We brachten donderdagavond een reportage over jonge Koerden die willen strijden voor de verdediging van hun Zuid-Koerdistan, oftewel Noord-Irak. Aanleiding hiervoor was de inval van Turkse troepen in dat gebied, nadat PKK-strijders Turkse troepen vanuit dat gebied hadden aanvielen. Het is een lastig onderwerp, want hierover in Nederland lopen de meningen en ook emoties behoorlijk uiteen onder Turkse en Koerdische groepen.

Vanochtend werd ik gebeld door de voorzitter van de Koerdische Studenten en Jongeren Unie, Dindar, een van de Koerdische sprekers uit onze reportage. Hij had nog graag willen benadrukken dat zijn Koerdische Studentenvereniging vooral dialoog met de Turkse groepen in het land voorstaat. En, nog een nuance, dat ze niet willen strijden tegen de Turken maar alleen hun land willen verdedigen en dus geen banden hebben met de PKK. Ze zijn bang dat Turken in Nederland de boodschap verkeerd opvatten en dat er spanningen ontstaan tussen de beide groepen. Dat blijkt ook wel, want de ochtend na de uitzending circuleren ook op onze site niet de meest vriendelijke opmerkingen. Zo niet bedreigingen.

Dat neemt niet weg dat na gesprekken met diverse Koerdische verenigingen, de een wat rechtlijniger dan de ander, er wel veel Koerden zijn die zouden willen strijden voor hun vaderland. En hoe je het wendt of keert, die strijd wordt uitgevochten langs de Turks-Iraakse grens. Duizenden kilometers noordelijker in Nederland willen de Koerden echter wel zoveel mogelijk goed contact met de Turkse bevolkingsgroep. Daar staan de groepen, ondanks jongeren aan Turkse en Koerdische kant die hun land zouden willen verdedigen, de dialoog voor.

En misschien is die strijd, contact zoeken met elkaar ondanks verschillen en spanningen, in ons polderland nog wel belangrijker dan het boeken van een enkele reis naar Noord-Irak om elkaar daar het licht in de ogen niet te gunnen.