Volgens Amnesty International is olieconcern Shell medeplichtig aan moorden, verkrachtingen en martelingen in dorpen in het Nigeriaanse Ogoniland. De organisatie wil een groot strafrechtelijk onderzoek naar de kwestie.

Begin jaren 90 kwamen de inwoners van Ogoniland in protest tegen Shell. Het oliebedrijf zou ernome millieuschade hebben aangericht. Volgens Amnesty vroeg Shell een paramilitaire politie-eenheid om bescherming. Een paar dagen later doodden millitairen minstens tachtig mensen en werden 595 huizen platgebrand. Shell bleef de jaren daarna de millitairen om hulp vragen. Amnesty zegt te beschikken over interne stukken waaruit dat zou blijken. "Amnesty heeft duizenden bewijsstukken doorgenomen en daaruit kunnen we concluderen dat Shell de misdrijven die de Nigeriaanse politie en leger pleegden heeft aangemoedigd en gefaciliteerd", aldus Jeanet van der Woude van Amnesty.

Het bijzondere van dit onderzoek is dat al het bewijs van de jaren 90 is samengebundeld. "Dat maakt dat we nu heel precies weten wat Shell bijvoorbeeld wist en wat daarmee gebeurde. Wat wij hebben gezien aan bewijs maakt het dat we spreken van medeplichtigheid. Het is nu aan het Openbaar Ministerie om te laten zien wat ze waard zijn", aldus Jeanet van der Woude van Amnesty. De oliemagnaat zelf spreekt in een reactie de beschuldigingen tegen. "We waren geschokt en verdrietig toen we het nieuws over de executies hoorden. De bewijzen zullen duidelijk maken dat Shell niet verantwoordelijk was voor deze tragische gebeurtenissen." Toch heeft Shell in 2009 15,5 miljoen dollar betaald om de zaak te schikken.

Ken Saro-Wiwa

De meest bekende actievoerder die om het leven is gebracht is Ken Saro-Wiwa. Hij is in 1995 door het militaire regime opgehangen na jarenlang protest tegen de oliewinning door Shell. Een van de weduwes van de slachtoffers deed eerder bij EenVandaag haar verhaal.

Weduwe van Ken Saro-Wiwa