Brussel is gisteravond aan een zware terroristische aanslag ontsnapt. De spijkerbom die een Marokkaanse man uit Molenbeek bij zich had ging niet af. Vlak na zijn poging werd hij door militairen doodgeschoten.

Een bom die niet ontploft, dat hebben we in Nederland ook wel eens meegemaakt. In 1988 probeerde de extreemlinkse terreurgroep RaRa een aanslag te plegen op een paspoortenfabriek in Schiedam. Maar de bom ging nooit af, waarschijnlijk omdat de aanslagplegers op de vlucht sloegen doordat het alarm af ging.

Ongrijpaar

RaRa (Revolutionaire Anti-Racistische Actie) is misschien wel de meest ongrijpbare actiegroep uit de jaren ’80. Na vier Makro-branden en 150 miljoen schade had de politie nog altijd geen idee wie zich achter de raadselachtige naam verschool. Maar de mislukte aanslag bleek cruciaal in het onderzoek naar de terreurgroep. Op de niet-ontplofte bom onomstotelijk bewijs van de maker ervan werd gevonden: de vingerafdruk van René Roemersma.

Aanwijzingen

Roemersma werd veroordeeld voor het maken van de bom, maar de daders van de aanslag werden nooit vervolgd. “Ook al waren er heel veel aanwijzingen wie de daders waren, het is ontzettend moeilijk om te bewijzen dat zij de aanslagen hebben gepleegd”, vertelt toenmalig teamleider van de recherche in deze zaak Paul Martens.

In EenVandaag een gesprek met Paul Martens over het onderzoek dat één van de mooiste zaken van zijn carrière zou worden.