Wie sneuvelde als laatste in de Eerste Wereldoorlog? Frankrijk, Engeland en Amerika kennen nog altijd een ware cultus rond hun 'laatste dode'. De vraag is of dat de bekende 'officiële' doden zijn, wiens verhaal de autoriteiten wel goed uitkwam, of het verhaal toch anders is.  

Om exact 11.00 uur op de 11de dag van de 11de de maand zwegen na 4 jaar bloedige strijd de wapens en eindigde de Eerste Wereldoorlog. België, Frankrijk, Engeland en Duitsland staan vandaag uitgebreid stil bij de 100ste verjaardag van de 'Armistice', de wapenstilstand die een eind maakte aan de gevechten van de Eerste Wereldoorlog. Bij de herdenking wordt ongetwijfeld weer ingezoomd op enkele gezichten die bestempeld zijn als de 'laatste gesneuvelde Brit' of de 'laatst gesneuvelde Fransman'.

De Belgische historicus Pieter Serrien schreef het boek Het Elfde Uur over de laatste 24 uur van de oorlog. Hij plaatst om verschillende redenen vraagtekens bij deze cultus. Bij het tijdstip van de wapenstilstand, wat maar een enkel moment is, terwijl onder de honderdduizenden gewonde soldaten nog talloze doden vielen en er miljoenen burgers waren die alsnog aan honger, gifgas, bombardementen en ook nog eens de Spaanse griep bezweken. En bij de 'laatste doden' zelf. Want degenen die nog altijd geëerd worden als 'laatste gesneuvelden', zijn volgens hem doelbewust uitgekozen om hun uitstraling, symboliek of boodschap. 

Andere sterfdatum om lastige vragen te voorkomen

Neem George Ellison, geëerd als laatst gesneuvelde Brit en niet toevallig een knappe man van 40. Hij was lid van de lansiersbrigade die tijdens het begin van de oorlog streed in de slag om Mons. Britse militaire historici maakten die slag tot een mythische operatie waarbij de 'British Expeditionary Force' ternauwernood aan de ondergang ontsnapte. Ellison kwam als bevrijder uitgerekend in dezelfde stad terug en sneuvelde anderhalf uur voor het einde van de oorlog.

George Ellison

Een indrukwekkend verhaal, maar volgens Serrien vielen er tussen het moment van zijn dood en 11.00 uur nog tientallen andere doden. Serrien bestempelt Edward Sullivan, lid van een fietsbrigade, tot 'laatste Britse dode'. Hij stierf enkele minuten voor 11.00 uur in het Belgische plaatsje Aat. Zijn vader, die al twee zoons verloor, ontving een week na de wapenstilstand het bericht dat zijn zoon 'vlak voor de wapenstilstand sneuvelde'. 

Edward Sullivan ligt in een graf op de commonwealth-kerkhof in Irchonwelz, een deelgemeente van Aat. Als sterfdatum is 10 november opgegven, maar dat is een foutieve datum. De juiste datum, zo vlak voor de wapenstilstand, zou te pijnlijk zijn voor zijn nabestaanden en bovendien vreesden de autoriteiten lastige vragen van zijn familie.

Jonge, laag opgeleide anonieme soldaat als betere afspiegeling

Ook op de keuze van de laatste officiële Franse dode, de koerier Augustin Trebuchon, valt volgens Serrien wel wat af te dingen. Augustin Trebuchon stierf bij het laatste grote Franse offensief in de gemeente Vrigne-Meuse. De 40-jarige veteraan was bij alle grote veldslagen aanwezig: Verdun, De Somme, Picardië en dus ook het laatste Franse offensief. Zijn regiment moest als symbolisch gebaar de laatste dag van de oorlog nog de Maas oversteken om daar tot aan 11.00 uur een positie vast te houden tussen de Duitse linies. 

Trebuchon werd om half 11 met een boodschap naar de voorste linies gestuurd die helaas weinig heroïsch was: "Om half 12 (dus na de wapenstilstand) warme soep bij de rivieroever." Trebuchon werd tijdens zijn missie door een mitrailleurkogel getroffen en om kwart voor 11 gevonden door zijn kameraden, 'terwijl zijn lichaam nog warm was' zeggen de verslagen.

Augustin Trebuchon

Tijdens zijn onderzoek vond Serrien echter een andere laatste Franse gesneuvelde: Auguste Renault, een totaal onbekende soldaat uit Bretagne die stierf in het Belgische Chimay, een minuut voor het ingaan van de wapenstilstand. Van Renault zijn geen foto's bekend, alleen een korte beschrijving in de regimentsboeken: 'een man met bruin haar, niet al te groot'.

