
Steeds meer jongeren zitten vast in de bijstand, Jennifer (25) kwam er alleen met hulp uit
Hoe krijgen we de jongeren uit de bijstand? Die vraag is relevant nu al ruim 3 jaar het aantal jongeren in de bijstand stijgt. Het zijn er inmiddels ruim 44.000 in Nederland. Een stijging van 27 procent sinds begin 2023. "Ik voelde mij een nummertje."
Jennifer Diepens was 19 jaar, dakloos en had een bijstandsuitkering van 250 euro. Meer kon ze niet krijgen, omdat de overheid verwacht dat ouders die aanvullen, maar met hen had Jennifer geen contact meer. "En ja, daar kun je niet echt mee rondkomen, laat staan mee overleven."
Een uitzondering
Ze bouwde daardoor heel veel schulden op, had geen vast woonadres, ging niet naar school en had ook geen werk. "Ik had geen stabiele ondergrond, het was dus heel moeilijk om iets stabiels voor elkaar te krijgen. Ik kreeg ook geen normale uitkering omdat ik dan weer niet voldeed aan bepaalde voorwaarden vanuit de gemeente."
Ze voelde zich een nummertje, een uitzondering. "Dan gaan heel veel deuren opeens dicht. Terwijl ik wel heel graag meer wilde."
Tussen wal en schip
Haar situatie leek uitzichtloos totdat stichting Het Bouwdepot op haar pad kwam. Die stichting helpt jongeren tussen de 17 en 27 jaar in een kwetsbare positie. Maandelijks ontvangen de jongeren 1.400 euro om aan hun toekomst te werken samen met een begeleider. Daardoor ervaren jongeren financiële rust en kunnen ze de draad weer oppakken.
Marleen van der Kolk is directeur van Het Bouwdepot, dat nu 5 jaar bestaat. "We hoorden terug van jongeren, hun begeleiders, maar ook van gemeenteambtenaren dat het huidige bijstandskader niet aansluit bij een groep jongeren die kwetsbaar is en tussen wal en schip in de systemen vallen", legt Van der Kolk uit.
Geen vaste grond
Daarmee bedoelt ze dat de bijstandsuitkering voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar heel laag is. "Zeker als je er alleen voor staat en geen vaste grond onder de voeten hebt."
Heel vaak willen ze niets liever dan naar school of werk. Gewoon meedoen.directeur Marleen van der Kolk van Het Bouwdepot
Zij komen terecht in een vicieuze cirkel: "De gedachte is nog steeds dat deze jongeren onder een brug zitten met een blikje bier en een hoodie op, maar heel vaak willen ze niets liever dan naar school of werk. Gewoon meedoen. Dan wil je die kamer kunnen betalen."
'Met open armen ontvangen'
In het jaar waarin de jongeren de 1.400 euro ontvangen, krijgen ze rust. "Op dat moment zitten ze al jarenlang in de overleefstand. En dat tijdelijke jaar kunnen jongeren gebruiken om samen met een begeleider te werken aan hun problemen. Aan hun mentale gezondheid of om aan het werk te gaan, hun huur te betalen en bijvoorbeeld hun schulden af te lossen."
Dat herkent ook Jennifer. Eerst moest ze een paar keer goed kijken toen het geld op haar rekening werd gestort. "Ik moest echt kijken of het wel werkelijkheid was." Maar toen kwam al snel de opluchting. "Ik werd niet meer in een hoekje gedreven. Ik werd met open armen en vol vertrouwen ontvangen. Dus dat was heel mooi."
Steun nodig
Toen begon ze met het opbouwen van haar leven. Ze deed een opleiding en startte haar eigen taxibedrijf. "Ik kreeg echt de mogelijkheid om me weer verder in de maatschappij te ontwikkelen."
Het Bouwdepot is in dertien gemeenten actief. Dat klinkt als weinig, maar volgens directeur Marleen van der Kolk kost het gewoon tijd. "Het is toch anders kijken en handelen bij deze groep jongeren. We hebben natuurlijk de ambitie om dit in heel Nederland te kunnen aanbieden, het kan wat ons betreft niet snel genoeg gaan. Maar daar hebben we wel steun van politici of bijvoorbeeld een wettelijk kader voor nodig om dit te kunnen doen. En dat kost tijd."
Steeds meer jongeren
Maar hoe komt het dat steeds meer jongeren in de bijstand raken? Volgens lector schulden en incasso aan de Hogeschool van Utrecht Nadja Jungmann heeft het ermee te maken dat er voor jongeren veel dingen veranderen op dit moment. "Steeds meer jongeren zitten in de schulden en als je in de schulden zit, dan loont werken niet altijd."
Daarnaast wijst ze ook naar de flexibele arbeidscontracten die jongeren vaak hebben. "Waardoor ze dus ook veel meer in en dan weer uit de bijstand gaan."
Meerdere groepen
Daarnaast zijn er ook jongeren met andere problemen. "Bijvoorbeeld jongeren die echt zware mentale problematiek hebben. Die konden vroeger nog wel in de Wajong; dat is een levenslange uitkering, maar er worden steeds minder jongeren toegelaten."
Als laatste groep noemt Jungmann jonge mensen die uit een ander land gevlucht zijn naar Nederland en niet meteen aan het werk kunnen. "En de optelsom van al die groepen maakt dat we een toename zien van het aantal jongeren in de bijstand."
Niet voor iedereen
Ondanks dat Jungmann Het Bouwdepot een heel mooie en belangrijke aanpak vindt, werkt die niet voor al deze groepen. "Het is een aanpak die vooral loont voor jongeren die dak- en thuisloos zijn of op de bank slapen bij familie en vrienden. Die eigenlijk echt de basis op orde moeten hebben voordat het lukt om die stap naar de arbeidsmarkt te zetten."
Om al die jongeren te kunnen helpen zijn volgens Jungmann een aantal dingen nodig. Nu is het zo dat alle gemeenten in Nederland anders omgaan met jongeren in de bijstand. "Je zou bijna kunnen zeggen dat het een loterij is waar je woont in wat je aan begeleiding krijgt en ruimte."
Verschillen per gemeenten
Het grootste pijnpunt wat haar betreft ligt in het feit dat jongeren onder de 21 jaar een lagere bijstand krijgen dan een volwassene. "Dat maakt het ook dat die groep vaak heel veel moeite heeft om een stap naar woonruimte te kunnen zetten."
Gemeenten kunnen wel een toelage geven, maar doen dat volgens Jungmann niet altijd. "Dus je ziet dat er hele grote verschillen zijn in de ruimte die ze aan jongeren geven én de grote verschillen in de begeleiding die ze krijgen om de stap naar werk te zetten."
Ruimte geven
Om alle jongeren te kunnen helpen moet er een minimum bijstandsuitkering komen voor alle jongeren, ongeacht hun leeftijd. "Want voor een jongere van 19 is brood of huur echt niet goedkoper dan voor iemand boven de 21."
En daarnaast moeten er eisen gesteld worden aan gemeenten. "Wat geef je minimaal aan begeleiding? Hoeveel ruimte geef je jongeren om, als school bijvoorbeeld niet passend voor hen is, meteen naar werk te zoeken? Daar is nog best meer op te uniformeren."