Terwijl haar dochtertje in bed lag, werd de jonge moeder Miriam Sharon vermoord in haar eigen huis. 26 jaar geleden in Den Haag. Het leek er op dat de dader nooit gepakt zou worden. Maar onlangs zorgde een DNA-match opnieuw voor de doorbraak in een vastgelopen onderzoek. Het is daarmee de oudste cold casezaak waarin een verdachte werd aangehouden. Net als in steeds meer coldcases, dankzij nieuwe DNA-technieken. Maar is de zaak daarmee opgelost?  

Het is de zoveelste cold case zaak die opgelost lijkt te worden met DNA. Alleen al in de maand november werden in twee zaken verdachten gearresteerd die door DNA-afname alsnog tegen de lamp liepen. Zo lijkt de Posbank-moord na dertien jaar opgelost doordat de verdachte alsnog in de databank belandde na een ander misdrijf. Ook in de zaak van de in 2001 vermoordde Jan van Mosselvelde kon in België een arrestatie worden verricht.

Duizenden sporen wachten op oplossing

In 1997 werd gestart met een DNA databank voor strafzaken. Iedereen die veroordeeld wordt voor een misdrijf waarop een gevangenisstraf staat van vier jaar of meer wordt verplicht materiaal af te geven. Een politie-ambtenaar die daarvoor is opgeleid neemt bij de veroordeelden materiaal af. 

Inmiddels bestaat de DNA databank uit zo’n 70.000 profielen van sporen en 250.000 profielen van personen. In totaal bestaat de DNA databank dus uit circa 320.000 profielen. Dit aantal groeit jaarlijks. Materiaal van personen mag, afhankelijk van het delict, variërend van 12 tot 80 jaar na afname worden bewaard. In de databank kan worden gezocht op directe sporen en op verwantschap. De reikwijdte van de databank gaat steeds verder. 

Sinds 2015 moet iedere politie-eenheid uitgerust zijn met een zogenaamd cold case team. De teams houden oude, onopgeloste zaken opnieuw tegen het licht. Jaarlijks worden zo’n 70 a 80 cold cases door het OM aangedragen bij het NFI om opnieuw te onderzoeken. Omgekeerd liggen er bij het forensisch instituut nog duizenden sporen te wachten op een match met iemand die (nog) niet in de databank zitten.

DNA-bewijs: heilige graal?

Die kans wordt groter met de steeds verfijndere DNA technieken. Forensisch deskundigen hebben steeds minder materiaal nodig om tot een DNA profiel of een DNA mengprofiel te komen. Onderzoeker Marijke Malsch plaatst hier kanttekeningen bij. Zo’n profiel kan door verschillende deskundigen anders worden geïnterpreteerd, stelt Malsch. Ze zijn ‘onvollediger’. De vraagt is of rechters dit ook begrijpen. 

Bovendien is er uit dit materiaal veel meer te zeggen: uit welk deel van de wereld iemand komt, maar ook de kleur van de ogen en zelfs de haren. Volgens het NFI wordt er meer aanvraag voor onderzoek gedaan, dan zij op het moment aankunnen. 

Nieuwe technieken zorgen voor méér matches. Maar worden ook alle zaken opgelost? We spreken met Ate Kloosterman forensisch DNA deskundige verbonden aan het NFI en Marijke Malsch die onderzoek deed naar de hardheid van DNA bewijs.