Het aantal diefstallen, inbraken en overvallen, geweldsmisdrijven, verkeersmisdrijven en vernielingen neemt in Nederland sinds 2002 af. Dat constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die de criminaliteitscijfers van 1948 tot 2017 onderzocht. Het onderzoeksbureau spreekt van het ‘mysterie van de verdwenen criminaliteit’.

In 2017 ging het om 49 misdrijven per duizend inwoners. Ter vergelijking: op het hoogtepunt, in 2001 en 2002, registreerde de politie voor elke duizend inwoners 93 misdrijven. Vanaf de jaren zestig tot aan eind jaren negentig was er nog een forse stijging te zien van het aantal geregistreerde misdaden. Ook in landen als Frankrijk en Duitsland en in het Verenigd Koninkrijk was een soortgelijke stijging en daling vanaf de eeuwwisseling te zien.

info

Uit het onderzoek

Moord en doodslag vinden vooral plaats in het criminele circuit, maar het aantal afrekeningen is sinds het begin van de eeuw gehalveerd. Uit de cijfers blijkt dat vooral in de drie grote steden mensen worden omgebracht. In de jaren negentig vielen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag vier keer zoveel slachtoffers als elders in het land. Dat is nu nog steeds het geval. Liquidaties zijn goed voor een kwart van alle moord en doodslag.

“Het is goed nieuws voor de burger”, aldus Jan van Dijk, hoogleraar Criminaliteit. “Uit het rapport blijkt dat misdrijven waar de burger zelf slachtoffer van kan worden, zoals straatroof of inbraak, met tientallen procenten is gedaald.” Van Dijk plaatst daarbij wel een kanttekening. “Het onderzoek geeft geen beeld over alle vormen van criminaliteit, maar wel de meest voorkomende soorten. Dat komt omdat de criminaliteit die niet echt individuele slachtoffers maakt -zoals georganiseerde misdaad of drugscriminaliteit- moeilijk meetbaar is via een enquête. Ook de politie ziet daar maar een klein deel van. “

Van smartphones tot spelcomputers

Een duidelijke verklaring voor de dalende criminaliteit heeft het CBS niet. Volgens het onderzoeksbureau zou het deels te maken kunnen hebben met een dalende aangiftebereidheid. Mensen doen bijvoorbeeld minder vaak aangifte als de financiële schade beperkt blijft door de toegenomen welvaart. Ook weigeren sommige slachtoffers aangifte te doen, omdat ze het gevoel hebben dat de politie niets met hun aangifte doet. Daarnaast kunnen de trends in drugsgebruik en –handel meespelen in de daling.  De groep veelplegers, onder wie veel drugsgebruikers, halveerde tussen 2003 en 2014.

Ook de opkomst van (spel)computers en smartphones spelen een rol. Jongeren zouden liever gamen dan buiten rondhangen. Ze zouden daardoor minder vatbaar zijn voor criminele vrienden en minder in de gelegenheid zijn voor het plegen van impulsieve misdrijven. Toch zorgen de computers ook voor de opkomst van cybercriminaliteit. Volgens het CBS wordt nog maar weinig aangifte gedaan, ook omdat mensen soms niet eens weten dat ze slachtoffer zijn.

Minder criminaliteit, maar voelt het ook zo?

Objectieve cijfers zeggen echter niks over de beleving van (on)veiligheid. Hoewel de criminaliteit is gedaald, kan dat voor de burger zelf niet zo voelen. Deze veiligheidsbeleving wordt volgens Van Dijk vooral bepaald door de Nederlandse journalistiek. “Men gaat af op wat er in de media staat, zoals gruwelijke liquidaties in Amsterdam. Dat domineert het beeld.”