
Rob Jetten mag minderheidskabinet formeren: kunnen er ook ministers uit de oppositie komen? 'Het afbreukrisico is groot'
Na de presentatie van het coalitieakkoord gaat Rob Jetten zijn minderheidskabinet formeren. Hij moet bij elke stap rekening houden met de wensen van de oppositie. Jullie vroegen ons of er ook ministers van andere partijen in het kabinet kunnen komen.
"Dat kan zeker", zegt Koen Vossen, politiek historicus bij de Radboud Universiteit. "Staatsrechtelijk is daar geen enkel bezwaar tegen. Je wordt benaderd om een bepaald ambt te bekleden. Het is gewoonte geworden dat je lid moet zijn van een coalitiepartij, maar dat hoeft niet van de wet. Die partijen gaan straks zelf rondbellen: wat voor mensen hebben we in huis?"
Minister uit andere partij
Het komt wel vaker voor dat mensen gevraagd worden die nog geen lid zijn van een partij, zegt Vossen. "Zoals Ernst Kuipers, in het kabinet-Rutte IV." Hij werd vanuit zijn expertise als bestuurder in de coronacrisis gevraagd om voor D66 minister van Volksgezondheid te worden. Kuipers had wel al meegeschreven aan het verkiezingsprogramma van die partij.
"En tijdens de coronacrisis, toen minister Bruno Bruins het niet meer aankon, werd Martin van Rijn tijdelijk minister van Medische Zorg", herinnert Vossen zich. "Hij zat goed in het dossier, maar was lid van de PvdA, een partij die niet in de coalitie zat."
Ongemakkelijke situatie
Het is dus mogelijk dat een minister van een oppositiepartij plaatsneemt in het kabinet. Maar ongemakkelijk is dat wel, zegt politiek verslaggever Remko Theulings. "Dan moet je namelijk oppositie gaan voeren tegen je eigen minister. Dat is heel raar." Daarom duurde het ministerschap van Van Rijn ook niet langer dan 3 maanden. "Toen het beleid weer een beetje op de rails stond, en het allemaal weer wat meer politiek werd, is hij er ook gelijk weer uitgestapt."
Voor een voorbeeld van ministers die van een andere partij in een gedoogrol in het kabinet komen, moeten we verder terug in de tijd, zegt Vossen. "In de jaren 70 hebben we het kabinet-Den Uyl gehad, waarbij confessionele politici - van de christendemocratische partijen die later het CDA zouden vormen - in het kabinet zaten, terwijl die partijen formeel niet meededen."
Gedoogconstructies
Zoiets zou in theorie nu ook kunnen gebeuren met bijvoorbeeld ministers van GroenLinks-PvdA en JA21. "Het werd een gedoogconstructie genoemd. Ruud Lubbers en Dries van Agt deden bijvoorbeeld mee namens de KVP. Dat was wel een ingewikkelde constructie, bedacht door de informateur om toch een soort steun te krijgen."
Maar of zoiets ook voor herhaling vatbaar is, vindt Vossen lastig te zeggen. "Dat kabinet heeft er 4 jaar gezeten en bijna de eindstreep gehaald. In die zin werkte het. Aan de andere kant: de verhouding tussen Den Uyl en Van Agt is toen zodanig verslechterd dat de PvdA, die bij nieuwe verkiezingen wel de grootste was geworden, daarna door Van Agt buiten het kabinet is gehouden."
'Gaan we niet aan beginnen'
Het was CDA-leider Henri Bontenbal die het tijdens deze formatie opperde: misschien konden er ook ministers van andere partijen in het minderheidskabinet van Jetten komen. "Dat is ook voorgelegd in de gesprekken met toekomstige oppositiepartijen", zegt verslaggever Remko Theulings. "Maar niemand is daarop ingegaan. Die optie is snel afgevallen."
"Zowel Jesse Klaver van GroenLinks-PvdA en Joost Eerdmans van JA21 hebben gezegd: daar gaan we niet aan beginnen", voegt Theulings toe. "Niemand stond erbij te juichen, maar het kwam ter sprake als een van de opties om als minderheidskabinet toch een beetje 'stabiele zijwieltjes' te krijgen."
Wennen aan minderheidskabinet
Ook zonder ministers uit de oppositie moeten Rob Jetten en zijn ministers straks manieren vinden om de oppositie mee te krijgen met hun wetten. Voor iedereen wordt dat wennen. De Nederlandse politiek heeft geen ervaring met minderheidskabinetten. "Er is daarom gekeken naar het Deense voorbeeld", weet Theulings. "Daar wordt er heel veel met minderheidskabinetten gewerkt."
Een belangrijk verschil is dat een Deense minderheidskabinet meestal vooraf al afspraken heeft gemaakt met vaste partners om steun te krijgen op bepaalde onderwerpen, legt de verslaggever uit. "Dan heb je wel een minderheid, maar weet je bij het aantreden wel dat bepaalde belangrijke gebieden al gedekt zijn. Over zoiets is in de formatie wel gesproken, maar voor zover wij weten zijn er nog geen akkoorden met de oppositie gesloten."
Dubbele onderhandelingen
Dat betekent dat het echte onderhandelen met de oppositie nog moet gebeuren. Jesse Klaver noemde dat al een 'riskant experiment'. "Het moet gaandeweg blijken of dit gaat lukken", zegt Theulings. "Het belangrijkste is de begroting. Normaal gesproken wordt die in de loop van de zomer opgesteld. Dan gaan de coalitiepartijen lang met elkaar onderhandelen over het geld."
Dat wordt dit keer een stuk ingewikkelder, denkt hij. "Nu krijg je een soort dubbele onderhandeling, want D66, VVD en CDA moeten het niet alleen met elkaar eens worden, maar ook met de oppositie."
Contacten onderhouden
Volgende week dinsdag wordt Rob Jetten door de Tweede Kamer aangewezen als formateur. Hij mag dan aan de slag met het samenstellen van zijn ministersploeg. Ook dan zal het feit dat zijn coalitie geen meerderheid heeft meespelen, denkt Theulings. "Nieuwe ministers moeten goed zijn in het politieke handwerk en goede contacten onderhouden met de oppositiepartijen. Een goede minister doet dat altijd al, maar nu is dat een absolute vereiste."
Het demissionaire kabinet-Schoof heeft laten zien wat er gebeurt als ministers daar niet goed in zijn, ziet hij. "Er waren Kamerleden die nog nooit met bepaalde ministers hadden gesproken. Dan organiseer je dus geen steun." Dat heeft concrete gevolgen: er zijn de afgelopen 2 jaar tijdens dat kabinet nauwelijks wetten aangenomen door de Tweede en Eerste Kamers.
'Positieve vibe' uitstralen
Jetten, Bontenbal en Yeşilgöz zullen dus hun best moeten doen om een goed kabinet te kunnen presenteren. "Het afbreukrisico voor potentiële ministers is sowieso al groter geworden, de laatste jaren", ziet Theulings. "En het zal niet helpen dat het nu om een minderheidskabinet gaat." Ministers worden straks niet meer automatisch beschermd door een meerderheid in de Tweede Kamer. Een motie van wantrouwen kan dan, om de coalitie heen, een meerderheid halen, en dan moet de minister weg.
"Ze doen wel heel erg hun best om mensen met hun enthousiasme over te halen. Ze proberen heel erg die positieve vibe, van we gaan nu de boel aanpakken, uit te stralen. Op 23 februari gaan we zien wat dat heeft opgeleverd: dan moet het kabinet op het bordes staan", besluit Theulings.