Overal in de provincies gaan regionale partijen de strijd aan met landelijke partijen om de kiezersgunst. Dat gevecht lijkt marginaal, maar niet in het hoge noorden van het land. In Friesland en Groningen timmeren regionale fracties eensgezind aan de weg. Hoewel, eensgezind... wie krijgt dan die ene OSF-Eerste Kamerzetel?

De verkiezingsstrijd over provinciale onderwerpen woedt volop in de provincies. Zou je zeggen. Net zoals in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen mengen regionale politici zich met ideeën en stunts in debatten op tv en radio. Maar wat de invloed van regionale partijen betreft is het contrast met de gemeenteraadsverkiezingen enorm. Regionale partijen roeren zich wel, maar trekken slechts een fractie van de kiezers. Ging bij de gemeenteraadsverkiezingen vorig jaar nog één derde (33%) van alle zetels naar lokale partijen, bij de laatste provinciale verkiezingen waren 8 van de 566 zetels voor een provinciale partij: een schamele 1,4 procent.

Lokale coup

Komt daar dit jaar verandering in? Als het aan de lokalen ligt wel. Want naast de traditionele regionale partijen doen voor het eerst ook veel lokale partijen een gooi naar provinciale macht. In vrijwel elke provincie hebben lokale partijen zich gebundeld met als doel hun electorale succes uit 2014 te herhalen op provincieniveau. En dat niet alleen. De lokale partijen hopen in de provincies genoeg zetels te halen om vanaf mei ook één, twee of zelfs drie senatoren te leveren.

Of die spectaculaire coup gaat lukken valt te betwijfelen. Regionale en lokale partijen lijken op 18 maart niet spectaculair te gaan scoren. In de meest recente zetelpeiling van de Stemming staan de regionale en lokale partijen tezamen gewoon op de ene zetel in de Eerste Kamer, die ze de laatste jaren haalden.

Fryske identiteit

Er zijn uitzonderingen en die komen natuurlijk uit de randprovincies, waar de regionale identiteit van burgers veel sterker is. In Friesland identificeren inwoners zich bijvoorbeeld desgevraagd het éérst met hun provincie, en dan pas met Nederland, of hun gemeente. Ook zien we dat in de randprovincies, Friesland, Groningen en Zeeland voorop, regionale onderwerpen een grotere rol spelen bij de stemkeuze dan in andere provincies.

En die betrokkenheid is niet alleen leuk om te weten. Het zijn regionale partijen in deze provincies die stabiel vertegenwoordigd zijn in de Provinciale Staten. Er is één provincie, met 'bijbehorende' partij, die met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Vooral in Friesland legt de regionale identiteit de regionale partijen geen windeieren. De Fryske Nationale Party (FNP) haalde de afgelopen verkiezingen 4 tot 7 zetels. En dat is belangrijk omdat ze daarmee al jaren het grootste deel van de zetels aanleveren voor de senator van de Onafhankelijke Senaats Fractie, die namens de verenigde regionale partijen in de Eerste Kamer zit. Als regionale partijen in andere provincies al zetels halen, zijn dat er maximaal één of twee. De Friezen hebben bij de OSF dus een aardige vinger in de pap, en dat zie je: de senator was van 2003 tot 2011 ook een Fries. 

Kapers op de kust

Natuurlijk hopen de Friezen dat er vanaf 2015 weer een Friese OSF-senator in de Eerste Kamer zetelt. Maar die strijd lijkt nog niet gestreden. Er zijn mogelijke kapers op de kust die de Friezen naar de kroon kunnen gaan steken als het gaat om het leveren van regionale zetels. Boze, Groningse kapers welteverstaan.

We zien in onze peilingen dat door de aardgasproblemen meer Groningers van plan zijn om op een regionale partij te gaan stemmen. Traditioneel levert Groningen al een zetel of twee voor de OSF en dat kunnen er dus meer worden - de  partij Groninger Belang droomt stiekem al van vier, vijf, zes zetels in de Groningse Staten.

Of mensen daadwerkelijk 'regionaal' zullen gaan stemmen is natuurlijk onzeker, maar als in Groningen evenveel Statenleden OSF stemmen als in Friesland kan dat nog leuk worden. We kunnen ons voorstellen dat de Groningers ook wel wat directe invloed in de Eerste Kamer willen in deze zware tijden. En als de coalitie (plus constructieve partijen) in de Eerste Kamer geen meerderheid haalt kan één kamerzetel heel belangrijk zijn voor het kabinet. In elk geval staat nu al vast dat het noorden binnenkort topzwaar vertegenwoordigd zal zijn in de nieuwe OSF.

En als de Groningers en Friezen er echt niet uit kunnen komen wie de kieslijst voor de OSF aan moet voeren is er vast een neutrale 50-Plusser te vinden die de klus op zich wil nemen.