Vandaag is een bijzondere dag voor veel uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland. Het kabinet maakt vanmiddag de algemene randvoorwaarden bekend voor het generaal pardon; Wie gaan er onder de regeling vallen en wie niet? In EénVandaag een portret van een jong gezin. In 2000 kwamen zij naar Nederland. Jarenlang wilden en probeerden ze terug te keren naar hun eigen land, maar zij zien in dit pardon nu een nieuwe start. In de studio Edwin Huizing, directeur van Vluchtelingenwerk Nederland, over dit veelbesproken plan van Albayrak.

Geschiedenis van de pardonregeling

In 2002 pleit Pim Fortuyn voor een generaal pardon voor asielzoekers die voor 2001 asiel aanvroegen, de zogenoemde 'oudewetters'. Na de moord op Fortuyn wordt Nawijn van de LPF minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Begin 2003 zegt hij toe in schrijnende situaties gebruik zal maken van zijn 'discretionaire bevoegdheden'. Het kabinet valt voortijdig. Tijdens het tweede kabinet- Balkenende (2003) pleit de VNG voor een eenmalig pardon voor langdurig in Nederland verblijvende asielzoekers. Onder de nieuwe minister van Vreemdelingenzaken en Integratie Verdonk (VVD) krijgen 2200 asielzoekers die al langer dan vijf jaar in Nederland waren én nog steeds een eerste asielverzoek hadden lopen, een verblijfsvergunning. Intussen blijft een veel grotere groep - voor de vreemdelingenwet uitgeprocedeerde - asielzoekers (oudewetters én nieuwewetters) een beroep doen op de gemeentelijke noodopvang. In februari 2004 kondigt Verdonk aan dat zij de dossiers van 26.000 'oudewetters' in 2006 zal hebben afgerond. Met behulp van Project Terugkeer moeten 'de 26.000' in principe allemaal het land verlaten. Nog lopende toelatingsprocedures zullen versneld worden afgehandeld. Alleen op basis van schrijnendheid of op basis van een buitenschuldverklaring (als mensen buiten hun eigen schuld niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst), zal de minister alsnog een verblijfsvergunning verlenen. In juni 2006 blijkt dat ruim achtduizend zogenaamd uitgeprocedeerde asielzoekers alsnog conform wet- en regelgeving recht hadden op een verblijfsvergunning (slechts 714 kregen een vergunning op basis van schrijnendheid). Van 'de 26.000' vertrokken drieduizend mensen zelfstandig, duizend mensen werden gedwongen uitgezet en 6.400 zijn met onbekende bestemming vertrokken.

Van de 26.000 dossiers blijken nog maar 18.500 te zijn afgehandeld, volgens de minister onder meer doordat asielzoekers zelf niet meewerken. In totaal zijn er eind 2006 naar schatting tussen de twintig- en veertigduizend buitenlanders in Nederland die een asielaanvraag hebben ingediend voor 2001 of in Nederland zijn geboren als kinderen van asielzoekers na 2001. Ze zijn nog steeds verwikkeld in een of andere procedure of al volledig op alle fronten uitgeprocedeerd. Ze verblijven in een locatie van Project Terugkeer, in de (gemeentelijke) noodopvang of zijn verdwenen in de illegaliteit. Het lot van deze mensen veroorzaakt steeds meer ophef in de samenleving. In november 2006 pleit de PvdA na de Tweede Kamer-verkiezingen voor een 'generaal pardon' en verzoekt de regering in afwachting van een besluit hierover voorlopig niemand het land uit te zetten.In februari 2007 kondigt kabinet Balkenende-IV een eenmalige pardonregeling af voor een specifieke groep asielzoekers. Het gaat daarbij om mensen die voor 1 april 2001 hun eerste asielverzoek hebben ingediend, nog in Nederland verblijven en geen contra-indicaties hebben (oorlogsmisdaden en criminaliteit). Op 27 april 2007 sluit de staatssecretaris van Justitie Albayrak met de VNG een bestuurlijk akkoord over de pardonregeling. Bron: Binnenlands Bestuur18 mei 2007