haar familie en lekker eten. Vooral na tien maanden in het kamp. "Een broodje kaas en een glas karnemelk zijn al een groot gemis,” zegt de vrouw. “Ik hoop toch dat we er op een of andere manier uit worden gehaald”, zegt Hafida. 

Hoewel ze ook beseft dat haar bij thuiskomst heel wat te wachten staat.  “Na de moeilijke periode zou ik graag mijn oude leven willen oppakken", zegt de vrouw. "Met mijn kinderen door willen gaan. Na al die jaren ga je toch dingen waarderen. De kleinste dingen. Mijn leven gaat er anders uit zien.”

Nederlandstalige IS-vrouwen hopen op spoedig einde ‘nachtmerrie'

Ook twee andere IS-vrouwen, die anoniem willen blijven, willen terug naar huis. In audioboodschappen aan EenVandaag laten zij weten dat ze hopen dat er snel een einde komt aan 'deze nachtmerrie'. Ze hopen dat hun land hun wil terugnemen. Ze hebben spijt van hun komst. “We hebben een hele grote fout gemaakt om hier naar toe te komen. We zagen een belofte. (…) Uiteindelijk bleek dit allemaal een grote leugen waarin dingen werden beloofd. Wij zijn een van de velen die in hun val zijn gelokt.”

De omstandigheden in het kamp zouden slecht zijn. Er is een gebrek aan drinkwater, goede hygiëne en medische zorg. Daarnaast leven de twee vrouwen dagelijks met de angst dat zij op de lijst belanden voor een gevangenen-uitruil. “Waar ik het meest voor vrees is dat ik niet niet terug gestuurd word naar mijn land. Of dat ik word geruild in de gevangenenruil met IS, of het Syrische of Iraakse leger”, zegt een vrouw.

Ook zij begrijpen dat mensen bang zijn, maar dat dit niet nodig is. “Heel veel van de vrouwen hebben niets gedaan en hebben gewoon thuis gezeten en voor het huishouden en voor de kinderen gezorgd. Dus ik wil eigenlijk heel uitdrukkelijk zeggen dat er geen bangheid moet zijn naar de vrouwen toe.”

Kijk en lees ook:

Onder marteling geleefd

Ze zouden inmiddels afstand hebben gedaan van het IS-gedachtegoed. Die mist volgens de vrouwen rechtvaardigheid, menselijkheid en zachtheid. "Wij kunnen hierbij ook heel wat mensen duidelijk maken dat IS zeker niet de waarheid is. We hebben het gezien, we hebben er in geleefd, we hebben het gevoeld, we hebben onder een marteling geleefd.”

De vrouwen zeggen hun straf te accepteren en willen uitzitten. Daarna willen ze hun leven oppakken, mét de kinderen. "Dat is wat ik wil en een normaal leven leiden. Een normaal Europees leven in ons eigen land."