Jullie vragen worden beantwoord door financieel commentator Martin Visser van de Financiële Telegraaf en door emeritus hoogleraar Fiscale Economie Peter Kavelaars van de Erasmus Universiteit. Ook vroegen we een woordvoerder van de Belastingdienst om een van jullie vragen te beantwoorden.
De verschillende boxen geven aan waarover je belasting betaalt, en kennen elk hun eigen regels en tarieven. Box 1 gaat over je woning en inkomen. Box 2 over aanmerkelijk belang, dat is als je veel aandelen hebt in een bedrijf. Box 3 over inkomsten uit je vermogen: dat wat je verdient uit sparen en beleggen, bijvoorbeeld in crypto of vastgoed.
1. Ik zie door de bomen het bos niet meer, wat gaat er nu weer veranderen?
Sinds 2001 werkt ons belastingstelsel zo: je betaalt belasting over de inkomsten uit je vermogen. Heb je minder dan zo'n 60.000 euro aan vermogen? Dan betaal je niets. Daarboven betaal je deze belasting wel.
De overheid rekent hierbij met een 'fictief rendement'. Jarenlang was de afspraak simpel: we gaan er standaard vanuit dat iedereen 4 procent inkomsten verdient uit sparen en beleggen, ongeacht wat er echt op je rekening gebeurt.
"Daar piepte niemand over, tot op een gegeven moment de spaarrente zo laag werd dat spaarders nagenoeg geen rente meer kregen, maar wel net zo veel belasting moesten betalen als beleggers", vertelt financieel commentator Visser.
Na uitspraak van de Hoge Raad in 2021 kwam er een laag percentage voor inkomsten uit spaargeld en een hoger percentage voor inkomsten uit beleggingen.
Maar beide percentages bleven fictief. De Hoge Raad oordeelde verschillende keren dat dat oneerlijk is: er moet gewerkt worden met een werkelijk rendement. "Daarom is de afgelopen jaren met knip-en-plakwerk reparatiewetgeving ontwikkeld", vertelt Visser. "Door de uitspraken van de rechter kon de politiek niet anders dan de stap maken naar het belasten van werkelijk rendement."
Door de uitspraken van de rechter kon de politiek niet anders dan de stap maken naar het belasten van werkelijk rendement.
financieel commentator Martin VisserNu heeft de Tweede Kamer, op 12 februari 2026, ingestemd met de nieuwe Wet werkelijk rendement box 3. Die maakt het mogelijk om het werkelijk rendement te belasten. Als ook de Eerste Kamer het voorstel vóór half maart goedkeurt, gaat de wet in per 2028.
Martin Visser en Peter Kavelaars 2. Waarom dit gefröbel over box 3?
Het 'gefröbel' over box 3 komt doordat een meerderheid van de Tweede Kamer eigenlijk ontevreden is over de nieuwe wet. In plaats van een fictief rendement komt er een werkelijk rendement, afgestemd op jouw persoonlijke financiële situatie.
Alleen de berekening van dat rendement is bij beleggingen, zolang je ze niet hebt verkocht, vaak gebaseerd op een 'papieren' werkelijkheid. Het heet dus een werkelijk rendement, "maar je hebt dat rendement nog niet daadwerkelijk in je zak zitten", legt Visser uit. "Toch wordt het rendement straks wel ieder jaar belast."
"Voor dit wetsvoorstel gaf voormalig staatssecretaris Marnix van Rij (CDA) verschillende redenen", gaat Visser verder. "Hij wilde een voorspelbare en constante belastingstroom; hij wilde ieder jaar belasting kunnen heffen op die rendementen. Daarnaast wilde hij voorkomen dat beleggers lucratieve beleggingen aanhouden en zo belastingen uitstellen. En het had te maken met de praktische uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst, dat dit makkelijker leek."
"Aanvankelijk was er in de Tweede Kamer veel draagvlak voor het wetsvoorstel, maar gaandeweg de behandeling kwam er steeds meer kritiek. Alleen was toen de keuze: gaan we deze bende nu nog langer uitstellen, en moeten we nog langer doen met de reparatiewetgeving die we nu hebben, óf laten we deze wet voorlopig ingaan en ontwikkelen we daarna een nieuwe wet zoals de Kamer die eigenlijk echt wil?"
"De huidige reperatiewetgeving hangt met plakband aan elkaar en levert de staatskas weinig op", licht Visser toe. "Hij is ook niet fijn voor beleggers die minder rendement behalen dan het fictieve rendement. Zij moeten dit nu zelf bewijzen."
