In april was New York het epicentrum van de Amerikaanse corona-uitbraak. Jan Bakker, een Nederlandse ic-arts was op dat moment in Manhattan, waar hij werkt in een privékliniek. Nu is hij even terug in Nederland en blikt hij terug.

De Verenigde Staten hebben de ergste corona-uitbraak ter wereld. Dat heeft Dr. Fauci gezegd in een interview met CNN. 22 procent van alle coronadoden zijn in de VS gevallen, terwijl er maar 5 procent van de wereldbevolking woont. Bakker is even terug in Nederland voor familiebezoek en voor de studenten in Nederland die hij begeleidt.

Gebrek aan organisatie

Het eerste wat hem opviel bij terugkomst in Nederland is dat niemand hier een mondkapje draagt. "In New York en in het vliegtuig droeg iedereen een kapje en dan kom je hier... niemand!", zegt Bakker. Niet dat hij zich onveilig voelt. Hij houdt afstand en draagt zelf wel een kapje. Hij is eergisteren aangekomen, maar twee weken in quarantaine gaat hij niet. Vlak voor hij vloog heeft hij een coronatest gedaan. Die was negatief.

Inmiddels gaat het in New York naar omstandigheden goed. Heel anders dan tijdens de piek van de besmettingen in april. In het Langone Medical Center van de New York University waar Bakker werkt als onderzoeker en ic-arts liggen op dit moment slechts 4 coronapatienten. In totaal zijn tot nu toe in New York 422.000 mensen positief getest en 32.500 mensen aan corona overleden. Als hij reflecteert op die absolute hoogtijdagen dan is het eerste wat in hem op komt, het slechte systeem. "Aan de capaciteit lag het niet, dus als er dan toch tienduizenden overleden, dan is dat een gebrek aan organisatie", blikt hij terug.

'In Nederland hadden zij het gered'

In april vertelde hij al dat er in overvolle stadsziekenhuizen mensen overlijden, terwijl er in de privéziekenhuizen nog lege bedden waren. "In het Nederlandse systeem hadden die mensen het gered." Doelend op de verdeling van patienten in Nederland middels een landelijk coördinatiecentrum in Rotterdam.

In de VS, waarbij veel mensen slecht of onderverzekerd zijn voor ziektekosten, is er bijna geen uitruil tussen stadsziekenhuizen waar de armeren komen en ziekenhuizen voor de rijken. Uit onderzoek van de New York Times bleek onlangs dat sinds het uitbreken van de coronacrisis, er in de stad slechts vijftig mensen van de overvolle stads- naar de minder volle privéziekenhuizen zijn gegaan.

Lees ook

'Wanneer kan ik beginnen?'

Bakker legt het Nederlandse systeem weleens uit aan Amerikaanse collega's. De eerste reactie daarbij is steevast: "Wanneer kan ik beginnen in Nederland?" Gevolgd door de overpeinzing of het ook in de VS kan worden ingevoerd. Maar daar heeft de ic-arts een hard hoofd in.

"Als ik tegen Amerikanen zeg, vooral tegen die uit de midwest, dat ik uit Nederland kom, kijken ze vies. Dat land is socialistisch en dat vinden ze niks." Gaandeweg het gesprek dat dan volgt, informeert Bakker dan altijd even hoeveel men kwijt is aan ziektekosten en wat ze ervoor krijgen. "Als ik dan vertel wat ik in Nederland betaal en daar ongelimiteerde zorg voor krijg dan geloven ze dat niet. Dat kan niet! Jawel, dat kan wel, dat heet socialisme."

Gesjoemel

Vlak voor hij naar Nederland vloog had de geboren Urker een aanvaring op zijn werk. Tijdens een stafvergadering vertelde het hoofd van de afdeling over de registratie van patienten. Patiënten met corona waarvan vaststond dat ze binnen 48 uur zouden overlijden, moeten als 'ter observatie' worden geregistreerd. Bakker verbaasde zich daarover, want die patiënten krijgen wel degelijk beademing en worden zeker niet alleen geobserveerd.

De uitleg die volgde was dat op deze manier de patiënten niet meetellen in de statistieken van het aantal coronadoden van het ziekenhuis. Als die te hoog worden is dat slecht voor het imago van het ziekenhuis. Bakkers mond viel open. Toen hij aangaf dat dat totaal verwerpelijk is, was de reactie 'dat doet iedereen'. "Dus die kwaliteitstatistieken moet je met een korrel zout nemen."

Demonstrerende zorgmedewerkers in New York
Bron: EenVandaag
Demonstrerende zorgmedewerkers in New York

Kippenvel

Er zitten ook positieve kanten aan het werken in Amerika. Bakker zegt veel te leren. Zijn collega's in New York zijn heel goed theoretisch onderlegd. Een van de meest opvallende dingen vindt hij dat patienten bij de voornaam worden genoemd door zorgpersoneel. "De mensen vinden dat heel fijn. Het geeft het contact een bepaalde intimiteit". Elke avond om zeven uur wordt er voor het zorgpersoneel geklapt in New York. Dat is niet aan de nuchtere Bakker besteed. "Het heeft niets om het lijf als vervolgens in de ziekenhuizen in Brooklyn en Queens mensen in vuilniszakken lopen, omdat er geen schorten zijn."

Toch blijft hij niet bij alles onbewogen. Op een avond liep hij het ziekenhuis uit en toen stonden er 15 brandwagens te toeteren als eerbetoon. Brandweerlieden ziet Bakker als collega's. Zij doen veel aan eerste hulp in New York. "Toen zij dat stonden te doen voor ons, maakte dat wel heel veel indruk." Kippenvel? "Ja."

Verslaggever Laura Kors in gesprek met Jan Bakker