De Tweede Kamer debatteert over de liquidatiegolf in Amsterdam. Aanleiding is de liquidatie vorige week van de broer van Nabil Bakkali, die verklaringen heeft afgelegd over de uitvoerders en opdrachtgevers van meerdere liquidaties in het Utrechts-Amsterdamse criminele milieu.

Volgens D66-kamerlid Maarten Groothuizen past die laatste liquidatie in een onacceptabele geweldsspiraal. Volgens Groothuizen moet er door de politie vol worden ingezet op deze ernstige delicten. "We moeten onze opsporing versterken, de beveiliging rondom kroongetuigen moet op orde zijn en we moeten voorkomen dat jongeren afglijden tot dit milieu van zware criminaliteit."

Groothuizen was in een vorig leven officier van justitie. Volgens het D66-kamerlid hoeft er niet zomaar een blik rechercheurs opengetrokken te worden, maar moet er een andere type kennis in huis gehaald worden. Denk daarbij aan cybermensen en fiscalisten, maar ook politiemensen die de Marokkaanse en Turkse cultuur kennen om daar voet aan de grond te krijgen.  Dit is erg belangrijk om die grote jongens aan te pakken.

Bedreiging voor kroongetuige Nabil Bakkali

De vorige week vermoorde, 41-jarige, Reduan Bakkali werd op zijn bedrijf in Amsterdam-Noord vermoord, waar hij een gesprek had met een sollicitant. De sollicitant is waarschijnlijk ook de schutter geweest. De moord volgt nadat zijn broer Nabil als kroongetuige door justitie werd gepresenteerd. Hij legde ruim 26 verklaringen af over moorden in het criminele circuit. Nabil Bakkali zit momenteel in een beschermingsprogramma, maar werd voor zijn tijd als kroongetuige al bedreigd.

Eerder gaf misdaadverslaggever Paul Vugts aan dat de dood van Reduan Bakkali een nieuw dieptepunt is in de Nederlandse misdaadgeschiedenis. "Toen Nabil Bakkali als kroongetuige werd gepresenteerd kreeg ik al berichten uit het criminele milieu dat, vooral de broers, werden bedreigd. Naast de kroongetuige kan ook familie bescherming krijgen, maar dat wilde Reduan niet."

Kijk & lees meer