De wereld die ik als kind in de stripalbums van Suske en Wiske aantrof was overzichtelijk. De goeien, dat waren natuurlijk Suske en Wiske, Lambik en Jerom en tante Sidonia, terwijl de kwaaien werden verbeeld door onder andere de kwaadaardige dr. Crimson, zijn dommige helpers Snoefel en Gaffel en natuurlijk de Zwarte Madam. Buurman Theofiel verzorgt een van de spaarzame grijstinten in de strip.

Dat het leven van tekenaar Willy Vandersteen bepaald niet zwart-wit was blijkt uit de bekendmaking door de erven Vandersteen dat hij tijdens de oorlog onder het pseudoniem Kaproen werkzaam was geweest als propaganda-tekenaar voor collaboreerde bladen, en daarbij ook antisemitische cartoons had getekend.

Het gerucht dat Kaproen eigenlijk Vandersteen was deed al sinds de jaren ’70 de ronde, en dook van tijd tot tijd op, zoals onderstaande publicatie uit het Belgische blad ’t Scheld uit 2002. De gelijkenis in stijl met de eerste Suske en Wiske's is inderdaad treffend:

Vandersteen is meermalen op de man af gevraagd of hij Kaproen was, maar heeft, zelfs tegen zijn biograaf, altijd ontkennend geantwoord. Toen echter in 2005 de hoofdtekenaar van de strip werd ontslagen, naar verluidt wegens een aflevering van Suske en Wiske over de holocaust, kon de commotie niet genegeerd worden en werd een onderzoek gelast. Curieus genoeg kwam daar geen hard bewijs uit naar voren.

Het historisch onderzoeksbureau Geheugen Collectief deed in 2010 echter opnieuw onderzoek naar de identiteit van Kaproen en wist documenten boven water te krijgen die inderdaad bevestigden dat Kaproen Vandersteen was. Schokkend voor de lezer die opgegroeid is met de moraliserende strips van Suske en Wiske. En schokkend voor de nabestaanden van Vandersteen. Zijn dochter Helena vertelde aangedaan op de NOS-radio over de ontdekking:

Nog tijdens de oorlog zou de striptekenaar zijn ‘fout’ hersteld hebben en zelfs anti-nazistische tekeningen hebben geproduceerd. De stripheld ‘Dappere Jan’ mept in deze strip als een voorloper van Jerommeke menig Nazi tegen de vlakte.

En daarmee roept de onthulling over het verleden van Vandersteen eigenlijk meer vragen op dan het beantwoord. Waarom tekende Vandersteen tussen 1942-1943 voor de bezetter en maakte hij vanaf 1944 juist anti-nazistische cartoons? Was het opportunisme? Het zijn in ieder geval vragen die het stripidioom overstijgen. En wellicht komen ook hierop antwoorden, als in het najaar van 2011 het boek ‘De oorlogsjaren van Willy Vandersteen’ van hetzelfde onderzoeksbureau Geheugen Collectief verschijnt.

De foute voorlopers van Suske en Wiske