Kan één aangrijpend beeld een eind maken aan een discussie die al decennia loopt? Dat vroeg ik mij af toen afgelopen week het rapport gepresenteerd werd over de Oostvaardersplassen. U weet wel, dat mooie natuurgebied tussen Almere en Lelystad waar elke winter de discussie weer over losbarst als honderden dieren bij bosjes dood gaan.

Misschien bent u er nooit geweest, of heeft u er een keer met uw hond gelopen, of zag u de eerste NK marathon op natuurijs (sinds jaren) die er gereden werd vorige winter op uw televisie, maar de Oostvaardersplassen zijn hoe dan ook een bijzonder natuurgebied in Nederland. Dertig jaar geleden ontstaan toen er bij de inpoldering van Flevoland een stuk grond overbleef, dat te drassig bleek voor bebouwing. Al snel vonden ganzen, eenden en het indertijd zeldzame baardmannetje het gebied en zo groeide het uiteindelijk uit tot natuurgebied, van internationaal belang.

Naast het moerasgedeelte, bleef er ook grond over waar al snel wat geïmporteerde runderen, edelherten (uit Schotland) en konikspaarden op gezet worden. Enkele tientallen. Nu, na dertig jaar, lopen er ruim 4.000 paarden, runderen en edelherten rond op een postzegel natuur. Elke winter sterft dertig procent. Ze kunnen het gebied niet uit. Nouja, u kent het verhaal intussen wel waarschijnlijk.

Maart dit jaar maakte ik met collega Pauke de Kok een verhaal over het gebied. In de uitzending waren beelden te zien van tientallen kadavers die werden verplaatst en een jong hert dat sterft voor de camera. Dat gebeurde op de vroege ochtend van 8 maart dit jaar, koud, onder nul, met lichte sneeuw in de Oostvaardersplassen. Naar aanleiding van onze uitzending laaide de discussie op en werden er kamervragen gesteld over de wantoestanden in het natuurgebied. Was dit natuur? Of waren wij, verwende stadsmensen, niets gewend meer?

Een probleem en tegelijkertijd een gegeven is het feit dat een sterk beeld –zoals dat van het jonge hert- meer zegt dan duizenden rapporten. Het beeld van dat jonge edelhert dat voor onze camera in het water valt en verdrinkt, komt direct bij u binnen. Het raakt uw emotie. Wat doen we met dat beeld?

Wij kozen ervoor het uit te zenden. Omdat het volgens ons symbool stond voor het sterven van honderden edelherten, konickspaarden en Heckrunderen elke winter in de Oostvaardersplassen. Sterven mag in de natuur een gegeven zijn, sterven terwijl al je mogelijkheden op overleving (voedselbron, migratiemogelijkheden, passende biotoop) bij voorbaat zijn uitgesloten, daar is niets natuurlijks aan. Dat lijkt eerder een soort wrede dierentuin, waar je half gedomesticeerde dieren neerzet, de hekken sluit, de sleutel weggooit en vervolgens zegt: “Vanaf nu is dit natuur! Prachtig, niet?“

Was het een incident? Aan de beelden die wij maakten van tientallen dode herten aan de kant van het water, honderden kadavers opeengestapeld op een grote hoop, was in elk geval te zien dat dit jonge hert niet de enige was die uitgemergeld en de dood nabij rondwankelde.

En hoewel de laatste decennia steeds grotere hoeveelheden dieren de winter niet overleefden, gaan er natuurlijk al dertig jaar dieren dood in de Oostvaardersplassen, Net zoals wel meer dieren door ons gehouden, zoals in de bio-industrie, aan hun eind komen. Maar die dieren zien wij niet. Of zoals DeJaap-columnist Dionne Boekestijn schreef over de ontsnapte stier in Arnhem deze week: ‘Het verschil zit hem in het feit dat deze stier is gezíen door mensen. Hij bestáát. Dat kunnen we niet meer ontkennen.’

En dus werd de stier –die binnenkort vast een naam gaat krijgen- gered uit het slachthuis en mag hij zijn dagen nu doorbrengen in relatieve vrijheid. Hypocriet of niet, want we eten wel graag zijn biefstukje: zo werkt het wel.

Zo gaat het ook met het jonge hert dat wij filmden. Miljoenen mensen zagen het dier. En de kadavers. Alle mooie evaluaties in lijvige rapporten verbleekten bij dit ene, niet te ontkennen beeld. De uitzending van 11 maart 2010 zorgde daarom voor een kentering in dertig jaar natuurbeleid. Zeven maanden later, bij het invallen van een nieuwe winter, presenteerde een commissie wiens rapport een jaar vervroegd was door het stervende hert in het water, een scherp oordeel over het beheer. ‘Wat hier is gebeurd, is absoluut niet acceptabel. Deze praktijk kan niet’, zei voorzitter van de commissie Gabor over het wildpark.

Beheerder Staatsbosbeheer krijgt er van de commissie behoorlijk van langs. Zwakke dieren moeten veel eerder afgeschoten worden dan nu het geval is. Zoals ‘ons’ stervende hert liet zien, kwam voor haar en honderden andere dieren het genadeschot veel te laat. ‘Zodra een vermoeden bestaat dat ze de winter niet overleven, moet dat schot komen. Liever een paar teveel afschieten dan honderden dieren laten creperen’, zegt Jacques Kaandorp, lid van de commissie en dierenarts in Nrc Next.

En, nog veel belangrijker in mijn optiek, de commissie geeft nu eindelijk aan (zwart op wit) dat de dieren in de Oostvaardersplassen geen wilde dieren zijn. Hoewel ze wettelijk wel die status hebben. ‘Vooral paarden en runderen nemen een tussenpositie in tussen wilde en gehouden dieren’, staat er in het rapport. ‘Daarom rust op de mens de morele plicht om de dieren leed te besparen.’

En dat allemaal door onze camera en het stervende hert in het water.

Nu moeten we ook niet te vrolijk doen over de macht van de camera. In dit geval is het hert een symbool geworden van ontoereikend natuurbeheer in de Oostvaardersplassen. In andere gevallen, zoals bij vrij aangrijpende beelden van varkens in de bio-industrie, heeft de macht van de camera niet altijd het gewenste effect. Of alleen een afschrikwekkend effect.

En dan bedoel ik niet al die boeren, want dat zijn er veel, die het goed voor hebben met hun dieren. Dan doel ik op de bio-industrie als dolgedraaid systeem, die miljoen varkens en kippen in een situatie duwt die je ook als ‘lijden’ kunt bestempelen. Hebben we daar geen morele plicht soms?

Dat blijft voor een televisiemaker wel een raadsel. Waarom dat hert wel, en al die 12 miljoen dieren in de bio-industrie –dan weer niet.

Lees hier het rapport van de commissie Gabor over de Oostvaardersplassen.

Cartoon van Gregorius Nekschot: Vijf meter onder NAP en tóch echte natuur!