Jullie vragen worden beantwoord door meteoroloog Reinout van den Born van website weerverteller.nl en klimaatexpert bij het KNMI Carine Homan.
1. Wat is een El Niño? En hoe ontstaat er een?
El Niño is een eens in de 2 tot 7 jaar terugkerende warme zeestroom langs de evenaar in de Stille Oceaan. Het natuurverschijnsel duurt gemiddeld 9 tot 12 maanden en speelt zich af tussen Zuid-Amerika aan de ene kant, met name Peru en Ecuador, en Australië en Indonesië aan de andere kant.
Om te begrijpen hoe El Niño ontstaat, helpt het om eerst de normale situatie te kennen. "Normaal komt er koud water omhoog aan de kust van Peru, en dat wordt door de oostenwind richting Indonesië en Australië getransporteerd", legt klimaatexpert Homan uit. Door El Niño verandert dat. "Die oostenwind zwakt af, waardoor het koude water minder omhoog komt en het zeewater aan het opervlakte als geheel opwarmt. En daardoor veranderen ook de weerspatronen."
Als het zeewater een halve graad warmer is, spreek je van een El Niño. Op dit moment zitten we daar al ongeveer op.
klimaatexpert Carine HomanMeteoroloog Reinout van den Born beschrijft hoe dat proces verder verloopt: "Een hoeveelheid warm water die al een tijdje onder het zeeoppervlak op transport is gezet richting Zuid-Amerika, botst daar tegen het continent aan en welt dan op. En stroomt dan met de oostelijke wind weer naar het westen terug. Zo wordt het in een steeds groter gebied heel warm zeewater."
We spreken officieel van een El Niño als het zeewater meer dan 0,5 graden Celsius warmer is dan normaal, gedurende meerdere maanden achter elkaar. Homan legt uit wat die grens betekent: "Als de index een halve graad warmer is, spreek je van een El Niño. Op dit moment zitten we daar al ongeveer op."
"Een normale El Niño zit vaak tussen een halve en anderhalve graad", voegt Van den Born toe. "Maar er zijn voor dit jaar berekeningen die richting 3,5 graden gaan. Dat is een heel groot verschil."
De naam El Niño betekent in het Spaans 'het kerstkind', omdat het hoogtepunt van het verschijnsel vaak rond kerst valt.
Naast El Niño bestaat ook nog La Niña, de twee zijn elkaars tegenpolen. "La Niña's doen in grote lijnen het tegenovergestelde", zegt Van den Born. Bij El Niño is het zeewater warmer dan normaal; bij La Niña juist kouder. In normale omstandigheden waait er langs de evenaar een oostenwind die koud water richting Australië en Indonesië drijft.
Bij El Niño zwakt die wind af, waardoor het koude water minder omhoog komt en de zee opwarmt. Na een El Niño volgt er regelmatig een La Niña, soms wel 2 à 3 jaar lang.
2. Hoe kunnen we nu al weten dat er een El Niño gaat komen?
El Niño is zo bepalend voor het wereldweer dat het zeegebied in de Stille Oceaan continu in de gaten wordt gehouden. "Dat hele stuk zee ligt vol met boeien", zegt Van den Born. "Daar wordt voortdurend de watertemperatuur gemeten, niet alleen aan het oppervlak maar ook op grote diepte. En verder wordt er met satellieten naar gekeken."
Zodra wetenschappers zien dat er onder het oppervlak een grote hoeveelheid warm water richting Zuid-Amerika beweegt, weten ze dat er een El Niño aankomt. "Dat zie je al maanden van tevoren aankomen."
Klimaatexpert Homan bevestigt dat beeld. "Je ziet al in de waarnemingen dat de temperatuur voor de kust van Peru aan het toenemen is. En eerder dit jaar waren er ook al vaker westenwinden in plaats van oostenwinden." De kans dat er daadwerkelijk een El Niño komt, schat zij aan de hand van modellen op ongeveer 95 procent.
Over hoe sterk die El Niño uiteindelijk wordt, lopen de verwachtingen uiteen. Homan wijst op de meest recente cijfers: het Europese klimaatinstituut Copernicus schat de kans op een sterke El Niño al op 75 procent, het Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) op 65 procent. Van den Born ziet de signalen ook duidelijk: "Naarmate we er dichterbij komen, worden de verwachtingen steeds zekerder. Maar ook steeds warmer. Er wordt nu een El Niño verwacht die mogelijk gewoon de allersterkste ooit wordt."
Homan is voorzichtiger. In het voorjaar zijn voorspellingen altijd onzeker, legt ze uit. "Pas vanaf juni kun je met meer zekerheid zeggen hoe sterk hij wordt. Dus ik wil nog even afwachten." Wetenschappers noemen die onzekere periode volgens de klimaatexpert ook wel de 'spring predictability barrier': een soort drempel waarna de verwachtingen een stuk betrouwbaarder worden.
"Het zou heel goed kunnen dat dit de zwaarste El Niño wordt die wij ooit hebben meegemaakt. Daarom is er best wel wat spanning en opwinding in de wetenschappelijke wereld op dit moment." Wat die mogelijke allersterkste ooit kan betekenen, maakt Van den Born duidelijk met een historische vergelijking. Tussen 1876 en 1878 zorgde een vergelijkbare combinatie van factoren voor hongersnoden op meerdere continenten tegelijk.
