Langzaam maar zeker wordt de omvang van de ramp op het Indonesische eiland Sulawesi duidelijk. Het eiland werd afgelopen vrijdag in korte tijd getroffen door twee vernietigende natuurrampen: een aardbeving en een tsunami. 

Het officiële dodental staat nog altijd op 832, maar gevreesd wordt dat dit aantal nog veel verder zal oplopen. In het gebied wonen bijna anderhalf miljoen mensen. Met man en macht wordt er nu gewerkt om de eerste noodhulp op gang te brengen. Maar ook dit verloopt uiterst moeizaam. 

Noodtoestand

De Indonesische autoriteiten hebben de noodtoestand uitgeroepen. Volgens hulporganisaties is er op dit moment een tekort aan alles: water, voedsel en onderdak. Bovendien is het rampgebied is zeer moeilijk bereikbaar en is er nauwelijks tot geen communicatie mogelijk. De zwaarst getroffen gebieden zijn nog altijd niet bereikt.  Zo is er met de stad Donggala, dat vlakbij het epicentrum van de aardbeving ligt, nog helemaal geen contact geweest. De omvang van de ramp zal waarschijnlijk de komende dagen pas echt duidelijk worden. 

Thea Hilhorst, hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, constateert dat er wel degelijk lessen zijn geleerd van de tsunami uit 2004, die destijds grote delen van Indonesië, Thailand en Sri Lanka verwoestte en waar bijna 250.000 mensen om het leven kwamen. “Toen hadden hulporganisaties heel erg de reflex: er is een grote ramp, we vliegen erheen, we schuiven de overheid bijna opzij. Op dit moment zie je dat de overheid zelf beter is georganiseerd maar ook, dat de internationale hulporganisaties even pas op de plaats maken.”

“Het is belangrijk bij het organiseren van hulp dat het goed gecoördineerd gaat. Anders zie je vaak dat heel veel hulp op maar één plek terecht komt en dus niet goed gespreid wordt, waardoor ze op andere plekken amper hulp krijgen. En als ze echt door elkaar heen lopen geeft dat ook spanningen. Bijvoorbeeld op het vliegveld; welk vliegtuig mag eerst landen en welke niet? Welke goederen worden eerst geklaard en welke niet? Dat soort zaken.”

Kritiek op de overheid

Toch klonk er ook vrij snel na de ramp al kritiek op de autoriteiten. Zo bestaat er nog altijd veel onduidelijkheid over het tsunami alarm dat in eerste instantie werd afgegeven, dat waarschuwde voor golven tot drie meter hoog. Maar nog geen uur later werd dit alweer ingetrokken. De tsunami volgde toch en was bovendien geen drie maar zes meter hoog. 

Na de tsunami van 2004 werd er een speciaal systeem aangelegd om tsunami’s vroegtijd te detecteren. Dat systeem bestond uit een aantal grote boeien die in contact stonden met sensoren op de zeebodem. Toch bleek bij een aardbeving in 2016 al dat dit systeem, vanwege gebrekkig onderhoud, niet goed meer werkte.