De uitbraak van ebola in het noordoosten van Congo is na bijna drie maanden nog niet onder controle, meldt hulporganisatie Artsen zonder Grenzen. Conflicten en wantrouwen zorgen voor uitdagingen bij de bestrijding van het virus. "Mensen hebben schrik om zich te laten behandelen."

De ziekte brak in augustus uit in het grensgebied met Uganda en Rwanda. Rob de Clercq, verpleger voor Artsen zonder Grenzen, werkt sinds vier weken als verpleegkundige in een behandelcentrum in Mangina, het epicentrum van de uitbraak. "Het behandelcentrum bestaat eigenlijk alleen uit tenten die afgeschermd zijn met plastic", vertelt hij over zijn ervaringen.

Orgaanhandel

Het tentenkamp is open opgebouwd. "Mensen kunnen van een afstand zien wat wij doen. Dit is nodig omdat er veel misverstanden binnen de gemeenschap bestaan", vertelt De Clercq. Er heerst angst en complottheorieën gaan rond. "Mensen denken bijvoorbeeld dat wij moedwillig inwoners zouden doden om organen te kunnen verhandelen."

Volgens de verpleger is het cruciaal om het wantrouwen weg te nemen. "We proberen heel open en transparant te zijn naar de bevolking over wat ebola is en wat wij doen. Dit is heel belangrijk omdat mensen vaak te lang wachten met hulp zoeken. Dan kunnen wij ze niet meer helpen."

info

Ebola wordt wereldwijd bekend als er in 2014 een grote uitbraak is in West-Afrika. In totaal overlijden 11.000 mensen aan het virus, waarvan de meesten in Guinee, Sierra Leone en Liberia. Ebola is en besmettelijke ziekte die vaak dodelijk is. Op dit moment overlijden nog steeds ongeveer twee van de drie besmette patiënten.

Na de vorige uitbraak in 2014 is er een vaccin ontwikkeld. De afgelopen periode zijn ruim 11.000 inwoners ingeënt. Toch zijn intussen bij de nieuwe uitbraak in Congo al 118 mensen aan het virus overleden.

Informeren

Vanaf het eerste moment dat iemand bij het behandelcentrum komt, geven de hulpverleners veel uitleg. "Bij het eerste gesprek is er een dokter, een verpleegkundige en een psycholoog aanwezig. De psycholoog geeft uitleg wat er allemaal gaat gebeuren."

Als iemand na de uitleg akkoord is om behandeld te worden, nemen twee verpleegkundigen, volledig gehuld in het geelwitte pak, de zieke mee naar een van de tenten. "We nemen bloed af en onderzoeken dit in het laboratorium in het tentenkamp. We weten dan binnen 2-3 uur of iemand ebola heeft."

Geweld

Sinds de vorige grote uitbraak in 2014 is er een vaccin beschikbaar. "Je wil de contacten van een patiënt in kaart brengen en vaccinaties uitdelen", vertelt de Clercq. Dat is echter lastig, want er heerst veel onrust in het gebied van de uitbraak. Het is er gevaarlijk vanwege aanvallen door rebellengroepen, waardoor veel mensen op de vlucht slaan.

Kijk & Lees ook:

"De uitbraak is zeer moeilijk in te perken omdat mensen eigenlijk constant op de vlucht zijn. Het is bijna onmogelijk alle contacten van een ebolapatiënt te achterhalen. We mogen soms ook geen actieve zoekopdrachten starten. Er zijn volledige no go-zones, vanwege het geweld", vertelt de Clercq.

Experimentele behandeling

De Clercq werkt alleen in het behandelcentrum. Tot voor kort was er geen behandeling mogelijk, nu wordt voor het eerst in Congo geëxperimenteerd met medicijnen. “We hebben vier experimentele behandelingen die patiëntafhankelijk worden gekozen. Het is nog volop in de onderzoeksfase”.

Kijk & Lees ook:

Wanneer een patiënt genezen is, wordt hij of zij begeleid naar huis. "We hebben speciale hulpverleners die met de patiënt meegaan naar hun dorp. Ze leggen uit dat de persoon geen gevaar meer vormt en je deze gewoon kan aanraken", vertelt Rob.

Toch komen ook mensen die genezen zijn soms weer terug naar het kamp. "We zetten mensen in die genezen zijn, en dus immuun voor de ziekte, om zieken te begeleiden en hun angst weg te nemen".