De welvaart groeit in Nederland, maar werkenden zien daar alsmaar minder van terug op hun loonstrookjes. Dat blijkt uit onderzoek van vakbond FNV: "Als we dezelfde verdeling hadden gehad als in 1975, verdienden we 4.210 euro per jaar meer."

Een steeds groter deel van het geld blijft hangen bij de bedrijven, zegt vakbond FNV in een rapportage over de zogeheten arbeidsinkomensquote, de AIQ. Dat is het deel van de welvaart dat we terugzien in onze salarissen.

'Medewerkers verdienen te weinig'

In 1975 kwam ruim 80 procent van de gecreëerde welvaart terecht op loonstrookjes van werkenden. In 2020 was dat minder dan 75 procent en het Centraal Planbureau verwacht dat het dit jaar zakt naar 71 procent.

Met name in de handel zit er een groot verschil tussen wat bedrijven omzetten en wat er terecht komt in salarissen. Manager in een Gall&Gall-filiaal in Amsterdam, Alex van Stockum, kan hierover meepraten. Als winkelmanager verdient hij 13 euro bruto per uur en daar is hij best tevreden mee, maar hij maakt zich kwaad over het salaris van zijn medewerkers, die zo'n 10 euro bruto per uur verdienen.

Winst gaat naar de aandeelhouders

"Voor het geld hoef je het niet te doen. Wij zijn binnen Ahold Delhaize (het moederbedrijf van Gall&Gall, red.) het beste kindje van de klas, maar ook het achtergestelde kindje qua salaris. De lonen in de winkels blijven heel erg achter. De winst is voor de aandeelhouders en de bonussen voor de directie en managementteams zijn enorm hoog", zegt Van Stockum.

De meeste werknemers van het Gall&Gall-filiaal wonen buiten de stad, vertelt Van Stockum. "Het is wel heel vreemd dat de mensen die inwoners bedienen daar zelf niet kunnen wonen. En dat terwijl het ontzettend moeilijk is om personeel te vinden. Ik ben al 4 maanden op zoek, maar zonder resultaat." Zelf woont hij wel in de buurt van zijn werk, maar de vraag is hoe lang hij de Amsterdamse huurprijzen nog kan ophoesten.

Bekijk ook

'Lonen moeten verhoogd'

Om de situatie voor werkenden als Van Stockum en zijn collega's te verbeteren mogen bedrijven niet langer wachten met het verhogen van de lonen, vindt FNV-vakbondsleider Petra Bolster. Zeker in combinatie met de huidige inflatie.

"Het is een gek fenomeen, de werknemer betaalt twee keer: geen loonsverhoging én een hogere prijs aan de kassa bij de supermarkt. Veel werkgevers zeggen: 'Mijn medewerkers zijn mijn kapitaal, ze stralen uit dat ze hun medewerkers waarderen'. Sterker nog - er wordt gevochten om mensen."

Oproep tot ruimhartigheid

Ook in de politiek lijkt er consensus te bestaan over loonsverhogingen. Onlangs riep minister Carola Schouten voor Armoedebestrijding bedrijven op te onderzoeken of de lonen verhoogd kunnen worden. In navolging daarvan riep premier Mark Rutte op tot 'ruimhartigheid'.

De roep om loonsverhogingen is niet nieuw: al in 2019 zei hij op een VVD-partijcongres: 'De winsten van die grote ondernemingen klotsen tegen de plinten, maar het enige wat echt stijgt bij die grote bedrijven zijn de salarissen van de topmannen.'

Bekijk ook

Belasting voor bedrijven en aandeelhouders omhoog

Dat in de afgelopen jaren in een aantal CAO's de werknemers er wél op vooruit zijn gegaan, is wat vakbond FNV betreft onvoldoende. "We moeten rechtzetten wat scheefgegroeid is. Veel huishoudens kunnen amper hun rekeningen betalen door de inflatie, terwijl veel bedrijven het ondanks de pandemie en inflatie ontzettend goed doen", zegt vakbondsleider Bolster.

Het wordt volgens haar tijd dat de werkgevers en vermogenden meer belasting gaan betalen. "Het lijkt me niet meer dan logisch dat ook werkgevers en aandeelhouders evenveel belasting gaan betalen als jij en ik."

'Heel leuk werk'

Slijter Alex van Stockum blijft, ondanks zijn inzet voor een hoger loon voor hemzelf en zijn medewerkers, wel werken in de slijterij.

"Veel klanten ken ik al 11 jaar lang. Ik vind het heel leuk om met mensen te werken. Je geeft ze toch een stukje beleving mee, zoals een specifieke wijn bij een bepaald gerecht. Fijn als ze daarna superblij terugkomen."

Bekijk ook

'AIQ stabiel'

Werkgeversorganisatie VNO*NCW bestrijdt het beeld van zuinigheid bij bedrijven en zegt dat er op dit moment voor tal van CAO's loonsverhogingen worden onderhandeld.

Ook kijkt VNO*NCW anders naar de ontwikkeling van de AIQ. "Al vanaf de jaren 90 is de arbeidsinkomensquote stabiel. Die is altijd rond de 73,6 procent. Dus ik herken het beeld niet dat 'ie zou dalen", zegt voorzitter Ingrid Thijssen.

info

De arbeidsinkomensquote uitgelegd

Door te werken verdienen wij met z'n allen geld voor de Nederlandse economie, ook wel het bruto binnenlands product genoemd (bbp). De arbeidsinkomensquote (AIQ) is het totaal van alle inkomens - van werknemers én zelfstandigen - als deel van van het bruto binnenlands product.

Het geld dat we verdienen voor die bedrijven kunnen we niet zomaar uitgeven. Van het totale bedrag komt slechts een deel terug bij werkende Nederlanders. Het deel van de welvaart dat we terugzien in onze salarissen wordt de AIQ genoemd.

Een voorbeeld: een fietsenmaker koopt een tweedehands fiets voor 50 euro. Een medewerker in loondienst knapt de fiets vervolgens op, waardoor die 'm voor 150 euro kan verkopen. De toegevoegde waarde is dan 100 euro.

Met het opknappen is de werknemer 3 uur bezig geweest en daarvoor heeft hij 60 euro aan loon ontvangen. De eigenaar van de fietsenwinkel heeft 40 euro verdiend met de verkoop van de fiets (want de toegevoegde waarde was 100 euro). Dat betekent dat de AIQ 60 procent is. Van de verdiensten ontvangt de werknemer namelijk 60 euro en de werkgever 40 euro.

Bekijk hier de reportage.