"We krijgen dit jaar mogelijk dezelfde combinatie van factoren", zegt hij. Maar hij benadrukt ook de onzekerheid: "Als het ergens nat wordt, hoe nat wordt het dan? Als het ergens droog wordt, hoe droog wordt het dan? En hoe zijn wij tegenwoordig opgewassen tegen dat soort situaties?" Daarmee is 2026 voor wetenschappers een soort testjaar.
3. Heeft El Niño gevolgen voor het weer in Nederland?
El Niño heeft grote gevolgen voor het weer over de hele wereld. "Je kunt zeggen dat het op heel veel plekken waar het normaal veel regent heel droog wordt, en andersom", legt Van den Born uit. "Het lokt allerlei extreme situaties uit die ook veel schade opleveren." Zo wordt het in Australië en Indonesië heel droog, met bosbranden tot gevolg. In Oost-Afrika valt er juist veel regen. "Als het dan gaat regenen, heb je ook meteen overstromingen en het uitbreken van ziektes."
Voor Nederland zijn de directe gevolgen minder groot. "Nederland en Europa liggen vrij ver weg van het El Niño-gebied, eigenlijk het verste weg als je wereldwijd kijkt", zegt Van den Born. Toch signaleert hij een aantal mogelijke effecten. "Je ziet dat de straalstroom bij Europa wat sterker wordt, wat met name in de herfst en winter extra regen oplevert."
Daarnaast is er een ander risico: "De kans op een droge en hete zomer is wat groter. En wat voor ons nog het meest bedreigend zou zijn, dat zou zo'n hete droge zomer zijn." Als het lang droog is, kunnen we te maken krijgen met watertekort en branden.
Homan is op dit punt een stuk nuchterder. Volgens haar heeft El Niño in Nederland "eigenlijk nauwelijks" effect. Na een El Niño is de kans op een iets nattere lente iets groter, maar dat effect is klein. "Je moet er niet te veel geld op inzetten", zegt ze. Er zijn wat kleine effecten elders in Europa zoals een iets grotere kans op een koude winter in Scandinavië maar die zijn allemaal beperkt. Hoe sterker de El Niño, hoe groter de doorwerking wereldwijd, maar voor Nederland blijft de extra invloed volgens Homan gering.
Voor de Nederlandse Caribische eilanden zijn de gevolgen anders. "Doordat het in Zuid-Amerika veel natter wordt, is er een compenserende beweging die ervoor zorgt dat het Caribisch zeegebied veel rustiger en droger wordt", legt Van den Born uit. "Bij de Cariben moet je rekenen op droger weer en als gevolg daarvan ook hogere temperaturen."
De kans op orkanen neemt er juist af. Door de veranderde luchtcirculatie boven de oceaan neemt de wind toe, en dat heeft een direct gevolg voor orkanen. Homan legt uit waarom: "Als er meer wind is, heb je ook meer windschering het verschil tussen wind aan het oppervlak en wind hoger in de lucht. En als je een orkaan wil hebben, moet er niet te veel windschering zijn. Dan waait zo'n bui te makkelijk uit elkaar."
4. Is er een verband tussen El Niño en klimaatverandering?
Een El Niño komt bovenop de klimaatverandering die er al is. "Dat maakt dat het weer nog extremer kan worden in een jaar waarin je een El Niño hebt", zegt Homan van het KNMI. Een droogte wordt dan droger, een overstroming natter.
De twee verschijnselen stapelen zich als het ware op elkaar. "Er zijn tekenen dat er wat vaker sterke El Niño's zouden kunnen komen, maar andere modellen en wetenschappers spreken dat weer tegen. Of klimaatverandering de frequentie of de intensiteit van El Niño verandert, dat weten we eerlijk gezegd nog niet zo goed."
De link tussen klimaatverandering en El Niño zelf is volgens Van den Born vooral zichtbaar in de temperatuur. "Doordat de zeeën steeds warmer worden, worden de El Niño's ook steeds warmer. Dat is de link met klimaatverandering." Of El Niño daardoor ook vaker voorkomt, daar is hij duidelijk over: wetenschappers hebben niet het gevoel dat er meer El Niño's zijn dan vroeger. "Ze worden wel warmer."
5. Wat zijn de gevolgen voor zeedieren?
Voor de kust van Zuid-Amerika kan het zeewater tijdens El Niño in korte tijd 5 tot 10 graden warmer worden. Dat heeft grote gevolgen. "Het zeeleven dat daar is, is helemaal niet gemaakt voor die temperaturen. Dat trekt weg. Alle vissen waar vissers op vissen zijn er dan ineens niet meer. Dan zitten mensen totaal zonder werk", zegt Van den Born.
De vissen trekken weg naar koelere wateren. Dieren die zich niet kunnen verplaatsen hebben het een stuk lastiger. "Die hebben het natuurlijk veel zwaarder. Dat zal ongetwijfeld ook sterfte tot gevolg hebben, maar de meeste trekken gewoon weg." Gelukkig is het tijdelijk. "El Niño's bestaan al zolang als de mensheid er is", zegt Van den Born. "Op het moment dat het water daar weer afkoelt, komen ze gewoon weer terug."