Volgens Serrien zou Auguste Renault een betere afspiegeling zijn van de gemiddelde gesneuvelde. Dat was namelijk een jonge, laag opgeleide soldaat, die anoniem omkwam door artillerievuur terwijl hij zich bibberend verschool in een loopgraaf, in plaats van een door de wol geverfde soldaat die door een kogel in de borst wordt getroffen. 

De loopgraven van La Boiselle

De loopgraven van La Bouiselle

In oktober 2011 zond EenVandaag een verhaal uit over de tunnels van la Boisselle. 

Vergissing, heldendaad of bizarre zelfmoord

Het verhaal van Henry Gunther, de laatste Amerikaanse dode, is een verhaal met een dubbele lading. Sergeant Gunther uit Baltimore is van Duitse komaf. Hij werd door loting voor de dienstplicht opgeroepen en uitgezonden. Hij schreef een kritische brief aan een vriend waarin hij hem vanwege de erbarmelijke omstandigheden van de soldaten aan het front waarschuwde zich niet aan te melden. De brief werd door de militaire censuur onderschept en Gunther werd voor straf gedegradeerd tot gewoon soldaat. 

Volgens zijn kameraden leed Gunther daar enorm onder en was hij verward en terneergeslagen. Op 11 november kwam hij met zijn 313de regiment aan in Ville-devant-Cheaumont. Daar stuitten de Amerikanen op een mitrailleursnest, maar omdat ze wisten dat de wapenstilstand nabij was, hadden ze weinig animo om op patrouille te gaan. Henry Gunther besloot met een geweer in de aanslag recht op de vijand af te lopen. Zowel zijn kameraden als de onthutste Duitsers wezen op hun horloge en maanden Gunther om dekking te zoeken, maar hij liep door. Om 1 minuut voor 11 werd hij door Duitse kogels doorzeefd. 

Gunther geniet zijn bekendheid mede doordat de Amerikaanse Gerneraal Pershing hem tot 'de laatste dode van de Eerste Wereldoorlog' bestempelde. Hij werd herbegraven in Baltimore en postuum weer gepromoveerd tot sergeant. Uit de verslagen van zijn kameraden valt niet op te maken of zijn dood nu een vergissing, een heldendaad of een bizarre zelfmoord was.  

Bronzen plaquette bij het graf van Henry Gunther in Baltimore

Geen Duitse cultus rond de 'laatste Duitse dode'

Bij de Duitsers bestaat er, in tegenstelling tot de Britten en de Amerikanen, geen enkele cultus rondom de laatste gesneuvelde soldaat. Er zijn in Duitsland ook geen speciale graven of herdenkingen aan verbonden. Volgens de naspeuringen van Serrien is er wel een laatste Duitse dode, zoals zovelen met een tragisch en triest verhaal.

De Duitse luitenant Erwin Tomä ging ruim een uur na de wapenstilstand op zoek naar een slaapplaats voor zijn mannen bij de Franse plaats Inor. Hij stuitte al wandelend op een schuur waar zich enkele mannen van het Amerikaanse 336ste regiment bevonden. De luitenant had zelfs een Engels zinnetje geleerd om ze te vragen of zij de schuur als slaapplaats wilden gebruiken, of dat deze beschikbaar was voor zijn mannen. Hij liep op hen af, maar de Amerikanen, kennelijk nog niet doordrongen van het ingaan van de wapenstilstand, schoten hem zonder pardon dood. Tomä werd bestempeld tot de allerlaatste gesneuvelde soldaat van het Westfront op 11 november om 12.30 uur  

Herdenking draait om heldendom, niet om de absurditeit van deze oorlog

Historicus Serrien betreurt het dat 100 jaar later de propaganda nog steeds een zwaarder stempel drukt op de herdenkingen dan de gruwelijke werkelijkheid van de Eerste Wereldoorlog. 10 miljoen soldaten kwamen om, voor een groot deel als gevolg van een militaire strategie waarin uiterst lichtzinnig werd omgesprongen met de levens van honderdduizenden jonge mannen.

Serrien vindt daarom de nadruk op de heroïek misplaatst: "Nog steeds draait de herdenking vooral om heldendom van gesneuvelde Britten Fransen en Amerikanen, terwijl er voor de Duitse slachtoffers en voor de absurditeit van deze oorlog weinig aandacht is."

Boektrailer Het Elfde Uur