De Verenigde Staten hebben vannacht luchtaanvallen uitgevoerd op Islamitische Staat (IS) in Syrië. Het was de eerste aanval van de VS in het land.

De luchtaanvallen waren gericht op gebieben rondom de stad Raqqa. Raqqa is de hoofdstad van het door IS uitgeroepen Kalifaat. Bij de aanvallen zouden 120 strijders om het leven zijn gekomen.

In een verklaring naar aanleiding van de aanvallen zei de Amerikaanse president Obama vanmiddag dat de strijd tegen IS door zal gaan. Hij zei verder dat het land niet alleen staat. De VS werden geholpen door Jordanië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Saudi-Arabië. Volgens Obama hebben meer dan veertig landen hulp aangeboden.

'Syrië ingelicht'

De Syrische minister van Buitenlandse Zaken meldt dat de Verenigde Staten de Syrische VN-gezant van tevoren hadden ingelicht over de aanvallen op Syrisch grondgebied. In een officiëlele reactie liet de Syrische regering weten dat het 'iederen internationale inspanning' tegen terrorisme steunt.

Al-Nusrafront ook aangevallen

Naast IS zou ook het al-Nusrafront zijn aangevallen. Dat melden het Syrische 'Observatory for Human Rights' en Al Jazeera. Ze melden ook zeven doden in de provincie Aleppo, zowel burgers als strijders.

Obama heeft gisteren het besluit genomen om vanaf nu ook in Syrië te bombarderen. Zijn doel is om IS volledig te vernietigen. De terroristen controleren nu grote delen van Syrië en Irak.

Nieuw hoofdstuk

Met de aanvallen op IS in Syrië start een nieuw hoofdstuk in de strijd tegen IS. In EenVandaag een gesprek met defensiespecialist Peter Wijninga van het Haags Centrum voor Strategische Studies over die stap van de Amerikanen. Ook spreken we met Amerika-correspondent Michiel Vos.

Raqqa