"Dus ik zie het zo", concludeert hij, "de meerderheid van de Kamer heeft gekozen tussen twee kwaden." We krijgen straks in ieder geval een stelsel waarin wordt uitgegaan van het werkelijk rendement, alleen heeft nog niet iedereen dat bedrag uit beleggingen geïnd. In de wet die daarna ontwikkeld wordt, zal hier meer rekening mee worden gehouden, denkt Visser.
3. Waarom is ervoor gekozen te belasten per jaar en niet pas bij verkoop, zoals in andere landen?
"Het pijnpunt van de hele box 3-discussie zit inderdaad in de vraag: wat doe je met een waardestijging van aandelen en onroerend goed? Wanneer ga je dat belasten: doe je dat ieder jaar waarin je het aandeel of het onroerend goed bezit, of doe je dat pas wanneer iemand verkoopt?", legt emeritus hoogleraar Fiscale Economie Kavelaars uit. Het eerste noem je vermogensaanwas, het tweede vermogenswinst.
De Kamer heeft nu met de nieuwe wet gekozen voor een combinatie. "De nieuwe wet gaat ervan uit dat gewone beleggingen en aandelen vermogensaanwas zijn. Maar vastgoed valt onder vermogenswinst en wordt dus pas belast als je het verkoopt", vertelt Visser.
Nederland is het enige land dat deels voor een belasting op vermogensaanwas kiest, zegt Kavelaars. "Belasting op vermogenswinst daarentegen wordt al in heel veel landen gedaan." Kavelaars pleitte mede daarom in een advies aan de Tweede Kamer voor een systeem dat alleen vermogenswinst belast. "We kennen dit ook al van box 1 en 2, dus het zou niet nieuw moeten zijn."
Toch koos de regering in eerste instantie voor belasting van vermogensaanwas. "De regering schermt ermee dat de opbrengst van een vermogenswinstbelasting veel lager is, omdat die pas veel later in zicht komt", verklaart Kavelaars.
"Ook zou het berekenen van vermogenswinst moeilijk uit te voeren zijn, omdat belastingplichtigen alle aandelen moeten registeren. Ik zou zeggen: geen probleem, dat doet de bank al voor je. Juist in een systeem van vermogensaanwas, waarbij jaarlijks belasting moet worden betaald, zullen veel mensen met aandelen bezwaar maken. Dat wordt een drama voor de fiscus."
Het dubbele systeem zoals dat nu wordt ingevoerd, vindt hij daarom niet goed. "Ik vind dat we gelijk naar het belasten van vermogenswinst zouden moeten. De Kamer is daar langzamerhand ook van overtuigd, er is een enorme verschuiving geweest en er is nu een amendement over aangenomen."
Ook Visser benoemt dit: "De kritiek die er is, is dat de politiek nu weer een halve stap maakt. Terwijl er ongelofelijk veel landen zijn die allang het werkelijke rendement op vermogenswinst belasten."
4. Welke invloed hebben de veranderingen van box 3 op vakantiehuizen en op investeringen in nieuwe woningen?
Als het gaat om je eerste eigen woning, dan is er niets aan de hand. Die valt onder box 1. "Over inkomsten uit extra panden - onroerend goed uit box 3 - moet je wel belasting betalen. Maar dat hoeft niet elk jaar, pas als je het pand verkoopt", vertelt Visser. Dat is dus betalen over vermogenswinst.
"Onroerend goed stijgt flink in waarde, en als je ieder jaar zou moeten aftikken over die waardestijging, dan kun je in de problemen komen", legt Visser uit. "Dus daar is met de nieuwe wet wel in voorzien."
Maar er is wel een bijzonderheid, weet Kavelaars: "Er is veel discussie ontstaan bij mensen die een tweede woning hebben, bijvoorbeeld een vakantiehuis, dat ze niet verhuren. Je krijgt er dan geen inkomsten uit. Toch zit er dan nu in de nieuwe wet een hele vervelende regeling, want dan moet je alsnog jaarlijks een fictief rendement gaan betalen, van zo'n 5 procent." Kavelaars denkt dat hier nog wel bezwaar tegen gemaakt zal worden.
"Nu valt de belasting op zo'n tweede huis door de huidige regels en aftrekbare schulden vaak nog mee, maar straks kan dit je jaarlijks duizenden euro's kosten", legt hij uit. "Het gekke is ook dat dit niet geldt voor vakantiewoningen in het buitenland; die worden belast volgens de regels van dat land. Dit benadeelt bezitters van een vakantiewoning in Nederland en stimuleert aankopen over de grens."
