Getooid in gele hesjes demonstreren duizenden Fransen tegen de verhoogde brandstofprijzen. De demonstraties hebben al geleid tot rellen in Parijs. Dat is een beeld dat we vaker zien. Demonstreren zit ingebakken in de Franse cultuur. Ergens niet mee eens? Dan ga je de straat op!

Sinds de bestorming van de Bastille in 1789, het begin van de Franse Revolutie, zit het idee van demonstreren, blokkeren en rellen in de nationale ziel. Dat zegt massapsycholoog Jaap van Ginneken. Hij woont al jaren in Frankrijk en ziet jaarlijks weer nieuwe demonstraties ontstaan. "Dat leren ze op school."

Kijk & lees meer:

'Bloed stroomt sneller dan in Nederland'

Volgens Van Ginneken vinden alle Fransen dat dan ook heel normaal. Het hoort erbij. "Maar je hebt er natuurlijk ook last van, al hebben de mensen er wel begrip voor. Ze zeggen: die Macron moet een toontje lager zingen."

In Nederland is de drang om te demonstreren minder aanwezig. "Het zit meer in de zuiderlijke volksaard. Daar stroomt het bloed al iets sneller dan in het noorden. Het is in Frankrijk een onderdeel van de traditie. Het wordt aangeleerd en doorgegeven. Het is wat dat betreft een verademing dat mensen in Nederland gewoon om de tafel gaan zitten", aldus Jaap van Ginneken.

Demonstraties zullen niet verdwijnen

De massapsycholoog vermoedt dat de huidige demonstraties in Parijs nog wel even aanhouden. "Maar in december breekt de winterperiode aan en dan is demonstreren ook niet leuk. Het zal dus gaan teruglopen, maar ze zullen proberen om het in het voorjaar nieuw leven in te blazen."

Het is niet te verwachten dat de demonstratiegeest van de Fransen de komende jaren zal verdwijnen. Ze zullen de straat op blijven gaan en zullen snelwegen blijven blokkeren. Zo is ook de verwachting van Jaap van Ginneken. "Je zou denken dat demonstreren aan inflatie onderhevig is. Ik zit er ook op te wachten dat het een fractie minder wordt. Je ziet ook dat de vakbonden, net als in Nederland, minder machtig worden. Maar toch zie ik het nog niet uit het straatbeeld verdwijnen."