Het verbod op commercieel jagen van walvissen heeft nu wel lang genoeg geduurd, vindt Japan. Volgens het land zouden er van bepaalde walvissoorten weer genoeg exemplaren rondzwemmen om ze 'duurzaam te kunnen oogsten.' Op de jaarlijkse vergadering van de International Whaling Commission (IWC), dit keer in Brazilië, hoopt Japan genoeg stemmen te verzamelen om de commerciële walvisjacht weer te kunnen hervatten.

Vanaf 1986 is er binnen het IWC afgesproken niet meer voor de handel op walvissen te jagen. Sommige soorten waren door de walvisjacht uitgestorven, andere werden bedreigd. Maar tot op heden ging Japan wel door met jagen voor ‘wetenschappelijke doeleinden’. Weinig mensen geloven nog in de wetenschappelijke doelen van deze jacht.  Het vlees van zo’n 330 voornamelijk dwergvinvissen wordt gewoon op de markt gebracht.

update
14-09-2018 09:23

De Internationale Walviscommissie heeft tijdens de jaarlijkse vergadering de Verklaring van Florianopolis goedgekeurt, waarin staat dat de walvispopulatie tijd nodig heeft om te herstellen. De commerciële walvisjacht mag niet worden hervat. De enige commerciële doeleinden waar walvissen voor mogen worden gebruikt, is het bekijken van de dieren. 

Japanners blijven doorjagen

Het land houdt al sinds de twaalfde eeuw de walvisjacht hoog: “Het gekke is dat ook veel Japanners walvisvlees niet meer lekker vinden en toch jagen ze rustig door en willen ze meer”, zegt  Alex Cornelissen. Hij is de Nederlandse baas van Sea Sheperd, een wereldwijde organisatie die zich inzet voor bescherming van de zeeën en oceanen. Sea Sheperd is bekend geworden door de manier waarop ze op volle zee schepen van Japanse walvisvaarders blokkeren en zelfs rammen.

Hij moet er niet aan denken dat de commerciële jacht weer wordt toegestaan. “Als Japan zijn zin krijgt, dan zullen de populaties die onder druk staan nog veel verder onder druk komen te staan. Daar komt de plasticvervuiling nog bij. Walvissen spoelen aan met hun maag vol plastic. Er sterven tegenwoordig heel veel dieren door plasticvervuiling. Als we daar bovenop de walvisvaart opnieuw gaan opstarten, dan hebben die populaties helemaal geen kans meer om te herstellen.”

Noorwegen en IJsland jagen ook op walvissen

Japan is niet het enige land dat walvissen jaagt. Ook Noorwegen en IJsland doen het. In totaal worden er ongeveer duizend grote walvissen gedood. En dan gaat het vooral om de dwergvinvissen. Ook al suggereert de naam dat het hier om een klein dier gaat, vergis je niet. Een volwassen dwergvinvis wordt zo’n negen meter lang.

Alex rukt met de Sea Sheperd niet meer uit naar Antartica om Japanners het leven zuur te maken: “Japanners hebben nu drie heel snelle boten daar om te jagen en ze kunnen ons via satelliet van verre zien aankomen.” Zijn organisatie richt zich op dit moment meer op het voorkomen van vis stroperij op zee langs de Afrikaanse kust. Maar als de Japanners de commerciele jacht weer oppakken sluit hij niet uit dat ze weer naar Antartica uit zullen rukken om de walvis te proberen te redden.

Populatie van dwergvinvissen is weer hersteld

Maar hoeveel walvissen zijn er eigenlijk nog? En heeft Japan gelijk als ze zeggen dat de stand weer goed is?

Meike Scheidat is bioloog aan de Universiteit van Wageningen. Haar onderzoek naar dolfijnen en bruinvissen in de Noordzee, wordt door het IWC gebruikt. Volgens haar heeft Japan wel een punt. Bepaalde populaties van de dwergvinvis zijn zo hersteld dat je walvisvangst zou kunnen accepteren.”

Maar dat betekent volgens haar nog niet dat het verstandig is om de commerciele walvisvangst weer vrij te geven. “Zodra je begint met de commerciële jacht, opent dit natuurlijk deuren.  Er is een soort van zorg dat wanneer je daarmee weer begint, dan komt een tweede land, een derde land en dan gaat het weer mis. We weten dat walvissen ontzettend belangrijk zijn voor het ecosyteem, meer en meer onderzoek toont dat ook aan. In sommige gebieden is de walvispoep een soort van mest voor de zee. En die poep is belangrijk omdat dan die algen beter kunnen groein. En dat is dan weer het begin van de hele voedselketen.”