We willen te veel bouwen op plekken die daar helemaal niet meer geschikt voor zijn, zegt hoogleraar klimaatverandering Pier Vellinga. Met de overstromingen in Zuid-Limburg werd de klimaatcrisis opnieuw pijnlijk zichtbaar.

De Verenigde Naties hopen dat de overstromingen in Zuid-Limburg, Duitsland en België, landen aanspoort om ferme maatregelen te nemen. "Na alle beloften is het nu tijd voor snelle klimaatmaatregelen," zei Patricia Espinosa, chef klimaat bij de VN gisteren tijdens een digitale bijeenkomst van het wetenschappelijke VN-klimaatpanel IPCC.

Bouwen onder NAP

Maar in afwachting van die 'snelle maatregelen' wordt er volgens hoogleraar klimaatverandering Pier Vellinga nog niet goed nagedacht over de plek waar we nieuwe huizen bouwen en de invloed die extreem weer daar in de toekomst op kan hebben.

Als voorbeelden noemt hij de Stadsblokken en Meinerswijk in de uiterwaarden bij Arnhem en de Zuidplaspolder bij Gouda. "Dat is een polder die een meter of 6 onder NAP ligt. Daar willen ze 'klimaatbestendig bouwen' zeggen ze, maar hoe dan?"

Bekijk ook

Teveel vertrouwen in modellen

Volgens Vellinga wordt er te veel vertrouwd op modellen die moeten voorspellen wat er gaat gebeuren. "We hebben een soort absoluut vertrouwen in onze modellen terwijl je de zaak ook om kan keren: wat zou je willen dat er nooit gebeurt? Ga daar dan zodanig tegen bouwen dat dat niet kan. De modellen blijven giswerk."

De overstromingen in Zuid-Limburg van afgelopen maand, zijn volgens Vellinga pas het begin. "Wij mensen zijn heel genegen te geloven in geleidelijke veranderingen, terwijl we weten dat klimaatverandering met schokjes en verrassingen komt. In de negentiger jaren heb ik daar een rapport over geschreven waarin ik zei: klimaatverandering gebeurt door rampen, vooral door extreme weersveranderingen. Dat zie je nu."

Evacuaties, slepen met zandzakken en hopen dat het water weinig schade aanricht: het was een onrustige nacht in Limburg. De wateroverlast is nog altijd groot en het hoogtepunt lijkt nog niet bereikt. Zo ziet het er rond Valkenburg nu van boven uit.

Verrast door overstromingen

Volgens Vellinga is er na de overstromingen van 1995 politiek afgesproken om nooit meer te bouwen in de uiterwaarden, de gebieden tussen dijken en rivieren, maar gebeurt het toch weer.

"Dat is een beetje de psychologie van overstromingen. Het is zo ongeveer om de 50 jaar, dan worden we ineens weer verrast omdat het collectieve geheugen weer wat geminderd is en er toch weer gebouwd is, of men vergeten is onderhoud te plegen."

'Uiterwaarden zijn geliefd'

Vellinga ziet dan ook geen afname in bouw naast rivieren. "Er is zelfs nog een plan van natuurorganisaties en bouwbedrijven om te kijken of je niet in de uiterwaarden kunt bouwen, door de druk van het water elders te leggen. Uiterwaarden zijn de mooiste gebiedjes van Nederland, dus gewild."

"En bij de bouw wordt de natuur vaak ook wat opgepept, want het zijn vaak oud-industrieterreinen die dan opgeknapt worden. De gemeente heeft geen geld om die grond te saneren, maar bouwers willen dat dan wel doen, in ruil voor wat huizen die ze er kunnen bouwen."

Bekijk ook

Klimatologen ook verrast

Met de alsmaar duidelijker wordende gevolgen van klimaatverandering, vindt Vellinga dat er nu echt een halt toegeroepen moet worden aan het bouwen op gevaarlijke gebieden. "Temeer omdat ook nogal wat klimatologen verrast zijn over het extreme weer dat zich nu voordoet. En omdat het ook verdere schade met zich mee kan brengen. Onze banken worden eens in de zoveel tijd internationaal gewaardeerd. Een Rabobank zal daar heel slecht uit komen, omdat die hypotheken heeft op huizen die kwetsbaar zijn op overstromingen."

Volgens Vellinga moeten we bereid zijn consessies te doen in andere gebieden. "Nederland zou zo langzamerhand beleid moeten maken om niet meer te bouwen in de diepste polders en de uiterwaarden. Dan maar wat meer op de Veluwe of de Achterhoek. Want als het mis gaat op die andere plekken, gaat het daar ook goed mis."

Luister hier het gesprek met Pier Vellinga terug in EenVandaag