Het Polak-gebouw van de Erasmus Universiteit in Rotterdam opende twee jaar geleden zijn deuren als werkplek voor studenten, maar moet nu alweer sluiten vanwege instortingsgevaar.

Dat is te lezen bij de NOS. Het is niet voor het eerst dat er twijfels zijn over de veiligheid van een nieuw gebouw. In de zomer van 2006 moesten in totaal ongeveer 190 mensen van zo'n negentig woningen hun onderkomen aan het Bos en Lommerplein in Amsterdam verlaten wegens instortingsgevaar. 

Gevaarlijke scheuren

De meeste bewoners konden pas na maanden weer terug in hun huis. Hugo Priemus, bouwkundig ingenieur, was destijds één van de hoofdonderzoekers van de commissie Bos en Lommer. Onder leiding van oud-minister Margreet de Boer deden ze onderzoek naar wat er precies mis ging bij de bouw van het complex en wie de verantwoordelijkheid droeg voor de fouten. Hugo Priemus: "Onder het Bos en Lommerplein ligt een parkeergarage en op het dak van die parkeergarage wordt de markt georganiseerd. Daar reed een vrachtwagen die een grote scheur veroorzaakte in het beton. Het verder bestond het complex uit appartementen. Toen duidelijk werd dat er op allerlei plekken gevaarlijke scheuren zaten, besloot de burgemeester van Amsterdam, destijds Job Cohen, de boel te ontruimen."

Improviseren

Na wat onderzoek, bleken er problemen te zijn met de betonwapening. Toen de onderzoekers naar de bouwtekeningen keken, bleek dat de hoeveelheid van bepaalde materialen behoorlijk verschilde met de werkelijkheid. En dat waren nét de materialen die moesten zorgen voor een grotere draagkracht. Volgens Priemus was er een reden voor het tekort aan die materialen. "Er was op enorme schaal gestolen van de bouwplaats, iets wat vandaag de dag nog steeds een groot probleem is. De hoofdaannemer had moeten zeggen: zo kunnen we niet verder, maar er werd  gewoon doorgebouwd en geïmproviseerd met andere materialen."  

Rotterdam

Hoewel het tien jaar geleden is dat het mis ging in Amsterdam, is het lerend vermogen van de Nederlandse bouwsector volgens Priemus niet verbeterd sindsdien. "We zeggen elke keer: 'we moeten leren van ervaringen uit het verleden, alle gevallen afgaan en het gebeurt ons nooit meer'. Maar dat is in de praktijk helaas niet zo." Ook gaat het vaak mis in de onderlinge communicatie tijdens het bouwproject, zegt de bouwtechnicus. "De hoofdaannemer is verantwoordelijk voor het geheel. Maar als je ziet hoeveel onderaannemers er wel niet rondlopen, gemiddeld zo'n 40 á 50, dan weet je dat dat voor grote problemen gaat zorgen als er niet goed wordt gecoördineerd onderling. Dat kan een gebouw kwetsbaar maken."