EU-landen mogen zelf hun asielbeleid bepalen. Asielzoekers die nu naar Nederland of Duitsland komen, hebben meer kans van slagen dan als ze naar Hongarije of Griekenland gaan. Is het tijd om alles gelijk te trekken? "Dat is politiek niet haalbaar."

"Landen houden zich daarvoor te veel vast aan hun eigen manier", stelt Leo Lucassen, hoogleraar migratiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden.

Onder Europees gemiddelde

"De grootste groep asielzoekers in Nederland komt uit Syrië en daarna Afghanistan", legt hij uit. "Er zijn twee groepen toegenomen de laatste tijd: asielzoekers uit Jemen vanwege de oorlog, en uit Turkije vanwege de politieke repressie van het Erdogan-regime."

Het aantal asielzoekers in Nederland zit nog onder het Europese gemiddelde, maar mensen komen hier wel graag heen. "Ze denken ook wel na over waar ze een nieuw bestaan kunnen opbouwen", zegt Lucassen. "Hier, maar ook in Duitsland en Scandinavische landen, zijn er een goede rechtsstaat en arbeidsmarkt."

Bekijk ook

Verschil tussen landen

Het aantal verzoeken tot statushouder dat door Nederland wordt goedgekeurd varieert per jaar, weet de migratie-expert. "Soms zijn er jaren dat de aantallen mensen uit een land als Syrië hoog zijn, en dan is het evident dat die mensen een status krijgen."

Volgens de hoogleraar is het asielbeleid hier in principe vrij streng. "Het verschilt heel erg binnen Europa. Sommige landen willen zelfs niets doen, zoals Hongarije of Griekenland. Er zijn daar nauwelijks mogelijkheden om veel mensen een langdurig bestaan te laten opbouwen."

Commissie zet niet door

Dat er zulke grote verschillen zijn, komt doordat er binnen de EU geen afspraken zijn gemaakt over asielprocedures, legt Lucassen uit. "In sommige landen is er nauwelijks kans op verblijfstatus, in andere landen meer. Er zijn grote verschillen tussen landen, en landen zijn vrij om hun eigen beleid te bepalen."

Voorheen heeft de Europese Commissie wel geprobeerd landen aan te spreken op hun asielbeleid, zegt Lucassen. "Maar dat is niet gelukt. Polen en Hongarije zetten bijvoorbeeld de hakken in het zand. De Commissie heeft niet de wil om door te zetten. Dus het probleem is er nog steeds."

Bekijk ook

info

De Dublinverordening III is een Europese verordening die sinds 2014 van kracht is. In deze verordening wordt bepaald welk land verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van asielverzoeken.De verordening moet voorkomen dat een persoon in meerdere EU-lidstaten in de asielprocedure wordt opgenomen. Sinds 1998 wordt in Nederland en België aan zogenoemde Dublin-claimanten geen opvang meer verleend. Dat zijn asielzoekers die Nederland of België naar een ander EU-land wil terugsturen om daar de asielprocedure te doorlopen.

'Niet solidair'

Veel politici en experts hebben kritiek op de Dublinverordening. "Het gevolg daarvan is namelijk dat landen aan de randen van Europese Unie met de problemen worden opgezadeld", legt Lucassen uit. "De landen die er ver vanaf liggen, kunnen denken: het is niet aan mij. Het is dus niet solidair en ook nog eens een onhoudbaar principe."

"Nederland kijkt er niet streng naar", stelt de hoogleraar. "Anders zou je bijna iedereen terug kunnen sturen. Maar dat gebeurt gelukkig niet. Want als je dat doet, stuur je ze terug en vermenigvuldig je de inhumane toestanden zoals die in Griekenland. Dat moet je niet willen."

Kabinetsplannen 'geen echte oplossing'

Naast te werken aan meer opvangplekken wil het kabinet ook gezinshereniging moeilijker maken zodat asielzoekers minder snel naar Nederland komen. "Dat kunnen ze doen door te zeggen dat ze pas later mogen komen", zegt Lucassen. "Maar ook daar zitten beperkingen aan vanwege het Vluchtelingenverdrag en de Verklaring voor de Rechten van de Mens."

"Je kan mensen niet pas na 10 jaar laten komen. Het is geen echte oplossing. En als er in die tijd iets gebeurt met die familieleden, ben je daar als land verantwoordelijk voor", zegt hij. "Het zal best wat schelen qua opvang, maar de beste oplossing blijft het uitbreiden ervan. Het hangt nu echt af van een ruggengraat en politieke moed hebben, en dat is nergens te zien."

Bekijk hier de reportage