Justitie, politie, geestelijke gezondheidszorg faalden allemaal in de aanpak van moordverdachte Bart van U. In plaats van een sluitende aanpak van deze explosieve man die drie jaar in de cel had moeten zitten, werkte iedereen langs elkaar heen waardoor hij maandenlang vrij rond kon lopen. 

Ondanks het feit dat Van U. zich steeds meldde werd hij niet vastgezet of opgenomen en kon het gebeuren dat hij betrokken raakte bij de moord op oud-politica Els Borst en op zijn zus.

Met die harde conclusies komt de Commissie-Hoekstra, de speciale onderzoekscommissie die in opdracht van de justitietop de gang van zaken rond Bart van U. onderzocht. 

Na een veroordeling voor wapenbezit en een hoge celstraf vanwege zijn zorgwekkende toestand kon hij drie jaar lang vrij rondlopen zonder enige behandeling. De commissie onderzocht hoe dat kon gebeuren en komt met aanbevelingen voor een beter systeem rond ernstig verwarde personen.

In EenVandaag op radio en tv aandacht voor het rapport en de reacties. We spreken onder andere met Frans Poot, fysiotherapeut in De Bilt, en goed bevriend met Els Borst. Hoe kijkt hij naar het onderzoek en wat moet er volgens hem veranderen? In Radio EenVandaag reageert Job Knoester, strafpleiter gespecialiseerd in TBS-zaken. 

DNA

Het systeem voor DNA afname moet beter en de wet hiervoor aangepast, vindt de Commissie. Voortaan zou direct DNA moeten worden afgenomen bij een ernstig strafbaar feit, meteen als iemand als verdachte wordt aangemerkt. In het geval van Bart van U. was DNA-afname verplicht na een veroordeling voor wapenbezit. Dat gebeurde niet door administratieve en personele problemen binnen het OM bij de afname en verwerking van DNA. Van U. verscheen simpelweg niet in de systemen die bijhouden van wie DNA moet worden afgenomen. Deze bureaucratische belemmering moet onmiddellijk worden opgelost, vindt de commissie.

Bevel tot gevangenneming 

De commissie concludeert dat duidelijker moet worden geregeld hoe rechterlijke bevelen om een celstraf uit te zitten moeten worden behandeld. Van U. kreeg in 2012 drie jaar cel opgelegd, maar zat die ’ten onrechte’ niet uit zegt de commissie. Vooral bij het Openbaar Ministerie werden pijnlijke fouten gemaakt. Uit het stuk blijkt dat de politie, in overleg met het OM, heeft geprobeerd met de inzet van een arrestatieteam Bart van U. op te pakken. Van U. werd in 2012 veroordeeld tot 3 jaar celstraf vanwege verboden wapenbezit en zijn risicovolle toestand. Van U. bleek op zee en de politie vroeg om een internationale signalering. De wijkagent hoorde van het Openbaar Ministerie dat de aanhouding kon uitblijven omdat van U nog verder wilde procederen (in cassatie) tegen de straf. De commissie concludeert dat het bevel tot onmiddellijke aanhouding had moeten worden uitgevoerd. Van U. probeerde in de maanden erna steeds opnieuw zijn straf alsnog uit te zitten door zich te melden bij de politie of gevangenis. In het geraadpleegde justitiesysteem bleek het feit dat hij nog drie jaar cel moest uitzitten niet voor te komen. „Justitie en politie konden bij gebrek aan deze informatie niet handelen zoals van hen had mogen worden verwacht”, concludeert de commissie.

Signalen risico’s Bart van U.

De commissie constateert dat er al vanaf 2007 aanwijzingen zijn dat Van U. een potentieel risico vormt voor de samenleving. In 2009 neemt de politie zijn wapenvergunning in na zorgwekkende signalen. In december 2011 wordt hij opgepakt omdat hij toch over wapens beschikt. In 2012 wordt hij hiervoor veroordeeld tot drie jaar cel. Daarna probeert van U. herhaaldelijk zijn straf uit te zitten. Hij meldt zich bij de gevangenis in Nieuwegein, op het hoofdbureau in Rotterdam en eist te worden vastgezet. Als hij bij de Israelische ambassade in Brussel wordt opgepakt in verwarde toestand, vraagt de eenheid terrorisme en radicalisering de wijkagent om Van U. voortaan te volgen. Het Openbaar Ministerie merkte volgens de commissie ten onrechte de zaak van Bart niet aan als een gevoelige zaak. „Het optreden van het Openbaar Ministerie heeft zich puur beperkt tot formele handelingen. Er was geen sprake van inhoudelijke bemoeienis of afweging na het krijgen van extra informatie.”

Communicatie OM, politie en zorg

De commissie concludeert dan ook dat de betrokken instanties in alle opzichten beter met elkaar moeten samenwerken en informatie uitwisselen. De GGZ zou daarom meer moeten samenwerken in veiligheidshuizen om de informatievoorziening vanuit de zorg te verbeteren. „Ook binnen het beroepsgeheim is informatie-uitwisseling mogelijk” schrijft de commissie. De Geestelijke gezondheidszorg en strafrechtprofessionals kunnen nu vaak niet goed optreden als sprake is van verwarde mensen die zich niet willen laten opnemen. 

Voor personen die psychische problemen hebben en op grond daarvan een gevaar vormen is in de wetgeving die in voorbereiding is een voorziening opgenomen. Deze wetgeving treedt pas in werking – zo is de verwachting – op z’n vroegst in 2018. De Onderzoekscommissie wil voor de tussenperiode een tijdelijke wettelijke maatregel hiervoor en doet daarvoor een voorstel.

Excuses OM

Justitietopman Herman Bolhaar heeft vanmiddag zijn excuses uitgesproken voor de gemaakte fouten, onder andere aan de nabestaanden. 

De commissie heeft in het bijzonder kritiek op justitie. Het ontbreekt bij het OM aan „leiding, gezamenlijkheid en eenheid”. Er moet bij het OM „zorgvuldige en volledige besluitvorming” komen en “een goede informatievoorziening binnen het OM en met de politie”, zo staat in het rapport. “Het college van procureurs-generaal hoort hoge prioriteit toe te kennen aan een ingrijpende verbetering van werkprocessen en procedures die voor het hele OM gelden.”

Bekijk hier de reportage die EenVandaag gisteren maakte over de wijze waarop met Van U. werd omgegaan.

Download