Het klonk zo mooi: alle gehandicapten als volwaardig burgers in gewone wijkenlaten wonen. Het was het ideaal van Erica Terpstra in de jaren 90. Vanaf die tijd is het overheidsbeleid gestoeld op integreren en werd de geldkraan voor de grote instellingen dicht gedraaid. De gehandicapten moesten de wijk in, vaak zeer tegen hun zin (en die van hun ouders) in. Maar werkt het? Negen jaar lang heeft de Rijksuniversiteit Groningen samen met Stichting Talant Friesland zich over deze vraag gebogen. In het vandaag verschenen rapport van Talant blijkt dat het 'gewone wonen' voor veel gehandicapten uiterst moeizaam is verlopen. Contact met de 'gewone buurman of buurvrouw' is er vaak nauwelijks. En een stukje fietsen als je niets van het verkeer snapt, is levensgevaarlijk.

De Twentse Zorgcentra, het landelijk netwerk van kritsche Ouders en blindeninstituut Bartimeus herkennen zich in dat beeld. Veel gehandicapten vereenzamen in 'de wijk' en leven zeer geisoleerd en vervreemd van hun omgeving. Een van de aanbevelingen uit het rapport van Talant is extra geld vrij te maken om de buurt wat meer bij de zorg voor een gehandicapte buurman te betreken. Maar is dat haalbaar in een tijd waar iedereen druk is?