De Nationale Politie is vijf jaar na invoering alles behalve een goed geoliede machine. Die conclusie trekt de commissie Kuijken vandaag in een stevig evaluatie-rapport. Zijn advies: bijsturen. En dat betekent, minder macht voor de minister van Justitie en Veiligheid en meer voor de korpschef. 

Volgens de commissie heeft de minister nu te veel rollen. Hij is opdrachtgever, eigenaar en toezichthouder. Dat kan goed gaan, maar ook snel verkeerd lopen. De korpschef kan beter sturing geven aan de politieorganisatie, denkt de commissie, door zelf prioriteiten aan te geven. Dat doet nu de minister nog. 

Nieuwe politiewet betekende einde aan koninkrijkjes

Op 1 januari 2013 werd de Nationale Politie een feit. Het moest een einde maken aan de 26 afzonderlijke politie-eenheden. Het idee: een centraal aangestuurde politieorganisatie vanuit Den Haag met één korpschef. Uniformiteit werd het credo op alle terreinen van bedrijfsvoering tot opsporing. Maar het proces van eenwording bleek juist in de bedrijfsvoering ongemeen taai. De boedels die men erfde bleken niet zelden in slechtere staat dan gehoopt.

Al vanaf het begin van de invoering klinkt er onvrede vanuit bijvoorbeeld burgemeesters. Zij vreesden minder te zeggen te krijgen over de politie-inzet in hun gemeente. Specifieke lokale noden staan onder druk, concludeert Kuijken. “Spanning zit in ieder geval eerder in beperkt beschikbare politiecapaciteit die in de hand werkt dat burgers voor kleinere en alledaagse zorgen en problemen in veel gevallen niet of slechts mondjesmaat bediend worden door de politie'', blijkt uit het evaluatirapport.

De reorganisatie heeft bovendien een enorme wissel getrokken op de mensen: “Dat tijdens de verbouwing de winkel kon openblijven, heeft veel van de mensen gevraagd. Dat het vertrouwen niet verder is gedaald in de politie, heeft echt te maken met loyaliteit en adaptief vermogen van politiemensen.”

Prestaties onduidelijk

Het lijkt bovendien niet duidelijk wat de invoering van de Nationale Politie nou eigenlijk heeft betekend voor de veiligheid van ons land. “De centrale doelstelling van de wet, een veiliger Nederland (...) is zelf al niet eenduidig meetbaar”, concludeert men. “Al met al kan alleen de ietwat zuinige conclusie dat het vertrouwen in en het functioneren van de politie in de onderzochte periode er in de ogen van de burger niet op achteruit is gegaan”, schrijft de commissie. 

Slagkracht vergroot

Kuijken concludeert dat er ook zaken goed gaan. Informatie wordt beter uitgewisseld en er wordt beter samengewerkt tussen verschillende politie-eenheden. Andere winst van de Nationale Politie ziet Kuijken in het gemakkelijker opschalen rond grootschalige evenementen, ernstige incidenten of complexe onderzoeken zoals cold cases. 

“Schieten op volop bewegend doel”

De reorganisatie is nog lang niet voltooid en zal mogelijk nog eens vijf jaar duren. Deze evaluatie kwam eigenlijk al te vroeg, stelt de commissie. Kuijken: “Het komt neer op schieten op een nog volop bewegend en van vorm veranderend doel.” Over vijf jaar moet daarom nogmaals een systeem-evaluatie worden gedaan. “Het is te hopen dat alle betrokkenen dit willen en kunnen volhouden als (...) niet alles van een leien dakje zal blijken te gaan”.