Suriname verkeert al tijden in zware financiële problemen. De prijzen in de supermarkt zijn met tientallen procenten gestegen, de nationale munt devalueert en de bodem van de schatkist is in zicht.

De kritiek op de regering Bouterse neemt toe, maar niet vanuit de traditionele oppositie. Het protest tegen de regering wordt geleid door de 28-jarige kantoormedewerker Curtis Hofwijks.

Sinds november gaat hij iedere vrijdag naar het Onafhankelijkheidsplein in Paramaribo, waar het parlement en het paleis staan.

Hofwijks stond eerst alleen op het plein met een tekst op een bord: ‘Ik ben moe’. Moe van corruptie en de regering-Bouterse. “Ik zie nu dat het eindelijk loskomt onder de bevolking. De rek is eruit, president Bouterse moet vertrekken. We luisteren allang niet meer naar wat hij te vertellen heeft, want een echt plan om uit de crisis te komen heeft hij toch niet. Het is genoeg geweest, het enige wat hem nog rest is opstappen”, vertelt Hofwijks tegen nieuwssite Starnieuws.

Het land wordt momenteel genadeloos hard getroffen door de scherp gedaalde prijzen van olie en goud, met afstand de twee belangrijkste exportproducten van het Zuid-Amerikaanse land. Tezelfdertijd spendeerde Bouterse veel teveel geld aan zaken als gratis gezondheidszorg, sociale woningbouw en hogere pensioenen. Met als resultaat dat de Centrale Bank amper nog geld heeft: in drie jaar tijd werd driekwart van de volledige dollarreserve over de balk gegooid, door een devaluatie van de munt, stegen ook  de prijzen in de supermarkt.

Suriname kreeg eerder deze maand een noodlening van het IMF om de eerste effecten van de crisis het hoofd te bieden. Een rekening die volgens Curtis onterecht wordt neergelegd bij de volgende generaties.

In EenVandaag een interview met Hofwijks en een reportage vanaf het Onafhankelijkheidsplein.