5. Blijft er een belastingvrije drempel in box 3?
Visser: "Op dit moment is er een zogenoemd heffingsvrij vermogen van 59.357 euro. Als je vermogen onder die grens ligt, hoef je geen belasting over je rendement te betalen."
Dat verandert. "Vanaf 2028 is er geen drempel meer op basis van de hoogte van je vermogen, maar op basis van de hoogte van je rendement", vertelt Visser. "Tot 1.800 euro aan rendement wordt vrijgesteld van belasting."
"Dit kan zeker gevolgen hebben voor kleine beleggers. Mensen zijn daarvan geschrokken", ziet Visser. Een rekenvoorbeeld: "Stel dat jij 10.000 euro aan beleggingen hebt, dan viel dat eerst ruim onder de vermogensgrens. Maar wanneer je met je belegging nu een flinke koersstijging meemaakt, bijvoorbeeld van 50 procent, dan heb je 15.000 euro. Je hebt dan 5000 euro rendement waarover je opeens belasting moet betalen."
6. Wat betekent dit voor beleggers? Wordt verlies ook verrekend?
Het nieuwe systeem kan nadelig zijn, zegt Visser. "Elke nieuwe inkomsten worden opnieuw belast. Je belastingstroom wordt dus grilliger. Zeker als je een keer verlies maakt, dan krijg je dat niet meteen gecompenseerd. Pas in de jaren daarna mag je dat compenseren met je positieve rendementen in box 3."
"Met name mensen met riskante beleggingen zijn bezorgd", zegt Visser. "En dat snap ik wel. Als je beleggingen hebt waarbij de koers grote sprongen maakt, dan moet je het ene jaar misschien belasting betalen over een flinke koerswinst, terwijl je het jaar erop opeens een koersdaling kunt krijgen. Voor deze beleggers pakt het systeem wel echt ongunstig uit."
7. Is het verstandig om een groter deel van je vermogen te stoppen in spaargeld dan in beleggingen?
"De bedoeling van beleggen is natuurlijk dat je meer rendement krijgt dan van sparen. Het is niet zo dat je ineens net zo goed kan sparen, want dan heb je sowieso minder rendement", antwoordt Visser.
Hij geeft een rekenvoorbeeld: "Als jij een bitcoin hebt van 10.000 euro en je maakt een sprong naar 15.000 euro, dan moet je over het rendement van 5.000 euro een belasting van 36 procent betalen. Terwijl als je die 10.000 euro op de spaarrekening had laten staan, dan had je daar 1,5 procent rente op z'n best voor gekregen. Dan heb je in totaal nog steeds niet zoveel als dat wat je met de belegging eruit haalt."
8. Waar vind ik een handleiding over hoe ik zelf het werkelijke rendement kan berekenen?
Dit vroegen we aan woordvoerder bij de Belastingdienst Adriaan Ros: "De verwachting is dat voor meer dan 60 procent van de burgers de aangifte volledig vooraf kan worden ingevuld. Dit gebeurt op basis van gegevens die door financiële instellingen zoals banken aan de Belastingdienst worden geleverd. Dat gaat om rente op bankrekeningen en schulden, ontvangen dividend en vermogenstoename van publiek verhandelbare aandelen en obligaties."
"Voor burgers met andere typen vermogen geldt dat de Belastingdienst niet over alle gegevens beschikt", vertelt Ros verder. "Het gaat dan bijvoorbeeld om onroerende zaken. Burgers moeten dan zelf de kosten bijhouden die je kunt aantonen met facturen. En bij verkoop kun je investeringen aftrekken. Denk aan een aanbouw of dakkapel. Daarvoor heb je ook facturen nodig."
"Voor de volledigheid geef ik nog mee dat burgers in de nieuwe wet een administratie- en bewaarplicht hebben voor gegevens die nodig zijn voor het doen van een juiste aangifte inkomstenbelasting. Het gaat om gegevens die niet automatisch door binnenlandse en buitenlandse financiële instellingen aan de Belastingdienst worden doorgegeven", zegt Ros.
"In aanloop naar de invoering van het nieuwe stelsel communiceert de Belastingdienst over de wijze waarop de administratie voor box 3 door burgers ingericht kan worden. De Belastingdienst zal veel aandacht besteden aan informatieverstrekking zodat burgers zich kunnen voorbereiden", zegt Ros tot slot.