Het Mauritshuis in Den Haag heeft de buste van naamgever Johan Maurits van Nassau-Siegen uit de foyer van het museum gehaald. Vervolgens zijn er twee muren ingericht over de edelman. En daarmee laait de discussie over de rol van Nederland ten tijde van de slavenhandel weer op. Volgens een woordvoerder van het museum speelde Maurits van Nassau hierin een grote rol.

Het borstbeeld, een vervaardigde kopie van een marmeren borstbeeld, werd al in september uit het museum gehaald. Maurits van Nassau was van 1637 tot 1644 in dienst van de West-Indische Compagnie. De achterneef van Willem van Oranje was in deze periode persoonlijk betrokken bij de trans-Atlantische slavenhandel en verdiende daar geld aan. Nadat hij terugkwam in Nederland ging van Nassau in het Mauritshuis wonen. Sinds 1822 wordt het gebruikt als museum. Hoogleraar Koloniale Geschiedenis Gert Oostindie begrijpt niets van het feit dat de buste niet bij de wanden staat. "Het beeld had het museum net zo goed gewoon bij de wanden kunnen zetten. Juist om te laten zien dat men nadenkt over de geschiedenis van de edelman. Overigens is het niet zo gek dat het museum iets met deze man wil, want van Naussau zat volop in de koloniale onderneming." Ook vindt Oostindie dat het Mauritshuis bij uitstek een plek is om te verwijzen naar een bepaald deel van de geschiedenis, in dit geval ons koloniale verleden. "Het Mauritshuis leent zich daar heel goed voor. Het gaat erom dat je je eigen geschiedenis op een evenwichtige manier begrijpt. Dat doe je op grond van feiten niet uit emoties."

Felle kritiek

Volgens de woordvoerder van het museum was de uitleg bij het beeld zeer summier en ontbrak context. Daarop volgde felle kritiek van historicus Zihni Özdil, Kamerlid GroenLinks. Het museum reageerde vervolgens met de volgende tekst: “Het besluit om de buste weg te halen is in de zomer van 2017 genomen en is onderdeel van een groter bewustwordingsproces van het Mauritshuis ten opzichte van het slavernijverleden van Johan Maurits en de informatieverstrekking van het museum hierover. We hebben ons de kritiek dat er door het museum weinig tot geen informatie wordt gegeven over de rol van Johan Maurits aangetrokken.” De portretten van Maurits van Nassau worden niet verwijderd uit het museum, maar de onderschriften worden wel aangepast. De PVV en VVD hebben al aangegeven opheldering te willen van minister Ingrid van Engelshoven van Cultuur.

Een stokoude discussie

Dat het verwijderen van beelden al decennia lang voor discussie zorgt blijkt wel uit het beeld van Jan Pieterszoon Coen. Zijn beeld werd in 1893 in Hoorn neergezet en wordt met regelmaat beklad of vernield. In 2011 leek het probleem in Hoorn zich op magische wijze op te lossen. Toen tikte een kraan Jan Pieterszoon Coen van zijn sokkel. Maar ondanks een burgerinitiatief om het zo te laten, werd het toch teruggeplaatst. Ook de J.P. Coenschool in Amsterdam verandert haar naam. Reden: Coen had de mensenrechten niet hoog in het vaandel. Maar neemt de maatschappelijke discussie ook toe? Oostindie denkt van wel. "Er is steeds meer bewustzijn en daar komt ook de kritiek van Bosman (PVV) vandaan. Ik denk dat er voldoende overblijft om trots op te zijn. Het gaat er ook niet om dat wij schuldig zijn aan dat wat er vier eeuwen geleden is gebeurd, maar het hoort bij een volwassen multiculturele samenleving. Het is juist heel goed om erover na te denken."